Muziek

Niet bedoeld als ringtone

Muziek: Arctic Monkeys

«Zwijg me van de laatste kutgroep uit Engeland», aldus Raymond van ’t Groenewoud in zijn grote hit Liefde voor muziek, over de vaak extreem opgeklopte media-aandacht die menig jong Brits gitaarbandje krijgt. Op het eerste gezicht lijkt zo’n wantrouwige houding ook tegenover Arctic Monkeys gerechtvaardigd. Elk zichzelf serieus nemend medium heeft zijn bijdrage geleverd om de verwachtingen omtrent dit jonge viertal uit Sheffield tot torenhoge proporties te doen stijgen. Popblad nme spande daarbij de kroon door frontman Alex Turner (19) boven aan de Coollist 2005 te zetten, zonder dat de band ook maar een album had uitgebracht. Vorige week won de band de Brit Award voor Best British Breakthrough Act.

Het verschil tussen Arctic Monkeys en veel andere hypes is dat deze groep de hype zelf een jaar geleden op een slimme manier, maar niet doelbewust, heeft geïnitieerd en de aandacht puur op de muziek heeft weten te richten. Uiterlijkheden en andere externe factoren hebben bij dit verhaal geen enkele rol gespeeld. Het kwartet, ooit niet veel meer dan een Strokes-coverbandje (over hype gesproken), zorgt met de demo Beneath the Boardwalk en optredens in lokale zaaltjes voor de nodige mondreclame in de regio. Het door de muziekindustrie vaak verguisde internet verspreidt vervolgens de naam Arctic Monkeys als een virus door Europa. mp3’tjes vinden gretig aftrek bij een steeds groter wordende groep fans en de Londense Astoria is binnen een mum van tijd uitverkocht, terwijl er nog geen single op de markt is verschenen. De eerste track die wel officieel verschijnt (I Bet You Look Good on the Dancefloor) bereikt direct de top van de Engelse hitparade en wordt grijs gedraaid. Arctic Monkeys is duidelijk de hipste band van het moment.

Op het album Whatever People Say I Am, That’s What I Am Not hoor je waarom een debuutplaat zo charmant kan zijn. De overtuigingskracht en het enthousiasme van de talentvolle groep geven een extra dimensie aan het geheel. Het levert een dynamisch en onweerstaanbaar gretig staaltje rock-’n-roll op. Daarnaast toont Turner zich in de gevatte, beschouwelijke teksten een scherp observator die vertolkt wat leeft onder zijn generatie: And over there there’s broken bones/ There’s only music so that there’s new ringtones/ And it don’t take no Sherlock Holmes/ To see it’s a little different, around here (A Certain Romance). Turners vette Yorkshire-accent geeft het geluid van de band iets authentieks en uit het door hemzelf omarmde motto Don’t believe the hype blijkt dat Arctic Monkeys behalve slim ook wars zijn van veel pretenties, twee zaken die niet onbelangrijk zijn als het gaat om een lange en vruchtbare levensduur. Tot nu toe is Whatever People Say I Am, That’s What I Am Not in elk geval het beste rockalbum van 2006.

Arctic Monkeys treden 27 februari op in de Melkweg in Amsterdam