Niet bij bloed alleen

De huwelijkspolitiek der Oranjes ondergaat dezer dagen een drastische trendbreuk. Niet langer prevaleert de magie van het vorstelijke bloed. Zo fuseerde Oranje via het altaar reeds met de Nederlandse partijpolitiek. Maar waar komt die Maxima toch opeens vandaan? Mogelijk sloeg argentinofiel Bernhard hier aan het koppelen.

DE RELATIE TUSSEN Willem-Alexander en Maxima Zorreguieta kan wel eens sneller op een huwelijk uitlopen dan zelfs de meest trouwlustige Oranje-klant kan vermoeden. Alle tekenen wijzen op een turbo-procedure richting huwelijksaltaar. Naar vertrouwd recept kwam de relatie naar buiten via De Telegraaf, die de scoop optekende tijdens een huwelijkspartijtje van een telg van de Loudon-clan in het Brabantse Valkenhorst, een massaal door de betere kringen bezocht bal masqué op het landgoed dat in de oorlog nog dienstdeed als geheime afluisterpost van de PTT in opdracht van de Duitsers. De prins, meldde De Telegraaf, kon gedurende het hele feestje niet van zijn Maxima afblijven, een gebrek aan discretie dat toch duidelijk wijst in de richting van in een ver stadium van definitiviteit verkerende ménage.
Zelfs dat de kandidaat-aspirant-koningin der Lage Landen als een ware dochter van de pampa’s honderd procent rooms-katholiek is, schijnt geen beletsel meer te zijn. In ieder geval deed Trouw, van oudsher toch het vlaggeschip van het Hollandse protestantisme, in het geheel niet moeilijk over de religieuze bloedgroep van de Argentijnse Deutsche Bank-medewerkster. De kroonprins doet er maar het beste aan zich te bekeren tot het geloof van zijn beoogde bruid, aldus Trouw afgelopen maandag. Alles beter dan weer zo'n hybride New Age-mis als kortgeleden bij het huwelijk tussen prins Maurits en Marilène van den Broek, aldus de commentator van het dagblad, dat in de loop van de tijd duidelijk aangeslagen is geraakt door de experimentele reli-koers van het Oranje-huis. Protesten als zou de toekomstige koning der Nederlanden op het punt staan de protestantse erfenis van Willem de Zwijger en de Tachtigjarige Oorlog te verkwanselen, zijn tot nu toe nauwelijks gehoord, zelfs niet vanuit de politieke vertegenwoordiging van Staphorst en omstreken in de Tweede Kamer.
De ongehoorde paniek die uitbrak op het moment dat Irene zich in de jaren zestig verbond aan de Spaanse Opus Deï-clan van Carlos van Bourbon-Parma ligt ver achter ons. Op religieus gebied geldt nu: anything goes. Op het moment dat prinses Juliana tijdens het huwelijk van Maurits en Marilène overging tot het nuttigen van de heilige hostie is er kennelijk iets geknapt in het moreel van de traditionele anti-roomse beweging van Nederland. Postuum lijkt de bekeringsijver van Bernhards moeder Armgard, die het als haar heilige missie zag om zo veel mogelijk spruiten van het ketterse Oranje terug te leiden naar de Heilige Moederkerk, in ruime mate te worden beloond. De erfenis van Wilhelmina, die zo anti-rooms was dat ze zo lang mogelijk verhinderde dat Nederland een diplomatieke relatie met het Vaticaan zou aanknopen (en op wier gezag Armgard niet verder landinwaarts mocht komen dan de oevers van de IJssel), is begraven en vergeten.
Alleen op het terrein van de politiek moeten er nog enkele hobbels worden genomen. In de Tweede Kamer is bij monde van GroenLinks en de SP al geëist dat Maxima Zorreguieta eerst publiekelijk afstand neemt van de gruweldaden van het regime van de Argentijnse potentaat Jorge Videla, waarvan haar vader als staatssecretaris van Landbouw jarenlang als steunpilaar is opgetreden. Ervan uitgaande dat de zonden van de vader niet automatisch overgaan op de dochter geeft ook links Ne derland Zorreguieta alle ruimte, mits ze voor de huwelijksplechtigheid maar verzekert dat haar sympathie bij de dwaze moeders van de Plaza de Mayo ligt, en niet bij de generaals en hun doodseskaders.
ZO'N POLITIEKE beginselverklaring zou een unicum zijn in de geschiedenis van het Huis van Oranje-Nassau. Zo is noch van Bernhard noch van Claus ooit een openbare verklaring geëist dat zij niets op hadden met de anti-democratische ideologie van het nazisme, en dat terwijl beide prinsen voor hun huwelijk toch regelmatig werden gesignaleerd in het uniform van respectievelijk SA en SS en Hitler Jugend en Wehrmacht.
Zorreguieta’s democratische beginselverklaring zou ook detoneren bij het feit dat prins Bernhard nooit een strobreed in de weg is gelegd bij het onderhouden van zijn meer dan hartelijke relaties met de anti-democratische segmenten van het min of meer feodale Argentinië. In naam van het Nederlandse bedrijfsleven reisde Bernhard in 1951 af naar Buenos Aires, met 30 miljoen gulden aan steekpenningen bij zich voor de kas ‘sociale fondsen’ voor het dictatoriale droompaar Juan en Evita Perón, alsmede een collectie zeer kostbare juwelen en het Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau voor de presidentsvrouw. In Argentinië regelde Bernhard voor 300 miljoen gulden aan Argentijnse opdrachten voor het Nederlandse Werkspoor. Daarnaast, zo bleek uit recent Argentijns historisch onderzoek, zou aan Bernhards bezoek aan de Peróns een geheime leverantie zijn gekoppeld van wapens aan de perónistische 'volksmilities’, waarmee Juan en Evita hun machtsbasis wilden consolideren. Volgens de Argentijnse historicus Felix Luna zou Bernhard pistolen en machinegeweren hebben geregeld.
Een onaangenaam trekje van de Peróns was hun sympathie voor het Duitse fascisme, dat zijn vertaling kreeg in de opvang van een onbekend aantal oorlogsmisdadigers in Argentinië. In 1997 berichtte een collectief van Argentijnse historici op grond van een vier jaar durende studie van maar liefst 22.000 voorheen als geheim geclassificeerde documenten uit de Perón-tijd dat Juan en Evita zelfs een geheim reddingsteam in het leven hadden geroepen dat hooggeplaatste nazi’s uit Europa hielp ontsnappen.
Ook Bernhards Argentinië-exepeditie van 1951 had een nazi-luchtje. In 1984 berichtte de Duitse Stern dat de Peróns in hun ijver om uit Europa gevluchte nazi’s onderdak te bieden in Argentinië twee zwaar gezochte nazi-oorlogsmisdadigers, te weten Klaus Barbie (alias de Slachter van Lyon) en de Nederlander W. Sassen, in te schakelen bij Bernhards bezoek. Het artikel van Stern, dat op 14 september 1984 werd overgenomen door het weekblad De Tijd, meldde dat Sassen door de Peróns werd ingezet om als vertaler op te treden voor het hoge bezoek uit Nederland. Bernhard-biograaf Wim Klinkenberg drong in 1979 bij de Tweede Kamer aan op een parlementaire enquête naar het curieuze relatienetwerk van de prins in Argentinië. Tevergeefs. Bernhard zelf zweeg als het graf over zijn avonturen met Evita en haar obscure clan. Wel bleef hij door dik en dun een vriend van het Argentijnse regime, ook nadat Evita in 1966 een gooi had gedaan naar de absolute macht in Buenos Aires en de macht uiteindelijk in handen kwam van de ook al zeer op oude nazi’s gestelde Videla-clan.
Zo bleef Bernhard regelmatig afreizen naar het vijf sterren-skioord San Carlos de Bariloche in Zuid-Argentinië, waar zijn kleinzoon in augustus jl. nog met zijn Maxima werd gesignaleerd. Aangenomen mag worden dat Bernhard gezien zijn conduitestaat als fenomenaal netwerker ook wel eens in contact is gekomen met vader Zorreguieta, die als politicus, grootgrondbezitter en secretaris van de machtige bond van Argentijnse veehouders typisch zo'n man van de wereld is met wie de prins zich gaarne onderhoudt. Zeer wel mogelijk is zelfs dat het contact tussen Maxima en Willem-Alexander via Bernhard tot stand is gekomen.
HOE DAN OOK, vastgesteld kan worden dat de huwelijkspolitiek van de Oranjes de laatste tijd een drastische koerswijziging heeft ondergaan. Niet langer kiezen de Oranjes hun partners uit 'ebenbürtige’ monarchale families, zoals tot voor kort gebruikelijk. Zoals de Belgische royalty-watcher Jan van den Berghe meldt in zijn dit jaar verschenen kloeke overzichtwerk Kroniek van 100 jaar Europese koningshuizen, was de huwelijkspolitiek van de Europese vorstelijke families tot nu toe vooral een kwestie van het voortdurend versterken van de interfamiliaire relaties. 'Onderlinge trouwpartijen en dynastieke kruisbestuiving leidden tot het solidariteitsgevoel van de “Internationale der koningshuizen”(’, aldus Van den Berghe.
Op die manier kon bijvoorbeeld de Brit se koningin Victoria met recht de 'grootmoeder van Europa’ worden genoemd: onder haar (achter)neven en nichten bevonden zich de Duitse keizer, de Russische tsarina, de Spaanse koningin, de Zweedse koningin en de Roemeense kroonprinses, terwijl ook met de dynastieën van Noorwegen, Denemarken, Bulgarije, Nederland, België en Griekenland familiaire bloedbanden werden onderhouden. Zo was Kaiser Wilhelm II weer een neef van Wilhelmina der Nederlanden, Elisabeth van België en de Roemeense koning Carol I. De dynastie der Habsburgers overdreef het meest met binnen de familie trouwen, met alle gevolgen vandien. 'De Habsburgers gaven elkaar niet alleen de waanzinnige kaakbeenderen door - Karel(V kon zijn mond niet helemaal dichtkrijgen - maar ook allerlei ander ongenoegen uit de incestueuze stoofpot’, zo schreef Cees Nooteboom in een deprimerende opsomming. 'Besluiteloosheid, fatale aarzelingen, verkwisting, economisch wanbeheer, religieuze verdwazing, krampachtig imperialisme… In de elkaar opvolgende generaties hadden alle kwalen en kwaden in min of meerdere mate met elkaar mogen meesudderen, samen met jicht, epilepsie, spraakmoeilijkheden, doorgedraaide seksuele impulsen, extreme nervositeit, religieuze melancholie.’
Aan deze monarchale inteelt deed ook het Huis van Oranje lange tijd mee. Zo waren Willem III en zijn eerste bruid Sophie van Württemberg via hun gezamenlijke grootvader tsaar Paul I volle neef en nicht van elkaar, en kregen hun beider kinderen Willem en Alexander inderdaad een fors deel van de door Nooteboom opgesomde kwalen mee. De mystieke bloedleer waarmee de diverse vorstenhuizen zich affi cheerden als een soort grote Heilige Familie eiste zo zijn slachtoffers. Door het afstammingsprincipe als leidend grondbeginsel te laten gelden zou de mate van goddelijke uitverkorenheid van de monarchale families moeten worden versterkt.
In het geval van het Huis van Oranje-Nassau was er nog sprake van een soort geheime agenda bij het zoeken naar geschikte kandidaten op de Europese monarchale huwelijksmarkt. Het probleem van de Oranje-Nassaus was dat ze zich wetenschappelijk in het geheel niet konden beroemen op een familieband met de Vader des Vaderlands Willem de Zwijger.
De Oranjes die in 1815 met de zegen van het Weense Congres van Metternich de door Napoleons broer Lodewijk vacant achtergelaten troon der Nederlanden beklommen, waren niet meer dan een obscure Friese zijtak van het illustere geslacht van de Vader des Vaderlands. Dat deed zich gevoelen als een pijnlijk gemis. In de daaropvolgende huwelijkspolitiek moest de 'missing link’ worden gevonden. Zo werden bruidegommen voor respectievelijk Wilhelmina en Juliana aangetrokken die in hun stamboom veel overtuigender connecties met De Zwijger konden aantonen dan de (toekomstige) koninginnen zelf. In het geval van Claus ontbrak deze extra dimensie, maar toch hoorde deze ook al voor zijn huwelijk met Beatrix een beetje tot de grote Oranje-familie. De onderhandelingen over de verbintenis tussen Wilhelmina en Hendrik van Mecklenburg werden van Mecklenburgse kant gevoerd door Wilhelm von Amsberg, minister van Buitenlandse Zaken a.i. van het groothertogdom en grootvader van de latere Nederlandse prins-gemaal.
AAN DEZE middeleeuws aandoende bloedmystiek lijkt Oranje nu dan eindelijk een halt te hebben toegeroepen. Ongetwijfeld zit er nog steeds een forse dosis berekening in het rekruteren van de huwelijkspartners van ons nationale vorstenhuis, maar niet langer prevaleert de magie van de stamboom. Ter consolidatie c.q. verster king van de machtspositie bedient het vorstenhuis zich van aanzienlijk pragmatischer criteria. Door prins Maurits te koppelen aan de dochter van Hans van den Broek kreeg Oranje bijvoorbeeld een directe band met het nieuwe Brusselse Euro-hof. Dat Eurocommissaris Van den Broek een paar maanden daarna het veld moest ruimen, had men natuurlijk ook niet kunnen voorspellen. In ieder geval haalde Oranje zo wel de banden aan met een van de clanhoofden van de Nederlandse christendemocratie. Binnenkort wordt het liberale volksdeel ook directer naar de troon toe getrokken, wanneer Laurentine Brinkhorst, dochter van de minister van Varkenszaken inderdaad wordt uitgehuwelijkt aan prins Constantijn, zoals de tegenwoordig in allerlei hete royalty-nieuwtjes grossierende Volkskrant op 2 september suggereerde. Als er voor prins Friso vervolgens nog een leuke sociaal-democratische verloofde kan worden aangetrokken, het liefst een kleindochter van Den Uyl, zit Oranje helemaal gebeiteld in het vaderlandse zuilenstelsel.
De keuze voor de flamboyante Argentijnse Maxima Zorreguieta, die zich qua stamboom slechts schijnt te kunnen beroepen op onduidelijke Argentijnse landadel met een licht Germaans accentje, is natuurlijk van een geheel andere orde. Voorlopig blijft het gissen welk hoger politiek ideaal met deze aspirant-bruid wordt beoogd. Een oude belofte van grootvader Bernhard aan zijn oude Argentijnse kameraden? Of wil Oranje nog een graantje meepikken van de door Madonna aangerichte Evita-hype? Hopelijk zullen we de komende weken het verlossende antwoord vernemen.