Lichaamstaal van politici

Niet bij het woord alleen

Voor politici geldt dat de indruk die ze wekken belangrijker is dan hun boodschap. Over de kleuren van een heks, het pak als wandelend kantoor, de hoek van de camera en de kracht van zittend debatteren.

Op de zaterdag dat het cda in april 2011 in het Haagse congrescentrum een nieuwe partij­voorzitter koos, had kandidaat Ruth Peetoom een felrode jurk aangetrokken. Tussen alle donkere pakken viel dat op. Ze knalde eruit.

Het straalde ook vechtlust uit, die rode jurk: hier ben ik, kom maar op. Dat accentueerde ze ook nog eens met haar houding toen ze haar speech hield die de congresgangers moest overtuigen van haar leiderschapscapaciteiten: benen iets uit elkaar, het linker iets voor het rechter, licht voorover hellend richting haar collega-­partijleden in de zaal, alsof ze ze allemaal persoonlijk wilde toespreken én naar zich toe trekken. Tegenkandidaat Sjaak Tak kon daar in zijn donkere pak en strakke, onopvallende houding niet tegenop. Wat de twee zeiden, de inhoud van hun speech, leek er weinig toe te doen. Peetoom won.

Niks belangrijker in het intermenselijk verkeer dan de eerste indruk. Uit psychologisch onderzoek blijkt dat mensen in een halve minuut hun mening over iemand klaar hebben. Wat iemand zegt is daarbij niet eens zo belangrijk, wel hun stem, de toon daarvan, hun gezichtsuitdrukking en hun lichaamstaal. Dat geldt ook voor politici.

Dat bleek wel na het legendarische televisiedebat tussen Richard Nixon en John F. Kennedy in september 1960, het eerste tv-debat ooit in de aanloop naar Amerikaanse presidentsverkiezingen. Vice-president Nixon was destijds een reeds bekend politicus en naar verluidt vonden de Amerikanen die het debat via de radio beluisterden ook dat hij dat debat van de relatief onbekende senator Kennedy had gewonnen. Maar de televisiekijkers oordeelden anders. Zij hadden een zieke, zweterige Nixon gezien tegenover een kalme, zelfvertrouwen uitstralende knappe man. Kennedy won.

Nixon wilde bij dat televisiedebat geen make-up op. ‘Dat vond hij iets voor faggots’, zegt Kay van de Linde, de man die na jarenlang ervaring te hebben opgedaan in Amerika terug in Nederland als mediastrateeg eerst Pim Fortuyn adviseerde toen deze nog kandidaat was voor Leefbaar Nederland en naderhand datzelfde deed voor Rita Verdonk in haar strijd om het leiderschap bij de vvd en later bij haar partij ton.

Hoewel Van de Linde de eerste is die zal beamen hoe belangrijk de indruk is die een politicus maakt en hoe meedogenloos televisie is, relativeert hij tegelijkertijd de mate waarin je aan een politicus kunt ‘sleutelen’. Hij geeft het voorbeeld van het voor Verdonk destijds belangrijke optreden op een bouwconferentie. Voor dat optreden had een bekende stylist gratis zijn medewerking aangeboden. ‘Die maakte van Rita een koningin. Wij hadden allemaal zoiets van wouw. De Rita die wij kenden, haalde alleen maar een kam door haar haar.’

Maar deze metamorfose van Verdonk was niet goed, oordeelt Van de Linde achteraf. ‘De restyling was te agressief. Bovendien konden we dat gezien de kosten die het met zich meebracht niet volhouden. Je moet iemand niet meteen een totaal nieuwe coupe aanmeten of een opvallend andere bril opzetten. Restylen moet in kleine stapjes.’

Van de Linde gelooft ook niet in het veranderen van het imago van een politicus: ‘Politici zijn geen acteurs. Ze kunnen de uitstraling die bij een ander imago hoort niet, zoals acteurs, internaliseren. Dan worden het trucjes en daar worden ze onzeker van. Zo was pvda-lijsttrekker Job Cohen verteld dat hij zijn handen op een bepaalde manier moest houden tijdens een tv-optreden. Dat werd dramatisch. Alleen de Amerikaanse president Bill Clinton kon acteren, en Ronald Reagan natuurlijk, maar dat wás dan ook een acteur.’

Omdat televisie zo belangrijk én meedogenloos is, snapt Van de Linde niet dat GroenLinks-lijsttrekker Jolande Sap nog steeds toestaat dat ze van bovenaf wordt gefilmd. ‘Sap moet van haar woordvoerder eisen dat dit niet meer gebeurt. Al sinds de Duitse cineaste Leni Riefenstahl uit de jaren dertig weten we hoe belangrijk de hoek van de camera is. Daarmee kun je iemand groot of juist klein maken, macht laten uitstralen of onderdanigheid. Sap is van zichzelf klein. Door zich van bovenaf te laten filmen, wordt dat benadrukt. Nog voordat ze haar mond heeft opengedaan, heeft de kijker zich al een beeld gevormd: klein vrouwtje.’

Ook Verdonk is niet zo groot. In ieder geval kleiner dan Mark Rutte, haar tegenstander bij de strijd om het leiderschap van de vvd in 2006. ‘Bij het eerste onderlinge debat legde ik een kistje neer, toevallig in het midden. Op dat kistje had ik een sticker gedaan met de naam Verdonk erop. Toen Rutte binnenkwam zei hij: “O, Rita, jij staat hier.” Terwijl daar eigenlijk helemaal niks over was afgesproken. Daar hebben wij vreselijk om moeten lachen. Maar zo stond Verdonk wel tussen Rutte en de derde kandidaat, Jelleke Veenendaal, in. Omdat ze ook wat hoger stond, wekte dat de indruk van een gouden-medaillewinnaar.’ Bij de interne partijverkiezingen heeft het niet mogen baten. Rutte won.

Els de Wit heeft haar eigen adviesbureau Stylequest. Tijdens het gesprek met haar over de indruk die politici maken nog voordat ze een woord hebben gezegd, pakt ze haar iPad erbij. Ze tovert een foto te voorschijn van de bordesscène op paleis Huis ten Bosch uit 2010 van het inmiddels gevallen kabinet-Rutte. Ze wijst op vvd-minister Ivo Opstelten. ‘Die gebruikt zijn pak als een soort wandelend kantoor.’ Nu ze het zegt: in al zijn zakken lijkt wel wat opgeborgen te zijn.

Vooral vvd-minister Edith Schippers doet zichzelf volgens haar te kort: ‘Dat paars van haar pakje flatteert niet. Paars en zwart zijn bovendien de kleurencombinatie van een heks. Alle Disney-films maken er gebruik van dat kinderen angstig worden van die kleuren.’ Alsof dit al niet erg genoeg is, gaat De Wit verder met: Schippers’ jasje is onderaan te wijd, die omgeslagen mouwen zien eruit alsof ze eigenlijk te lang zijn, de schouders passen ook niet, het geheel ziet er goedkoop uit en doordat de rok de knie volledig vrij laat, ziet Schippers er niet zakelijk genoeg uit voor een minister.

Vrouwelijke politici hebben het niet makkelijk. Bij hen gaat het vaker over hun uiterlijk dan bij mannen. De Wit beaamt dat, maar zegt er direct achteraan: ‘Vrouwen hebben voor hun kleding meer keuzes dan mannen. De fout die ze maken is te denken dat ze zich al die keuzes ook kunnen veroorloven. Maar als je je in kennis en kunde wilt meten met mannen, dan moet je je ook in je kleedgedrag met hen meten. Houd het zakelijk. Volg de code, niet de mode.’

Eurocommissaris Neelie Kroes is voor De Wit een voorbeeld van hoe het wél moet: ‘Kroes heeft vrouwelijkheid en schwung in de zakelijke kleding voor vrouwen gebracht. Want zakelijk hoeft niet direct mannelijk te zijn.’ Ook voormalig cda-minister Maria van der Hoeven krijgt van De Wit een ruime voldoende. ‘Haar korte haar zat bijvoorbeeld altijd goed. Zo’n Melanie Schultz (VVD-minister – red.) met die verwaaide haren, dat maakt geen professionele indruk.’

Ook over de presentatie van pvda-lijsttrekker Diederik Samsom is De Wit niet te spreken: ‘Samsom draagt altijd een jasje met een broek en geen pak, zonder das, en dan ook nog niet altijd even goed verzorgd. Hij kan er met zijn kind zo mee naar de kinderboerderij. Ik zou zeggen: Samsom is meer sp nu dan sp-collega Roemer. Bovendien is hij ook nog eens bijna altijd donker gekleed, zonder een contrasterende kleur. Dat wekt een depressieve indruk. Als je autoriteit wilt uitstralen, moet je juist contrast gebruiken.’ Ze vindt daarnaast ook nog dat Samsom met zijn altijd ietwat voorovergebogen hoofd de indruk wekt nog te moeten nadenken. ‘Alsof hij er nog niet uit is wat hij met zijn partij wil.’

Wat dat betreft doet sp-leider Roemer het volgens De Wit beter. Ze looft de manier waarop hij de wereld in kijkt: ‘Hij geeft je het gevoel het allemaal voor ons te doen.’ Daarentegen beweegt hij zich veel minder los dan vvd-opponent Mark Rutte: ‘Die beweegt zich als een vis in het water. Hij wekt de indruk van de jonge, energieke premier. Hij maakt daarmee een niet-rechtse indruk, terwijl zijn beleid juist wel rechts is.’

Ook Van de Linde roemt Roemer: ‘Die man heeft een gouden uitstraling. Enerzijds goedzakachtig: je zou met die man wel een biertje willen drinken. Anderzijds zie je hem ook achter het roer staan. Zoveel rust en zelfvertrouwen.’ Rutte daarentegen moet volgens Van de Linde oppassen: ‘Die dreigt door te slaan in dat amicale, studentikoze, in dat alles allemaal maar weglachen. Ik verwacht eigenlijk veel van Roemer bij de komende verkiezingen.’

Els de Wit heeft nog een tip voor de komende verkiezingsstrijd. De lijsttrekkers moeten van de tv-producenten eisen dat ze bij de debatten mogen zitten, aan een tafel. ‘Dat is een veel natuurlijker setting dan staand. Die één-op-één-debatten waarbij de politici ook nog eens vlak tegenover elkaar moeten staan, komen bovendien veel te agressief over. Als politici zitten, kunnen ze veel meer gebruik maken van hun lichaamstaal: achterover leunen als je het niet interessant vindt, of juist voorover als je iemand aanvalt. Als politici moeten staan, kunnen ze eigenlijk alleen naar beneden kijken.’ En dat maakt een ongeïnteresseerde indruk.