Roger Scruton, erodiet denker

‘Niet de naaktheid is pornografisch, maar de manier van kijken’

Filosoof Roger Scruton analyseert aan de hand van Plato hedendaagse kwesties als pornografie, seks met het Zelf, en met de Ander, schaamte en de vermarkting van schoonheid. ‘Het debat over seks is volledig geradicaliseerd.’

DOOR DE ONEINDIGE specialisatie in de wetenschap wordt wel geklaagd dat de homo universalis niet meer bestaat, maar de Britse filosoof Roger Scruton komt nog dicht in de buurt. Hij schreef essays, romans, korte verhalen, opera’s, columns en wetenschappelijke studies over onderwerpen van esthetica en ethiek tot wijn, mondialisering en muziek. Scruton is daarbij altijd het etiket trouw gebleven waaronder zijn werk al 35 jaar wordt geschaard: ‘traditioneel conservatisme’. Omdat hij wel houdt van een verbale of schriftelijke knokpartij op niveau, en omdat hij zich eloquenter uitdrukt dan veel van zijn medestanders, is hij al een generatie lang een centrale vertolker van het conservatieve standpunt.
Seks hoort tot de vele onderwerpen waarover hij de degens kruiste met linkse tegenhangers, zoals filosofe Martha Nussbaum. Dat was eind jaren tachtig, toen Scruton tegen pril opgetrokken heilige huisjes schopte met zijn boek Sexual Desire: A Philosophical Investigation, waarin hij onder meer het feminisme en de gelijkheid tussen homo- en heteroseks aanviel. Daarna volgden nog vele onderwerpen, waaronder twee oorlogen tegen Irak, multiculturalisme en vossenjacht. Maar met zijn laatste boek Beauty is Scruton gedeeltelijk terug op het terrein van seksueel verlangen.
Afgelopen maand was Scruton in Nederland om op uitnodiging van het Nexus-instituut te debatteren over het herkennen, erkennen en miskennen van grootheid in de kunst. In de marge van het Nexus-symposium beschrijft hij het verband tussen schoonheid en seksueel verlangen, zuchtend en steunend – ‘dit is zó’n moeilijk onderwerp om over te praten’ – en met pauzes om na te denken. ‘Het gaat terug tot Plato, die het onderscheid aanbracht tussen seksuele drang en Eros, het verlangen naar schoonheid. Seksuele drang was voor Plato een kracht die lichamelijk plezier wil, die een object wil bezitten. Het verlangen naar schoonheid, dat volgens Plato kan worden opgewekt door de schoonheid van een ander mens, is een hogere emotie. Maar met schoonheid kun je niets doen en je kunt het niet bezitten. Je kunt er wel op reflecteren en het overdenken. En dat was volgens Plato het doel voor rationele wezens: hun seksuele verlangens overstijgen en schoonheid te beminnen als doel op zich.
Niemand gelooft dit tegenwoordig werkelijk, maar toch is dit de invloedrijkste filosofische theorie die er ooit geweest is. Hij is overgenomen door kerkvaders als Augustinus en Thomas van Aquino, door islamitische denkers als Averroës en Avicenna, door Dante en alle andere middeleeuwse dichters, door darwinisten als Spencer, en is als visie onsterfelijk gemaakt door kunstenaars als Botticelli. Het is deel van onze cultuur. We hebben het verinnerlijkt. We geloven Plato’s theorie niet letterlijk, maar iets in ons zegt dat seksueel verlangen iets anders is dan verlangen naar schoonheid en ook iets anders dan behoeften als eten en drinken. Iets zegt ons dat seks iets problematisch is, een belangrijk vraagstuk. Zelfs een immoralist als Foucault schreef over de “problematisering” van seks. We kunnen niet om de erkenning heen dat er bij seks iets op het spel staat van morele aard. Dat het draait om onze relaties met de Ander, dat er een goede en slechte manier is om met die relaties om te gaan en dat seks iets is wat we moeten integreren in stabiele langetermijnrelaties tussen mensen. Dat vraagstuk is traditioneel opgelost door het huwelijk: seks als iets wat wordt bewaard tot een duurzame relatie is gesticht.’
De aanval op de oude waarheden werd een eeuw geleden geopend met Drei Abhandlungen zur Sexualtheorie. ‘Freud beschreef de drang tot seks als een soort hydrologische kracht die eruit moet’, zegt Scruton, terwijl hij met zijn handen gebaart alsof er een machtige geiser vanuit zijn lendenen opborrelt. ‘Sindsdien is het idee gegroeid dat alles makkelijker wordt als die oerkracht vrij baan gegeven wordt – een van de basisideeën van de jaren-zestigvisie op de maatschappij. Natuurlijk is het tegenovergestelde waar gebleken: niet alleen het huwelijk is ondergraven, maar alle menselijke relaties zijn voorwaardelijker en tijdelijker geworden.
We zien nu dat dit een stap omlaag impliceerde in levensgeluk. Seksueel verlangen is deel van het menselijke verlangen naar een stabiele, langetermijnrelatie met de Ander. Voor vrouwen is het opgeven van diepe, onvoorwaardelijke relaties extreem moeilijk. Zij zijn ook vaak het slachtoffer van dit soort vervlakking: veel vrouwen van middelbare leeftijd worden achtergelaten in een eenzaam leven. Maar het voornaamste slachtoffer zijn kinderen die de bescherming van een stabiel thuis moeten missen en die daardoor later in hun leven geen stabiele relaties aangaan. Zo groeit een onderklasse van mensen die zich enkel in biologisch opzicht, maar niet in sociaal opzicht kunnen voortplanten.’
Bij de sociaal gemankeerde moderne mens groeit dezelfde soort seks: een narcistische, naar binnen gekeerde seks met het Zelf. Scruton: ‘In seksueel verlangen zit een intentionaliteit die niet bevredigd is met de seksuele daad. Het gaat verder, naar een verlangen tot vereniging met de Ander. Wie de lijn doorsnijdt, beschadigt zichzelf en de ander. Masturbatie is een vorm van die lijn doorsnijden, net als dwangmatig pornografie kijken. Iedereen kan zien dat dit moreel beschadigend is: niet alleen het narcistische ervan, maar ook het afsluiten van jezelf, het vernietigt de mogelijkheid om seks te hebben met een ander. Mensen die op deze manier met seks bezig zijn, doen het in hun hoofd enkel met zichzelf, zelfs als ze op iemand anders liggen. Het is lastig om te zeggen, maar we weten allemaal dat het zo is: voor veel homoseksuelen bestaat seks alleen nog in deze vorm. De mannen althans, lesbiennes zijn heel anders: zij stellen doorgaans gevoelsliefde boven seks, en realiseren zich na verloop van tijd dat ze dat niet gaan krijgen van een man. De mannelijke homocultuur, zeker in uitwassen als homosauna’s, draait volledig om de penis – misschien eentje die aan een ander persoon vastzit, maar om die persoon gaat het in ieder geval niet.’

HET LIJKT ALSOF ALLES over seks besproken kan worden, maar Scruton ziet dat anders: ‘Het is volledig legitiem om de moderne seks met jezelf te bekritiseren, of het nou de masturbatiecultuur, pornoverslaving, losse contacten, prostitutie of homoseks is. Maar het debat over seks is volledig geradicaliseerd. Eerst door feministen, die erop hameren dat seks niets met plezier te maken heeft maar enkel met macht. De homobeweging politiseerde het juist de andere kant op, door te beweren dat het alleen om plezier gaat. Het is nu een soort politie-onderwerp geworden, vooral in de Verenigde Staten maar ook steeds meer in Europa. Op Amerikaanse universiteiten mag je bepaalde dingen over seks niet vinden, anders kom je in diepe problemen.
Het is een nieuw puritanisme. Het voornaamste kenmerk van puriteinen is dat zij verontwaardigd elk debat afwijzen omdat hun waarheid evident juist is. Voor puriteinen bestaat er ook geen middenweg: iets mag óf helemaal niet, óf het moet totaal vrij zijn. De hedendaagse progressieven zijn daarin de erfgenamen van de originele puriteinen: zij willen volledige seksuele vrijheid en accepteren het niet als je een hiërarchie tussen vormen wilt aanbrengen. Het conservatisme wil over de moderne sekscultuur debatteren en stelt een middenweg voor. Het gaat ons ook niet om het veroordelen van individuen: de vrijblijvende sekscultuur van bijvoorbeeld homoseksuele relaties is iets waar individuen zich uit kunnen verheffen door voor een leven met liefdevolle relaties te kiezen. Plato is het beste voorbeeld hiervan: hij zag het gevaar van overspeligheid dat in zijn homoseksualiteit besloten lag en kwam onder meer hierdoor tot zijn theorie over onthouding en het vereren van schoonheid. Het was een manier om aan de verleiding te ontsnappen.’
De goede en slechte manieren om met seks om te gaan, beginnen voor Scruton met kijken: ‘Naaktheid dwingt ons tot een fundamentele morele keuze: of we naar een ander kijken als persoon of als object. Iedereen kent wel de ervaring dat je ergens naar binnen kijkt en onverwacht een naakte vrouw ziet die zich er niet van bewust is dat ze wordt bekeken. Je moet dan kiezen: ofwel je ziet haar als persoon en kijkt weg, omdat je haar privacy te respecteren hebt, ofwel je ziet haar als object en je kijkt beter. Klassieke schilders waren zich van deze keuze bewust en leidden onze keuze in de juiste richting. Botticelli beeldt zijn Venus bijvoorbeeld duidelijk af als een warmbloedige, mooie vrouw. Maar hij schilderde haar zo dat de focus op haar als geheel ligt, als persoon. Hij maakte, zoals Plato het had bedoeld, haar schoonheid tot een onderwerp van overdenking. Pornografie leidt de blik naar bepaalde anatomische delen en legt de focus op de vrouw als object. Het is niet de naaktheid die pornografisch is, maar de manier van kijken.
Die manier van kijken is overal om ons heen. Als we Botticelli’s Venus vergelijken met wat nu als mooi wordt aanbeden, zien we het verschil. Neem supermodel Kate Moss. We noemen haar “mooi”, maar haar schoonheid is geen object van adoratie maar van handel en vermarkting. Ze instrumentaliseert de menselijke vorm, om een term van de Frankfurter Schule te lenen. Door de enorme pornoficatie van de maatschappij worden we voortdurend met de verleiding geconfronteerd om daarin mee te gaan, om naar het andere geslacht te kijken als objecten van seksueel verlangen, niet als personen.
Mensen zijn zich er echter niet van bewust dat hierin een cruciale morele keuze besloten ligt. Zoals Christus zei: “Hij die naar een vrouw kijkt met lust in zijn hart, heeft al overspel gepleegd.” Die morele keuze wordt mensen dagelijks opgedrongen door de pornoficatie van de samenleving. De verspreiding en makkelijke toegang tot porno heeft legio effecten. Het voedt een cultuur van masturbatie en angst bij jongeren, die heel aantrekkelijke mensen opwindende dingen zien doen en zich realiseren dat ze lelijker zijn en niet zulke seks zullen hebben. Het haalt seks weg bij menselijke relaties en legt het puur in seksorganen en mechanische bewegingen – zeer beschadigend, zeker voor jonge mensen.
Op het Instituut voor Psychologische Wetenschappen, waar ik lesgeef, is een mentale kliniek. Een van de voornaamste zaken die mensen binnenbrengt, is pornoverslaving en de huwelijksproblemen die dat veroorzaakt. Het vernietigt de seksuele bevrediging van mannen en maakt mensen onzeker en angstig. Overspel is normaal gesproken een marginaal fenomeen, omdat maar vijf procent van de mensen mooi genoeg is om anderen ertoe te verleiden. Internetporno introduceert de vorm van overspel die Christus bedoelde in levens waar overspel anders niet zou spelen. Zoals Theodore Dalrymple beschrijft, heeft dit vooral aan de onderkant van de samenleving een verwoestend effect. Ik vrees dat ik paternalistisch zal overkomen, maar daar zien we wat het wegvallen van de autoriteit van de dominee, schoolmeester en politieman voor gevolgen heeft.’

SCRUTONS MORELE verontwaardiging over allerlei aspecten van de moderne seksuele moraal vindt weinig weerklank in de maatschappij, behalve op één punt. Niets wekt morele verontwaardiging zo sterk op als pedofilie – zeker in Groot-Brittannië, met zijn boulevardkranten waarin pedofielen met naam en adres aan de schandpaal worden genageld. Voor Scruton ligt daar veel meer achter dan afkeuring van die ene seksuele praktijk: ‘Verschillende aspecten van de menselijke conditie herinneren ons eraan dat seks niet iets triviaals is, zoals progressieven ons willen doen geloven. Als seks alleen een prettige prikkeling in de seksorganen was, zou verkrachting niet een ernstig vergrijp zijn. Het zou dan vallen in dezelfde categorie als een vrouw bespugen – een vreselijke belediging en strafbaar, maar niet erger dan dat. Natuurlijk weten we dat verkrachting een existentiële misdaad is, de aantasting of vernietiging van iemands wezen. Bij kinderen zien we nog duidelijker dat dit zo is: een volwassene die kinderen prematuur seksueel initieert, schendt hun hele wezen. Dat verkrachting en pedofilie zo erg gevonden worden, bewijst mijn visie op seks: dat mensen aanvoelen dat de essentie is dat volwassen mensen een unieke, volwaardige band aangaan.’
Toch is het curieus dat er overspelshows op televisie zijn en docu-soaps over rondneukende tieners, prostitutiezones, homohoeken in parken, maar dat alleen pedofilie zo’n opwinding teweegbrengt.
‘Gewone mensen zouden ook opgewonden willen zijn over de rest. Ze protesteren tegen pedofilie, maar willen eigenlijk protesteren tegen de hele moderne seksuele cultuur. Maar ze weten dat dit lastig is, omdat de progressieve culturele elite dat taboe heeft verklaard. Al hun verontwaardiging wordt bewaard voor die ene seksuele praktijk, omdat hun protest daartegen door de elite wordt geaccepteerd. Het verbod om sommige seksuele praktijken af te keuren leidt tot veel verwarring en onzekerheid. Niet alleen bij de gewone man, ook bij progressieven zelf, die vinden dat ze van alles goed moeten vinden terwijl ze er in hun hart ongemak over voelen. Iedereen wil zijn kinderen beschermen tegen beschadigende seksuele relaties. En daarom hoopt iedereen, ook de progressieve elite, dat zijn kinderen zullen trouwen.’
U heeft eerder geschreven dat sekseducatie op scholen ook een vorm van pedofilie is.
‘Natuurlijk. De leraar die voor een klas elf- en twaalfjarigen staat – kinderen in de kwetsbaarste fase van hun leven – en hun toont hoe je een condoom om de penis doet, dat is een ongekende mogelijkheid voor gesanctioneerde pedofilie. Een beschaafd mens zou zoiets nooit doen.’
En de achterliggende ratio dat het een pragmatische manier is om tienerzwangerschappen tegen te gaan?
‘Dat is er deel van, maar de werkelijke achterliggende kracht is een verlangen om kinderen te seksualiseren, met name bij mensen die dit soort sekseducatie verzinnen en “lesmateriaal” maken. Dit zijn mensen die voortdurend denken over kinderen en seks – een pervertering dus. Je ziet de pervertering doorschijnen in de inhoud van de lessen: die zeggen niet dat kinderen het níet moeten doen maar hóe kinderen het moeten doen. En we weten allemaal dat tienerzwangerschappen sinds de aanvang van seksonderwijs astronomisch zijn toegenomen.’

DE SLEUTEL VOOR een gezondere seksuele moraal ligt voor Scruton in de terugkeer van schaamte. Bijvoorbeeld over lust: ‘Lust kan binnen een stabiele relatie vorm krijgen. Het wordt pas problematisch als het zo dominant wordt dat mensen alleen nog daardoor worden geleid. Het wordt dan zoals hebzucht, waarvan tot voor heel kort de algemene mening was dat het niet iets was om je voor te schamen. Werkelijke seksuele deugd ligt niet in het doen van dingen die je graag wilt, maar in het willen doen van dingen waarvan je achteraf blij bent dat je het hebt gedaan. Het probleem met lust is dat mensen er dingen van willen doen waarvoor ze zich achteraf schamen.’
Dat maakt datgene wat goed of slecht is op seksueel gebied een persoonlijke aangelegenheid, afhankelijk van waar individuele mensen zich voor schamen of niet.
‘Schaamte is niet enkel persoonlijk: het is een sociale emotie. Het gaat er niet alleen om wat ík vind van wat ik doe, maar ook om wat anderen er naar mijn inschatting van vinden.’
Als een groep mensen een parenclub begint en zich daar collectief niet voor schaamt, is het daarmee dan goed?
‘Nee, dat is niet genoeg. Mensen kunnen op een gedegenereerde wijze leven en niet in staat zijn om de schaamte te voelen die ze wel zouden kennen als ze op de juiste wijze hadden leren leven. Als mensen het opgeven om liefhebbende en exclusieve relaties met anderen te hebben, geven ze wellicht ook schaamte op. En dan hebben zij iets extreem belangrijks opgegeven.’
In uw boek en andere bijdragen over seksualiteit is schaamte niet alleen iets positiefs, maar ook iets negatiefs dat wordt gekoppeld aan seks waardoor het een taboe-onderwerp wordt.
‘De schaamte die sommige zedenpredikers aan seks willen hangen, brengt ons niets verder: doen alsof seks iets schaamtevols is waar we niet over moeten spreken. Dat is even puriteins als de progressieve visie op seks waarin alles mag en moet, met zijn hoogtepunt in de rapporten van de omnivore perverseling Alfred Kinsey en de pseudo-wetenschap die zich “seksuologie” noemt. Uit zogenaamde wetenschappelijke studies naar seks spreekt vaak een onuitsprekelijke angst en haat voor het hele verschijnsel. Het idioom dehumaniseert seks en dehumaniseren doe je alleen met iets wat je wilt uitroeien, zoals de nazi’s met de joden.’
Ten slotte: u signaleert in ‘Sexual Desire’ dat filosofen seks doorgaans opzichtig hebben vermeden, als onderwerp én als bezigheid. Waar ligt dat aan?
‘Het zal wel aan de monastische omgeving liggen waarin het filosofische bedrijf doorgaans het best tot wasdom komt. Maar het blijft merkwaardig. Alleen Avicenna was in dit opzicht lovenswaardig. He shagged himself to death.’

Roger Scruton, Beauty. Oxford University Press, 240 blz., £ 14.99.
Roger Scruton, Sexual Desire: A Philosophical Investigation. Continuum, 428 blz., £ 20.99