Menno Hurenkamp

Niet de schuld maar de schrik

Tienduizend mensen demonstreren in Amsterdam tegen onrecht in de wereld. Een vertrouwd beeld, behalve als het moslims zijn die zich opwinden over wangedrag van Israël. Het is een onwennig gevoel als een gebivakmutste halve zool een davidsster in de fik steekt — buiten het voetbalstadion. Nederlandse moslimwoordvoerders moeten vervolgens afstand nemen van antisemitische uitlatingen. In Srebrenica kwamen zevenduizend mensen om onder de ogen van het Nederlandse leger. De politiek gaf een slechte opdracht, de soldaten toonden zich laf en de generaals hielden feiten achter. De Nederlandse regering moet vervolgens aftreden.

Excuses en aftreden dienen volgens de gangbare leer om het menselijk verlangen naar zuiverheid te stillen. Vreemdelingen zoals moslims moeten netjes doen. Haagse politici mogen geen vuile handen maken. Als de regels worden overtreden, ontstaat een vlek. Dan moet boete worden gedaan om die viezigheid weg te nemen. Maar de Bosnische mannen blijven dood en de soldaten gefrustreerd. De Israëliërs en de Palestijnen houden hun conflict. Het is voor de politiek nu moeilijk om aan het verlangen naar zuiverheid tegemoet te komen. Er staan in beide gevallen op dit moment nauwelijks nog feiten op het spel, en des te meer emoties. Politiek heeft als taak het land te organiseren. Nu gaat het erom gevoelens te kanaliseren. Dat lijkt de politiek slecht af te gaan. Rommelig optreden van ministers die zich wel of niet verantwoordelijk voelen voor Srebrenica. Onvermogen om in te zien dat ook de duizenden moslims die demonstreerden in Amsterdam Nederlanders zijn. Het crisisgevoel dat bestond sinds de opkomst van Pim Fortuyn wordt daardoor weer bevestigd. Want je kunt geen wet maken die leed wegneemt. Er zijn in Nederland geen regels te verzinnen die iets doen aan de onderdrukking van de Palestijnen of die de mannen van Srebrenica tot leven wekken.

Maar de opeenstapeling van emoties van de afgelopen week en het onvermogen ze te bezweren, vormen geen aankondiging van een crisis. Een aanzienlijk deel van de demonstranten in de anti-Israëldemonstratie was beschaafd, jong en aantrekkelijk — ingeburgerd heet dat in beleidstaal. In de nasleep van de Srebrenica-affaire is veel nagedacht over verstandige militaire interventies. Er is, kortom, wél vooruitgang maar die komt tot stand via veel (soms afschuwelijke) missers.

In dat licht wordt duidelijk hoe gelaagd het verlangen naar zuiverheid is. Het gaat niet om reiniging alleen. Achter die drang schuilt de behoefte om van schokken verschoond te blijven. De roep om aftreden en excuses komt ook voort uit ergernis over de schrik. Niet de overtreding is dan het probleem, maar de onaangekondigdheid.

Minister van Binnenlandse Zaken Peper werd unaniem afgeserveerd wegens hardnekkige verdenkingen van wanbeleid. Twee jaar later is de ex-politicus niet van het scherm te krijgen — als expert inzake onder meer gemeenteraadsverkiezingen, voetbalvandalisme, de republiek, de melkzuurbacterie en de politiek in het algemeen. Na je boetedoening kom je terug. Niet omdat het je is vergeven, maar omdat men aan je gewend is. Kok en De Grave en de hunnen treden af, maar wie wil, schuift straks opnieuw aan de regerings tafel. De vlagverbranders worden nu veroordeeld. Over twee jaar doen die jongens dat weer. Dan weten we dat ze, hoe ongewenst ook, een deel zijn van Nederland.