Fijnstof op Amsterdamse basisscholen

‘Niet fris’

In de grote steden van Nederland dwarrelt overmatig veel fijnstof rond. Scholen met veel verkeer in de buurt moeten de gifdeeltjes wegfilteren, maar dat gebeurt vaak onvoldoende, blijkt uit onderzoek van De Groene Amsterdammer en OneWorld. Zoals in Amsterdam, waar 26 basisscholen in een fijnstofzone staan.

‘Het begon allemaal daarmee.’ Maryam wijst naar de gladde witte luchtzuigers die sinds de zomer als een soort ruimteschepen aan de plafonds van de school van haar kinderen zijn geplakt. Elke vrijdag drinken ouders van de basisschool Rosa in Amsterdam-Noord koffie met elkaar en bespreken ze het wel en wee van de kinderen. Dat is altijd al de sterke kant van de school geweest, zegt Maryam: hij is klein en familiair.

Sinds augustus maken nieuwe ouders deel uit van de koffieclub: ouders van wie de kinderen onder de vlag van de groeiende montessorischool Boven ’t IJ in het gebouw zijn getrokken. Tussen de gesprekken over luizen en het lerarentekort door bespreken ze deze vrijdag vrolijk hoe de scholen verschillen. Boven ’t IJ is bijna helemaal wit, op de Rosa zitten bijna alleen kinderen met een migratieachtergrond. Iemand merkt op dat op de montessorischool ‘meer transgender kinderen zitten dan Marokkaanse kinderen’.

Maar die fijnstofinstallaties, zegt Maryam, die gaven haar voor het eerst het gevoel dat er voor sommige kinderen meer mogelijk is dan voor andere. ‘Ik ben hier zelf naar school gegaan. Nooit gehoord dat er iets mis was met de lucht. Nooit een brief gekregen, niets. En nu er andere kinderen zijn gekomen, is er opeens een installatie die de gemeente tonnen heeft gekost.’ Het gebouw van de Rosaschool, waarin de dependance van de montessori nu huist, staat in een officiële ‘fijnstofzone’, op minder dan vijftig meter van een drukke autoweg. In fijnstofzones mogen volgens gemeenteregels geen scholen meer gebouwd worden, vanwege het risico voor de gezondheid van de kinderen. Tot de komst van Boven ’t IJ zaten de kinderen van Maryam daar onbeschermd.

De Rosaschool en Boven ’t IJ staan niet op zich. Amsterdam kent 26 basisscholen die in een fijnstofzone staan, speciaal onderwijs niet meegerekend. Ze staan meestal in de nabijheid van de ringweg A10. Op verschillende scholen wordt het fijnstof onvoldoende weggefilterd, blijkt uit onderzoek van De Groene Amsterdammer en OneWorld. Op negen scholen is het luchtventilatiesysteem onvoldoende of afwezig. Bomen, planten en struiken kunnen volgens deskundigen ook voor een deel fijnstof ‘wegvangen’; de schoolpleinen van twintig basisscholen zijn echter een steenwoestijn. Slechts zes scholen hebben groenvoorzieningen op hun plein, zes basisscholen hebben een park in de buurt.

26 fijnstofscholen

Wereldwijd gaan er jaarlijks zo’n 4,2 miljoen mensen dood aan luchtverontreiniging, blijkt uit cijfers van de World Health Organisation. In Amsterdam is fijnstof een groot probleem, net als in grote steden als Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Bewoners van Amsterdam leven gemiddeld een jaar korter door fijnstof, stelt het Amsterdamse gemeentebestuur.

Fijnstof is een mengsel van vaste, vloeibare en gasvormige deeltjes in de lucht, waarin zich allerlei giftige stoffen kunnen bevinden. Een deel kan uit natuurlijke materialen bestaan, zoals pollen en stuifmeel, maar in de stad hebben roet en stofdeeltjes door bandenslijtage de overhand. De deeltjes worden geclassificeerd aan de hand van hun diameter, tien micrometer en kleiner: PM10, PM2,5, PM1 et cetera. ‘Hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper het effect’, zegt Flemming Cassee, inhalatietoxicoloog bij het rivmen hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. ‘Deeltjes vanaf 2,5 micrometer beïnvloeden de longfunctie, terwijl de kleinere deeltjes via de longblaasjes in het bloed terechtkomen.’

Bij één op de vijf kinderen met astma in Nederland is de ziekte gerelateerd aan luchtvervuiling door het verkeer. In geen enkel ander Europees land is dat aantal zo hoog. In de grote steden worden uitlaatgassen verantwoordelijk gehouden voor nog meer astmagevallen bij kinderen. De deeltjes die in de longen blijven hangen kunnen ontstekingen veroorzaken en verhogen zo het aantal astma-aanvallen. Daarnaast blijft op de lange termijn de longgroei achter bij hoge fijnstofconcentraties, zegt Gerard Hoek van het Institute for Risk Assessment Sciences van de Universiteit Utrecht. De kleinste deeltjes kunnen zich in de bloedvaten als cholesterol gedragen en vernauwen de bloedvaten door vet aan zich te binden. Ultrafijnstof bereikt zelfs de hersenen, waar ze ook de hersenontwikkeling van kinderen kunnen verstoren. Er bestaat experimenteel bewijs dat fijnstof zo ook leerproblemen kan veroorzaken, zeggen Hoek en Cassee beiden. En juist deze kleine deeltjes zijn het moeilijkst te filteren.

‘Momenteel staat fijnstof niet bij ons op de agenda.’ ‘Zoals ik het begrijp hebben wij nog geen maatregelen genomen, maar wellicht kunt u mij verder helpen door te vertellen welke maatregelen andere scholen hebben genomen.’ ‘We hebben wel grote kasten in de klas hangen, maar ik weet niet precies wat die doen.’ Voor dit onderzoek brengen we de basisscholen in fijnstofzones in kaart. Startpunt is het programma Gezonde Scholen Amsterdam uit 2015. Hierdoor kunnen de 62 Amsterdamse scholen in fijnstofgebied met hulp van de gemeente een ventilatiesysteem laten installeren dat fijnstof filtert, de CO2-concentratie op peil houdt en zorgt voor voldoende schone lucht in klaslokalen. De plannen waren ambitieus: in 2018 zou op de meeste scholen een F9-filter, op dat moment de hoogste classificering, geïnstalleerd moeten zijn.

We bellen de 26 basisscholen met de vraag hoe het nu gaat. Meestal waren grote vraagtekens aan de andere kant van de lijn het antwoord. ‘Ach, schoolgebouwen waren in mijn jeugd niet fris, en dat zullen ze waarschijnlijk ook nooit worden’, zegt een medewerker van de Achthoek. ‘Ouders, met name uit België, vragen er wel eens naar, maar dan denk ik: dan moet je niet in Amsterdam gaan wonen.’

Een bezoek brengt meer duidelijkheid. Op de Vier Windstreken vinden we inderdaad een F9-filter. ‘Ze zijn vorige week nog schoongemaakt’, zegt de conciërge. Op de Springplank hangt een M5-installatie, een type dat in ieder geval de kleinste deeltjes niet wegfiltert. Bij veel scholen hangt wel iets aan het plafond, maar het is onduidelijk wat.

We bekijken satellietbeelden van de 26 scholen en brengen een bezoek aan het laboratorium van Afpro Filters in Alkmaar, een bedrijf dat al veertig jaar luchtfilterinstallaties produceert. Op tien daken staan grote grijze of blauwe kasten. Volgens Marco van Deijk, filterspecialist bij Afpro, wijst zo’n kast op een nieuw systeem waarin goede filters mogelijk zijn. Ook de ruimteschepen filteren waarschijnlijk op hoog niveau.

Op het laatst reageert de gemeente op onze lijst. Onze conclusie als we alle gegevens combineren: op negen scholen hangt geen of een niet toereikend systeem. Bij twee hiervan houdt de gemeente met metingen de luchtkwaliteit in de gaten.

Onderhoud is essentieel, benadrukken de deskundigen. Toch laat dit op meerdere scholen te wensen over. ‘Bij ons komt er nooit iemand voor onderhoud, we hebben continu lekkage of kortsluiting door de verstopte filters’, meldt een medewerker van de Achthoek. ‘Volgens mij zijn de filters slecht afgesteld, ze werken niet goed’, zegt de conciërge van de Vijf Sterren.

Bij één op de vijf kinderen is hun astma gerelateerd aan luchtvervuiling. In geen enkel ander Europees land is dat aantal zo hoog. Ultrafijnstof bereikt zelfs de hersenen, waar ze ook de ontwikkeling kunnen verstoren

We vergelijken de scholen ook met de achterstandsscores van het cbs: zestien van de 26 blijken achterstandsscholen te zijn. Het cbs berekent deze score aan de hand van opleidingsniveau, herkomst, verblijfsduur en financiële situatie van de ouders en de intelligentiescore van de kinderen. De achterstandsscores in onze lijst zijn hoog: landelijk scoort minder dan één procent van de scholen boven de duizend, in de lijst met 26 basisscholen zijn dat er vier.

Als we verder inzoomen blijken de achterstandsscholen oververtegenwoordigd in het slechte rijtje: van de negen scholen die geen of minder goede installaties hebben, zijn er zes op die achterstandsscholen. Bovendien: op één na (sinds kort, de Rosaschool) hebben de scholen geen groen op het schoolplein en het onderwijsteam heeft weinig oog voor het probleem, blijkt uit onze rondgang. Kinderen in achterstandsbuurten ademen sowieso al slechtere lucht in en ook op hun scholen hebben ze een grotere kans in een ongezonde omgeving te verblijven.

Het is tekenend dat voordat de gemeente begon te subsidiëren, zeven achterstandsscholen nog helemaal geen systeem hadden, tegenover nul niet-achterstandsscholen. Wat dat betreft heeft de inzet van de gemeente een egaliserende werking gehad.

Er is een aantal voor de hand liggende redenen voor deze oneerlijke verdeling, zegt stadsgeograaf Cody Hochstenbach. ‘Een groot deel heeft natuurlijk te maken met de keuzevrijheid die welvaart je geeft. Kijk naar de flats die vlak naast de snelweg gebouwd zijn. Mensen wonen daar niet omdat ze zo van auto’s kijken houden.’ Uit onderzoek van het rivmblijkt dat leden van sociaal-economisch lagere klassen minder gezond zijn en dat dat deels te wijten is aan hun omgeving met weinig groen, meer verkeer en minder winkels met gezond eten. Onderzoeker Hanneke Kruize constateerde in 2004 al dat in Rijnmond mensen met een laag inkomen meer te maken hadden met slechte lucht en weinig publiek groen.

Maar de verdeling ontstaat ook doordat verschillende groepen verschillende prioriteiten hebben. ‘Je ziet in veel onderzoeken dat mensen zich druk maken over verschillende dingen. Waarom zou je je druk maken over fijnstof als je ook naar de Voedselbank moet?’ zegt Frans Coenen, die zich aan de Universiteit Twente bezighoudt met het snijvlak van beleidskunde en milieu. Uit het onderzoek in Rijnmond blijkt dat sociaal-economisch lagere klassen het bij overlast vaker hebben over zwerfafval, terwijl de hogere klassen zich vaker druk maken over luchtkwaliteit. En laatstgenoemden zullen ook sneller iets doen met die zorgen, zegt Coenen. ‘Zij hebben vaker de neiging om zich te bemoeien met besluitvorming. Zij hebben ook vaker het sociaal kapitaal om dat te doen: ze weten de weg in het bestuur, weten hoe ze van zich moeten laten horen, kennen de juiste mensen.’ Wie zich afvraagt waarom sommige kinderen meer last hebben van slechte lucht, ontkomt er bovendien niet aan om het te hebben over hoe sterk scholen gesegregeerd zijn in Amsterdam, zegt Hochstenbach. ‘Het zijn vooral de hoogopgeleide tweeverdieners die daarvoor zorgen. Zij zoeken naar een school waarvan zij denken dat die hun kinderen dezelfde kansen geeft als zij hebben gekregen.’

‘De situatie op de Rosaschool was wel een wake-up call’, reageert Marjolein Moorman, onderwijswethouder van Amsterdam. ‘Natuurlijk vroeg ik meteen waarom daar helemaal niets geregeld was om fijnstof te bestrijden. Er bleken verhuisplannen te zijn, maar die waren op de lange termijn geschoven.’ Amsterdam heeft een prima regeling en stopt veel eigen geld in gezonde scholen, benadrukt ze. ‘Maar we kunnen scholen en schoolbesturen niet dwingen om eraan deel te nemen. Er moet ook betrokkenheid van die kant zijn.’

De keuze voor een filtersysteem is immers ook een financiële afweging: aankoop en installatie zijn prijzig, tussen de driehonderd- en vijfhonderdduizend euro per school. Maar in het programma van de gemeente Amsterdam betaalt de school slechts twintig procent zelf, tot een plafond van vijftigduizend euro. ‘En dat is voor geen enkele Amsterdamse school een bezwaar’, weet de wethouder uit ervaring.

Vanuit het stadhuis is recent wel een belronde gehouden naar scholen die onvoldoende filters hebben. ‘Want het mag niet zo zijn dat scholen waar ouders minder mondig zijn of waar directeuren en schoolbesturen andere prioriteiten hebben, dit soort subsidies laten lopen. Ons beleid is er juist op gericht om achterstanden te bestrijden en dan is het niet de bedoeling dat door het niet gebruik maken van regelingen de ongelijkheid juist wordt vergroot. Daar moeten we echt goed op letten.’

De belronde heeft succes gehad, stelt Moorman. ‘Alle directeuren zijn nu op de hoogte en via een andere regeling hebben ze allemaal tienduizend euro gekregen voor directie-ondersteuning. Dus ze hebben ook nog de ruimte om de subsidie aan te vragen.’ De regeling voor de filters is ook nog eens met twee jaar verlengd, tot 2022. ‘Dan moet het bijna overal geregeld zijn.’

Maar de betonnen schoolpleinen vergen nog wel een extra inspanning, erkent de wethouder. ‘Zo werden die dingen toen gebouwd, maar dat kan veel groener.’ Ook hiervoor is er inmiddels een regeling. ‘En daar zullen we bij de aanvragen voorrang geven aan achterstandsscholen’, belooft ze. ‘Zo’n plein heeft ook een belangrijke functie in de buurt.’

‘Ik fietste al voordat we een school kozen vaak langs de Rosa en dacht: daar gaat mijn kind in ieder geval niet heen.’ Willem Wiskerke zette met een groep ouders van Boven ’t IJ een campagne op om het besluit over de nieuwe dependance bij de Rosaschool terug te draaien. Want veel hoogopgeleide ouders hadden hun kind nooit op de wonderlijke schoolcombinatie Rosa en Boven ’t IJ gedaan als ze niet door de omstandigheden waren gedwongen. ‘Al die stationair draaiende auto’s pal naast de school, ik wist meteen dat dat niet goed kon zijn’, zegt Wiskerke.

Er werd een WhatsApp-groep gestart met actievoerende ouders. Hij legt uit: ‘Als zoiets gebeurt, dan heeft het geen zin om bij Innoord verhaal te halen, dan neem je zelf de regie.’ Wiskerke werkt al tien jaar bij milieuorganisaties en kent het proces van inspreekavonden en aangewezen vertrouwenspersonen, waarin verzet door organisaties geregisseerd wordt. Zijn medestanders hebben handig genoeg professionele kennis van bestemmingsplannen, bouwvoorschriften en pr. Ze tippen een journalist bij Het Parool, die een artikel schrijft; de Partij voor de Dieren belegt een spoeddebat in de Amsterdamse raad. Twee ouders doen een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur en vragen alle communicatie op tussen gemeente en Innoord, het schoolbestuur v an Boven ’t IJ.

De wethouder houdt echter voet bij stuk: de kinderen gaan naar de Rosaschool. Wel is de druk op gemeente en schoolbestuur zodanig dat er volgens Peter Meijboom van Innoord door de gemeente ‘gekeken wordt naar wat er dan mogelijk is om de situatie te verbeteren’. Er wordt die zomer een F9-filterinstallatie geïnstalleerd, er komt geld vrij voor het opknappen van de lokalen en is er subsidie van zeventigduizend euro voor een nieuw groen plein. Uit de wob-stukken van de ouders blijkt dat de gemeente in het voorjaar aan Innoord belooft dat ze de school boven aan de prioriteitenlijst voor luchtzuivering zetten, en dat ze achter de subsidie aan gaan, waar er elk jaar maar tien van worden uitgedeeld. Meijboom: ‘We wilden kinderen niet laten verhuizen naar een kaal en versteend plein. Het moest wel een beetje lijken op waar ze vandaan kwamen.’ Die school zit in een charmant gebouw met hoge plafonds, een buitenkeukentje compleet met emaille servies, kweepeer- en zakdoekjesbomen in de speeltuin.

En dus heeft de Rosa nu ook ontdek- en avonturenpaden die omringd zijn door bamboe en wuivend riet. Het plein is vanaf nu rainproof, aards, en heeft bepaald geen gebrek aan houtsnippers. Maar het voetbalveldje, de enige wens van de Rosa-ouders, die ze bovendien al jarenlang uiten, is er niet gekomen. Een lopende grap op de vrijdagochtendkoffie is ondertussen dat de montessori-ouders maar de wensen van de Rosa-ouders moeten doorgeven, omdat zij wél hun zin krijgen.

‘Bij scholen van vóór 1980 is er geen beginnen aan. Die zijn slecht geïsoleerd en de lucht komt er door alle kieren binnen. Filteren helpt dan maar in bescheiden mate. Bij nieuwere schoolgebouwen zijn maatregelen mogelijk, maar duur’

De montessori-klaslokalen zijn fris geverfd en hebben nieuwe kindvriendelijke keukenblokjes gekregen. De Rosa-ouders horen al jaren dat verven niet mag van de architect. Hoe de schoolbesturen met de fijnstofsituatie omgaan helpt ook niet echt. Onlangs kregen ouders van beide scholen een brief van de besturen en de ggd over de luchtkwaliteit. Daarin werd gemeld dat er een denktank van Boven ’t IJ-ouders zou worden opgericht, waarin ze mochten meedenken over wanneer de ramen opengaan. De Rosa-ouders werden niet genoemd.

D66-raadslid Ilana Rooderkerk, die naar aanleiding van het ouderprotest een motie opstelde dat bij het openen van schooldependances luchtkwaliteit leidend moet zijn en er anders goede ventilatie moet worden geïnstalleerd, deed dat naar eigen zeggen ook omdat het nog was toegestaan dat dit soort dependances geopend worden in fijnstofgebieden. En er zijn heel veel plekken in de stad waar mensen minder mondig zijn. Daar mogen hun kinderen niet de dupe van worden.

‘Voor klimaatbeheersing op oude scholen is er op veel plekken in Nederland gewoon geen geld genoeg.’ Pim Commandeur is adviseur onderwijshuisvesting, gespecialiseerd in duurzaamheid en milieu. De kosten van een filterinstallatie vormen vaak een barrière, is zijn ervaring. Amsterdam heeft een relatief gunstige regeling, maar in veel steden staan scholen er alleen voor.

De luchtkwaliteit binnen scholen hangt vaak nauw samen met het bouwjaar van het gebouw, stelt Commandeur. ‘Bij scholen die na 2010 zijn gebouwd, na invoering van het programma van eisen van Frisse Scholen, is de lucht in de school beter dan buiten. Maatregelen vormen een integraal onderdeel van het bouwplan, in de muren zitten filters waarmee CO2 en fijnstof gereduceerd worden. Ook de koeling is geregeld, dus er bestaat minder de neiging om het raam open te zetten.’ De kosten vormen dan slechts een beperkt onderdeel van de totale bouwsom.

Hoe anders is dat bij oudere scholen. ‘Bij scholen van vóór 1980 is er eigenlijk geen beginnen aan’, zegt Commandeur. ‘Die zijn slecht geïsoleerd en de lucht komt er door alle kieren binnen. Filteren helpt dan maar in bescheiden mate.’ Na 1980 en zeker met een bouwjaar na 2000 zijn er absoluut maatregelen mogelijk. ‘Maar die zijn vrij duur, zowel qua aanschaf als qua onderhoud en elektriciteitsverbruik. Scholen hebben nu al geen geld voor het onderhoud van hun gebouwen. Subsidieregelingen met hoge eigen bijdragen, zoals in Den Haag, waar de gemeente slechts de helft meebetaalt, zijn dan echt een drempel.’

Daarom zouden filters en groene pleinen eigenlijk gewoon door het rijk gefinancierd moeten worden, vindt de Amsterdamse wethouder Moorman. ‘Het is toch niet goed dat dit probleem in de ene stad wel wordt aangepakt en in de andere niet? Daar moet nationaal beleid op komen.’

Het probleem heeft echter ook een gedragscomponent, waarschuwt Commandeur. ‘Bij veel scholen heeft het binnenklimaat geen prioriteit. Dan kun je filteren wat je wil, maar als de ramen regelmatig opengaan, levert dat niets op.’ Ook onderhoud aan de installaties is essentieel. ‘Die filters moeten echt elk half jaar vervangen worden en daar wordt dan niet op gelet.’

Fijnstof heeft geen prioriteit op scholen, constateert Karel Bosschieter, ceo van luchtfilterfabrikant Afpro Filters. ‘Als er iets niet in orde zou zijn met de waterkwaliteit zou een school onmiddellijk zijn deuren kunnen sluiten. Maar op de gevaren van vervuilde lucht is men nog minder bedacht.’

‘Als ouders naar fijnstof vragen, kan ik met een gerust hart antwoord geven.’ Op de 7e Montessori in Amsterdam-West, aan de rand van het Rembrandtpark, is sinds vijf jaar een gebalanceerd CO2-gestuurd ventilatiesysteem met F9-fijnstoffilter aanwezig. Elk half jaar worden de filters vervangen, en zodra er een probleem met het systeem is, wordt automatisch een alarmsignaal verzonden, waarbij de leverancier van het systeem het probleem vaak op afstand kan oplossen. Een wereld van verschil, volgens directrice Eva Meilof. ‘Ik merk zelf dat ik minder hoofdpijn heb. En er zijn minder nare luchtjes in het gebouw. Ik ben blij en gerust, want ik weet hoe het hiervoor was. Schone lucht is belangrijk voor de leerlingen, maar ook voor de docenten. Je merkt het verschil met de buitenlucht zodra je binnenkomt.’

De aanlegkosten waren enorm, weet ze, maar de school kreeg ‘een dikke subsidie van de gemeente, heel fijn’. Verder wordt alles geregeld door de afdeling huisvesting van schoolbestuur Stichting Westelijke Tuinsteden, waar de 7e Montessori bij hoort. Waarom is deze onderwijsinstelling wél vroegtijdig op de Amsterdamse fijnstofregeling ingegaan, waar andere koepels niet thuis gaven? ‘We waarderen dat de gemeente energiebesparing, duurzaamheid en (binnen)klimaat serieus neemt’, zegt Vi Chau van het schoolbestuur.

Wel vindt de school het jammer dat ze niet zelf het bouwbeheer kon doen. De stichting zou dan zelf gekozen hebben voor een systeem waarbij energieneutraal koelen ook een optie is: een vaker gehoorde klacht van scholen is dat in de zomer, als het warm wordt, de ramen toch open moeten, waardoor het filter in één klap nutteloos wordt.

Op de vrijdagochtendclub van de Rosaschool en Boven ’t IJ groeien de ouders inmiddels naar elkaar toe. ‘We hebben geleerd van de ouderlijke ongehoorzaamheid die de Boven ’t IJ-ouders bij de fijnstofzaak aan de dag legden’, zegt een Rosa-moeder. Samen willen de ouders de besturen nu wel lastigvallen voor een mooi voetbalveldje. Ze zijn het allemaal even zat dat hun kinderen met geschraapte knieën door het beton thuiskomen.


De naam van Maryam is gefingeerd. De echte naam is bekend bij de redactie.

Fijnstof in Nederland

Fijnstof is niet alleen in Amsterdam een probleem. Ook Rotterdam, een donkere vlek op de fijnstofkaart van Nederland, en de binnensteden van Utrecht, Eindhoven en Den Haag hebben er veel last van. Allemaal hebben ze hun eigen regelingen, blijkt uit een overzicht van de landelijke GGD-werkgroep Lucht.

Zo heeft Rotterdam alleen een ‘ambitieprofiel’ voor nieuwbouw, maar geen overzicht van of subsidiebeleid voor bestaande scholen in fijnstofzones. De gemeente Utrecht geeft ‘gezondheidsadviezen’ bij de aanleg van nieuwe scholen en de gemeente Den Haag vraagt ‘maatwerkadvies’ aan de GGD bij bestaande scholen in de buurt van drukke wegen. In Eindhoven is, volgens de landelijke GGD, nog geen beleid voor scholen in fijnstofgebied.

Wat te doen tegen fijnstof

Over hoe fijnstof aangepakt moet worden zijn de deskundigen het eens: bij de bron. Dat betekent: minder vrachtverkeer, minder lucht- en scheepvaart, minder personenauto’s en minder uitstoot in de industrie. Maar als we het bestaande beleid volgen duurt het nog wel tien jaar voor de concentraties tot een acceptabel niveau zijn gedaald. In de tussentijd kunnen filters in de binnenruimte een oplossing bieden. Zoals Bert Brunekreef, hoogleraar milieu-epidemiologie aan de Universiteit Utrecht zegt: ‘Alle beetjes helpen.’

Bij scholen die op minimaal driehonderd meter van de snelweg en vijftig meter van een drukke stadsweg liggen, is de lucht veel gezonder, meldt de GGD-richtlijn. ‘Als verhuizen niet mogelijk is, zijn de F9-filters second best.’ Ook groen kan helpen bij het afvangen van fijnstof, zeggen Bosschieter, milieu-epidemioloog Gerard Hoek en inhalatie-toxicoloog Flemming Cassee. Wel is veel groen nodig voordat het effectief is: een dichte rij bomen, een haag of een park. Hoek: ‘Een incidentele boom of een grasveldje doen niets.’