FILM

Niet geschikt als mens

The Grey

In zijn films lijkt de acteur Liam Neeson steeds meer op Charles Bronson (1921-2003). Bronson maakte vroeg in zijn carrière uitstekende films, maar werd later vooral geassocieerd met de verwerpelijke, gewelddadige Death Wish-serie. De woest kijkende Neeson heeft een even wisselvallige carrière met rollen in films van soms dubieuze kwaliteit, zoals het weerzinwekkende Taken (2008) waarin hij op grote schaal martelt en moordt om zijn ontvoerde dochter terug te krijgen. Maar Neesons kracht ligt na al die jaren net als bij Bronson in zijn uiterlijk: een gezicht vol rimpels en littekens als bewijs dat hij geen zin heeft te moeten voldoen aan de moderne mannelijke schoonheidseisen vastgelegd door George Clooney of Brad Pitt. Neeson gromt, Neeson kijkt woedend. Maar ook melancholiek. Juist deze combinatie máákt zijn nieuwe film, The Grey.
Neeson speelt de rol van John Ottway, een jager die in Alaska werkers bij een olieraffinaderij tegen wolven moet beschermen. Ottway is suïcidaal. De reden hiervoor lijkt iets te maken te hebben met zijn vrouw of vriendin, maar wat precies blijkt pas later in het verhaal. Wanneer een vliegtuig met Ottway en andere oliewerkers erin in een onherbergzaam sneeuwgebied neerstort komt de dood akelig dichtbij, ironisch genoeg vanuit de mooie natuur, waar een troep wolven de jacht op de overlevenden opent.
Regisseur Joe Carnahan, die voorheen tamelijk onbenullige films als The A-Team maakte, toont zich in The Grey een intelligente waarnemer van wat er gebeurt wanneer ‘mannelijkheid’ onder zware emotionele en fysieke stress komt te staan. Dit is een 'mannenfilm’, maar Carnahan stelt dat masculiene voortdurend ter discussie. Ottway is een twijfelende, zoekende verteller: 'Ik weet dat ik hier [in Alaska] thuishoor. Ik ben niet geschikt als mens. Ik heb geen waarde meer in deze wereld.’
Zo verandert The Grey wat stijl en toon betreft van een op het oog rechttoe-rechtaan-survivalfilm in een geestelijke speurtocht van een man naar de kern van zijn identiteit. Deze wordt gevormd door de demonen van zijn verleden. Interessant is dat Neeson ook op dit punt een overeenkomst met Bronson vertoont. Bronson maakte in 1977 de vreemde western The White Buffalo waarin hij als Wild Bill Hickock in een besneeuwd landschap jacht maakt op een mythologisch monster, een witte bizon die hem in zijn dromen achtervolgt.
In beide films staat de natuur in de vorm van dieren of monsters symbool voor de mentale desoriëntatie van de mannelijke held. Carnahan wil vooral onderzoeken waarom Ottway zo willoos leeft, inderdaad verloren in de witte jungle waarin de moderne, technologische wereld, misschien gerepresenteerd door vrouwelijkheid, ver te zoeken is. Een sleutelscène komt al vroeg in de vertelling, als Ottway vlak na de vliegtuigcrash een stervende medepassagier te hulp schiet. Tegen beter weten in schreeuwt de man om hulp. Ottway komt bij hem. Hij fluistert tegen de man dat hij doodgaat - dat is een feit. In het wrak, in de nacht met een sneeuwstorm die buiten woedt, terwijl de wind door de gaten in de romp heen giert, houdt hij de man vast totdat het zo ver is.
Vervolgens heeft het overleven (of niet) van Ottway er alles mee te maken dat hij met zichzelf in het reine komt. De achtervolgende wolven representeren verleden én toekomst. Het kan nauwelijks anders of de dood wacht in deze wilde omgeving. Wat te doen, voor deze man? Hij vecht. Tegen zichzelf, tegen de natuur, tegen het idee van chaos in de natuur. Geloof is er niet meer. Behalve, zegt hij, geloof 'in de kou’, in de harde werkelijkheid gevangen in dat ene moment: het allerlaatste beeld van de film.

Te zien vanaf 8 maart