Economie

Niet hip

Deze week vond in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek plaats. Aanleiding was het burgerinitiatief van Stichting Ons Geld om geldschepping in publieke handen te leggen, in navolging van het Chicago Plan van Irving Fisher uit 1933.

Er is veel over te zeggen, en dat is dan ook gebeurd.

In Nederland omhelzen we graag hippe ideeën van buitenlandse economen. Vorig jaar was het Piketty, die er ook voor naar de Kamer kwam en een half miljoen boeken in Nederlandse vertaling verkocht. Het burgerinitiatief haalde 113.878 handtekeningen op. Hier geldt een nieuwe wet van de grote getallen: als genoeg mensen erover praten, lijkt een idee relevant.

Maar welk probleem lost Piketty’s analyse of het Chicago Plan in Nederland anno 2015 op? De makke van het Nederlandse financiële stelsel is vrij nauwkeurig aan te wijzen: al twintig jaar te veel private schuld, met name door hypotheekverstrekking, daardoor huizenbubbels, uitsluiting van jonge kopers en verdringing van bedrijfskredieten, grote gevoeligheid voor internationale financiële schokken, en lange stagnatie erna. Die problemen zijn nog geen verleden tijd: de hypotheekschuld groeit weer terwijl bedrijfsleningen nog krimpen, de huizenprijzen stijgen op verschillende plekken gevaarlijk snel en de internationale financiële situatie is fragiel. Opgeteld betekent dit dat we nog steeds erg kwetsbaar zijn. Het hart van die kluwen problemen is de wederzijds versterkende stijging van vastgoedprijzen en hypotheekschuld.

De kredietverlening in overheidshanden leggen, zoals Fisher destijds voorstelde, lost hier niets op – het is juist de overheid die bubbels steeds weer juichend als ‘herstel’ verwelkomt en aanmoedigt. De stijging van vermogen via toenemende vastgoedwaarde wordt door diezelfde overheid via belastingaftrek op de hypotheek zwaar gesubsidieerd. Arbeid en winst, waar onze economie het toch van moet hebben, worden met forse belastingdruk ontmoedigd.

Wiebes, pak de echte problemen aan

Je zou denken dat dit nu aangepakt wordt in de discussie over belastinghervorming. Maar nee: er wordt juist geklaagd dat we te véél vermogensbelasting betalen, vanwege het hanteren van fictief rendement. In ieder geval sloot staatssecretaris Wiebes met name belasting op de waardestijging van het eigen huis uit. Het probleem, aldus de staatssecretaris, zou zijn dat iemand die een mooie verbouwing doet, dan ineens meer belasting moet gaan betalen.

Met dit kneuterige voorbeeld doet de VVD’er het voorkomen alsof de waardestijging van vastgoed vooral het gevolg is van investeringen van de eigenaar. Maar de meeste waardetoename wordt de eigenaar zonder enige inspanning of kosten in de schoot geworpen, als de vraag naar huizen toeneemt. Dat kan door soepeler hypotheekverstrekking komen, of doordat de overheid investeert – door wegen en tramlijnen te bouwen of stadsdelen op te knappen. De overheid betaalt, de huizenbezitter geniet een onbelast vermogensvoordeel – en dat terwijl lonen en winsten waarvoor gewerkt wordt wél zwaar belast worden. Niet slim, en de oplossing lijkt voor de hand te liggen: tax privilege, not pay.

Een belasting op vastgoedwaardestijging kan bovendien de symbiose van stijgende huizenprijzen en groeiende schulden ontmoedigen. De staatssecretaris merkte ook nog zuinigjes op dat de gemiddelde huizenbezitter niet op dit soort maatregelen zit te wachten. Nee, allicht niet. Maar de Nederlandse economie misschien wel. Het gaat hier om de publieke zaak van een financieel duurzame economie. Op de iets langere termijn zit ook de gemiddelde huizenbezitter daar wel degelijk op te wachten. Bewindslieden worden geacht dat belang te vertegenwoordigen, weet u nog?

Voor het Nederlandse probleem van hoge schulden en hoge afhankelijkheid van vastgoedprijzen lijkt enige vorm van een vastgoedgerelateerde vermogenswinstbelasting dus op z’n minst deel van de oplossing. Zoals iedere belastingverandering zal dat best ingewikkeld zijn, en altijd kunnen er ten hemel schreiende verbouwingsvoorbeelden geconstrueerd worden. Maar grosso modo is er veel meer voor te zeggen dan voor het huidige systeem – of voor de belegen vergezichten van het burgerinitiatief, of voor het geneuzel in de marge over fictieve rendementen. Dat is over een paar jaar niet meer aan de orde, dit wel. Wiebes, pak de echte problemen aan. Misschien niet hip, maar wel relevant en, wie weet, effectief.

Wie dat wil, kan trouwens ook dit idee terugvoeren op een buitenlandse econoom met (in zijn tijd) sterallure: Henry George pleitte er in Progress and Poverty voor. Van het boek werden miljoenen exemplaren verkocht, en het gaf mede de aanzet tot de Amerikaanse Progressive Era. George kan het niet meer in de Kamer komen uitleggen, maar de relevantie is er niet minder om. Ook Adam Smith, Winston Churchill, Milton Friedman, Joseph Stiglitz, en nu de Oeso en het IMF ondersteunen het idee. Het wachten is op een staatssecretaris met lef die er iets mee doet.