Tribunaal in Cambodja haalt wonden open

Niet huilen tijdens schokken

Het Rode Khmer-regime staat terecht, en de baas van de beruchte martelgevangenis S-21 zal komende week vrijwel zeker veroordeeld worden. De killing fields zijn bespreekbaar geworden, maar het VN-tribunaal wankelt. Of vier nog levende grote vissen ooit terecht zullen staan is onzeker.

TIJDENS DE EERSTE schorsing kunnen sommige aanwezigen zich niet bedwingen. Ze drukken hun neus tegen het kogelvrije glas dat de publieke tribune van de rechtszaal scheidt, om de verdachte nog eens goed te bekijken. Zo ziet een massamoordenaar er dus uit. Een oude man met een smal, gegroefd gezicht. Ogen die alle kanten op schieten. En is dat een bijbel, die voor hem op tafel ligt?
Het is 17 februari 2009 in Phnom Penh: de eerste procesdag van het Rode Khmer-tribunaal. Hoewel er alleen technische details worden besproken, zijn er lange rijen om binnen te komen. Voor het eerst staat een van de daders van het moorddadige Rode Khmer-regime terecht in een onafhankelijke rechtbank. Het gaat om Kaing Guek Eav, alias Duch: een gevangenisdirecteur die meer dan vijftienduizend landgenoten heeft laten vermoorden. Hun schedels zijn nog te zien bij de beroemde killing fields, een half uur rijden van de hoofdstad.
Het is het bekendste symbool van het communistische horrorregime dat Cambodja van 1975 tot 1979 tot een totalitaire hel maakte. Vanaf de dag dat de Rode Khmer-rebellen Phnom Penh veroverden en alle bewoners het platteland op jaagden om een agrarisch utopia te stichten, tot het moment dat buurland Vietnam hen eruit gooide, kwamen zo'n 1,7 miljoen mensen om: een kwart van de bevolking. Een deel van de honger, een deel door ziekte, omdat de Rode Khmer ziekenhuizen liet runnen door tieners zonder medicijnen. Anderen stierven in de handen van beulen zoals Duch. Artsen, academici, kunstenaars en andere hoogopgeleiden gingen er als eerste aan.
Aankomende maandag doet het tribunaal uitspraak in de zaak-Duch. Hij heeft bekend en het bewijs was overweldigend, dus hij zal zeker schuldig worden bevonden. Zal dit het begin zijn van gerechtigheid, voor die miljoenen Cambodjanen die hun naasten hebben zien kreperen? Zij hebben er dertig jaar op moeten wachten.
De oorzaak van die lange vertraging ligt net zo goed in het Westen als in Cambodja zelf. Dat Vietnam het land in 1979 ‘bevrijdde’ van de Rode Khmer was een nachtmerrie voor Amerika en haar bondgenoten. Volgens de verknipte Koude Oorlog-logica van die tijd was een moorddadig regime nog altijd beter dan Vietnam, dat steun had van de Sovjet-Unie en waarvan Amerika net een oorlog had verloren.Dus toen de zetel van Cambodja in de Verenigde Naties in 1979 werd opgeëist door Rode Khmer-leider Pol Pot en de zijnen, kregen zij steun van Amerika en haar tientallen bondgenoten. Ook al was de Rode Khmer toen weinig meer dan een verzwakte beweging die door Vietnam de jungle in was gejaagd, en met steun van China een wanhopige guerrillaoorlog bleef voeren.
Dankzij de VN kwam daar een diplomatieke oorlog bij. In hun boek Getting Away with Genocide? beschrijven Tom Fawthrop en Helen Jarvis hoe Cambodja begin jaren tachtig opeens bij elke VN-bijeenkomst kwam opdagen. Van de Internationale Civiele Luchtvaart Organisatie tot de Universele Post Unie: overal verstoorden Rode Khmer-leden de technische discussies om te ageren tegen de bezetting van Cambodja door Vietnam. In dit politieke klimaat was er in het Westen geen enkel animo om de massamoord door de Rode Khmer aan de kaak te stellen. 'Door de Koude Oorlog hadden westerse landen niet de minste interesse om Pol Pot naar de rechtszaal te slepen’, zegt Fawthrop vanuit zijn woonplaats in Thailand. 'Het was juist andersom.’
In Cambodja zelf werd wel een poging ondernomen. De nieuwe regering zette een internationaal tribunaal op om Pol Pot en minister van Buitenlandse Zaken Ieng Sary aan te klagen voor genocide. In de ravage die het regime had achtergelaten waren nauwelijks typemachines of papier over, bijna alle advocaten en vertalers waren vermoord. Toch leverde het honderden getuigenverklaringen op en werden de Rode Khmer-leiders - veilig in Thailand - bij verstek ter dood veroordeeld. Hoewel het geheel werd gekleurd door de invloed van Vietnam en de Sovjet-Unie, die het liefst alle schuld bij hun rivaal China wilden leggen, was het een begin.

UITEINDELIJK DUURDE het tot 1997 voordat de Verenigde Naties besloten dat er een tribunaal moest komen. Maar wat voor tribunaal? Westerse mensenrechtenorganisaties wilden een VN-rechtbank zoals voor Joegoslavië en Rwanda. Maar men wist dat China die mogelijkheid zou blokkeren in de Veiligheidsraad. China wilde helemaal geen tribunaal; het land heeft de Rode Khmer altijd gesteund met grote hoeveelheden wapens en adviseurs.
Amerika wilde weer dat het tribunaal zich zou beperken tot de periode dat de Rode Khmer aan de macht was. Anders zouden immers ook de geheime bombardementen van de toenmalige regering-Nixon in beeld komen. Tussen 1969 en 1973 gooiden de Verenigde Staten meer explosieven op Cambodja dan op Japan in de Tweede Wereldoorlog. Het kostte honderdduizenden levens en dreef talloze dorpelingen in de armen van de Rode Khmer.
In Cambodja zelf was het enthousiasme voor een tribunaal intussen danig bekoeld. 'Een rechtszaak haalt de wonden open en leidt tot mogelijke instabiliteit’, zei premier Hun Sen in die tijd. 'Laten we een gat maken en het verleden daarin begraven.’ Hun Sen is zelf een voormalig Rode Khmer-lid dat deserteerde en naar Vietnam vluchtte. In zijn machtsbasis zaten veel oud-soldaten van de Rode Khmer, die het risico zouden lopen voor een tribunaal te eindigen. Hun Sen eiste daarom dat Cambodja zelf de bovenhand had in het tribunaal.
'Van alle tribunalen die er zijn geweest, was dit het meest controversiële’, zegt schrijver Fawthrop. 'Elke diplomaat die ik destijds sprak, zei: dit tribunaal gaat er nooit komen.’ Toch kwamen de Verenigde Naties en Cambodja in 2003 tot een overeenkomst. Het werd een rechtbank waarin Cambodjaanse rechters in de meerderheid zijn, maar voor hun besluiten steun moeten hebben van minstens één VN-rechter. Een internationale en een Cambodjaanse aanklager werken samen. En het tribunaal berecht alleen leiders van de Rode Khmer, voor de periode 1975-1979.
Na opnieuw jaren van oponthoud werden vijf Rode Khmer-leiders opgepakt en aangeklaagd. Eindelijk kon het proces beginnen. Maar de lange vertraging had grote gevolgen. Pol Pot stierf in 1998 een natuurlijke dood; het meesterbrein achter het moordregime kon niet meer worden berecht.

DE MAN DIE maandag zal worden veroordeeld, werkte na de val van het regime jarenlang onder een valse naam als ontwikkelingswerker. Later pakte hij zijn oude beroep als leraar wiskunde weer op. Een goede leraar, volgens zijn leerlingen, maar met een opvliegend karakter. Pas in 1999 werd hij opgespoord door de Ierse fotojournalist Nic Dunlop, die zijn zoektocht beschrijft in het boek The Last Executioner.
Zijn omgeving wist niet dat hij de baas was geweest van de beruchte S-21-gevangenis. Dat voormalige schoolgebouw in Phnom Penh is nu de meest sprekende herinnering aan de misdaden van het regime. Het bed waarop de Vietnamezen een vastgebonden lijk vonden dat in de haast was achtergelaten, staat er nog steeds. Op een bord staan de regels waar gevangenen zich aan moesten houden. 'Terwijl je stokslagen of elektrische schokken krijgt, mag je niet huilen.’ Het meest indringend zijn de foto’s. Duch hield van orde: elke gevangene die binnenkwam, werd vastgelegd. Van de duizenden mannen, vrouwen en kinderen die de bezoeker aanstaren, hebben slechts een stuk of tien het overleefd.
'Iedereen die werd gezien als vijand en naar S-21 werd gestuurd, moest ondervraagd, gemarteld en vernietigd worden’, zei Kaing Guek Eav tijdens zijn proces. ’S-21 had geen toestemming om iemand vrij te laten, anders zouden wij worden gedood.’ Dat gold ook voor kinderen van gevangenen, want stel dat zij later hun ouders zouden willen wreken? De gevangenisbewaarder gaf toe dat bewakers baby’s doodsloegen tegen bomen op de killing fields.
De verklaringen van Duch en van getuigen haalden voor miljoenen Cambodjanen een periode terug waar nauwelijks meer over werd gepraat. Zij volgden het proces op televisie of de radio. Ruim dertigduizend Cambodjanen bezochten de rechtszaal. 'Er is iets veranderd. Mensen schamen zich niet meer om hierover te praten’, zegt psychiater Sothara Muny vanuit Phnom Penh. 'En ze realiseren zich dat praten hen helpt.’ Want Cambodja is een getraumatiseerd land. Volgens de Transcultural Psychosocial Organisation, waar Sothara Muny voor werkt, lijden twee op de vijf Cambodjanen aan een angsstoornis en bijna dertig procent aan posttraumatische stress.
Dankzij de rechtszaak leren ook jongeren over het regime. In schoolboeken komt de Rode Khmer nauwelijks voor. Jonge mensen denken soms dat Pol Pot een politiek concept was, in plaats van een persoon. 'Nu begint de jonge generatie vragen te stellen. Ze willen bevestigd zien of het echt zo is gegaan als getuigen zeggen’, zegt Sothara. Bovendien heeft Kaing Guek Eav een belangrijk misverstand opgehelderd. Hij zei dat de daders toch echt Cambodjanen waren. Veel Cambodjanen denken dat China erachter zat, of andere buitenlanders. Dat Khmer andere Khmer hebben gedood, kunnen zij niet geloven.
Toch wil Sothara het tribunaal nog geen succes noemen. Dat het proces anderhalf jaar duurde en vol zat met technische details zorgde volgens hem ervoor dat mensen hun interesse verloren en alleen nog wachten op het eindresultaat. En wat als dat tegenvalt? Vorige week was hij bij een bijeenkomst om Rode Khmer-slachtoffers die zich als belanghebbende in het proces hebben aangemeld, voor te bereiden op het vonnis. Zij waren als de dood dat Duch wordt vrijgelaten, omdat hij al tien jaar heeft vastgezeten. 'Ze schamen zich tegenover hun buren, want die hebben hen gewaarschuwd om niet mee te doen. Als hij wordt vrijgelaten, krijgen die gelijk.’
Bovendien geldt Kaing Guek Eav niet als de hoofdprijs. Hij volgde orders op, zei hij, anders zou zijn familie worden gedood. 'Ik betwijfel of we veel wijzer zijn geworden over de Rode Khmer-periode’, zegt fotograaf Dunlop, die Duch opspoorde en het proces heeft gevolgd. De belangrijkste vraag heeft Kaing Guek Eav niet beantwoord: hoe heeft dit kunnen gebeuren?

HET ANTWOORD MOET komen van de tweede rechtszaak in het tribunaal, waarin vier hogere leiders terechtstaan. Minister van Buitenlandse Zaken Ieng Sary, zijn vrouw en minister van Sociale Zaken Ieng Thirith, president Khieu Samphan en topideoloog Nuon Chea. Of het tribunaal deze rechtszaak tot een goed einde brengt, is om allerlei redenen hoogst onzeker. 'Volgens mij zitten ze in de problemen. En dat weten ze zelf ook’, zegt Nic Dunlop. 'Ik denk dat ze nerveus zijn.’
Ten eerste zijn alle verdachten hoogbejaard en in slechte gezondheid. De hele dag staat een ambulance paraat, voor het geval er iemand bezwijkt. Het proces begint op z'n vroegst in 2011. Veel Cambodjanen vrezen dat de voormalige Rode Khmer-leiders het loodje leggen voordat zij verantwoording kunnen afleggen.
Dan is de vraag of er wel genoeg bewijs is. Is er wel een direct verband te leggen tussen hun daden en de dood van honderdduizenden landgenoten? Duch was een gemakkelijke verdachte. Hij bood zijn excuses aan aan de nabestaanden, vroeg hun om vergeving, huilde tijdens zijn getuigenis. Niets van dit alles bij de andere vier verdachten. Zij ontkennen verantwoordelijkheid en schuiven alle schuld op hun dode leider Pol Pot.
Bovendien zit het tribunaal in geldnood. Tot nu toe heeft het 123 miljoen Amerikaanse dollar gekost: ruim twee maal zo veel als aanvankelijk begroot. Begin deze maand kreeg het weer 2,3 miljoen dollar van de Japanse regering, de grootste donor. Daardoor kan het tot september de Cambodjaanse staf uitbetalen, die dit voorjaar al anderhalve maand op haar salaris moest wachten. Voor dit en volgend jaar is in totaal 92,3 miljoen dollar nodig; bijna dat hele bedrag moet het tribunaal nog bij donoren lospeuteren.
Regeringen zijn mede huiverig om het tribunaal te financieren door de aanhoudende berichten over corruptie. Cambodjaanse werknemers zouden tot wel dertig procent van hun salaris aan hun bazen moeten afstaan om hun lucratieve baantjes te krijgen en te behouden. Hoewel de berichten al sinds het begin van het tribunaal naar buiten komen, weigert de Cambodjaanse regering er iets aan te doen.
Maar de grootste smet op de geloofwaardigheid van het tribunaal is dat de Cambodjaanse regering zich ermee blijft bemoeien. 'Ik zie het tribunaal liever falen dan dat er weer oorlog komt in Cambodja’, zei premier Hun Sen rond het begin van het Duch-proces. Eerder dit jaar kwamen zes hoge regeringsfunctionarissen niet opdagen toen ze als getuige werden opgeroepen, met steun van de regering. Als dat de internationale medewerkers van het tribunaal niet bevalt, kunnen ze 'hun kleren pakken en terug naar huis gaan’, liet een woordvoerder weten.
Premier Hun Sen maakt bovenal duidelijk dat hij niet wil dat er méér verdachten worden vervolgd. De internationale aanklager wilde zes extra Rode Khmer-leden laten voorkomen, van wie er één overigens al is overleden. Het liep uit op een ruzie met zijn Cambodjaanse tegenhanger, maar in september kreeg hij alsnog gelijk. Alleen lijkt het er nu op dat de Cambodjaanse medewerkers van de aanklager van hogerhand zijn geïnstrueerd niet aan het nieuwe onderzoek mee te werken. Sinds september is er niets meer over de nieuwe verdachten vernomen.

AL DEZE PROBLEMEN hebben ervoor gezorgd dat veel Cambodjanen hun vertrouwen in het tribunaal al hebben verloren. Veel hoogopgeleide vrienden van Theary Seng, bijvoorbeeld. Zij is oprichter van het Centrum voor Rechtvaardigheid en Verzoening in Phnom Penh en meldde zich als eerste aan als belanghebbende, omdat ze haar vader verloor aan de Rode Khmer. 'Voor mijzelf is de drempel nog niet bereikt waarop ik me van het tribunaal af wil keren. Maar de Verenigde Naties moeten een moment hebben waarop ze zeggen: dit is genoeg, onze kwaliteitscriteria worden niet gehaald, we stoppen ermee.’
Zelf geeft ze nog niet op, omdat ze ziet hoe de rechtszaak ervoor heeft gezorgd dat er in de samenleving over de Rode Khmer wordt gepraat. 'De tweede rechtszaak is de echte test. Als het verder uit de hand loopt met het politieke gemanoeuvreer, als de mensen ophouden met vragen stellen… Dan is het het voor mij niet meer waard.’
Voor de Amerikaans-Cambodjaanse politiek-econoom Sophal Ear is de grens al overschreden. Hij verloor zijn vader en broer en meldde zich ook als belanghebbende. Als het tribunaal na vier jaar en 89 miljoen dollar aan donaties alleen een veroordeling van Duch kan laten zien, 'kunnen overlevenden van de Rode Khmer de gerechtigheid als verloren beschouwen’, schreef hij in maart in een opiniestuk in The New York Times. Voor de betrokken buitenlanders ging het vooral om 'het creëren van banen voor internationale ambtenaren en een podium voor buitenlandse advocaten, van wie de carrière afhangt van het toevoegen van een extra tribunaal aan hun curriculum vitae’, aldus Ear.
Had het anders gekund? Een alternatief voor een tijdrovend en kostbaar tribunaal was een waarheids- en verzoeningscommissie à la Zuid-Afrika geweest, waarin daders in ruil voor amnestie hun verhaal doen en om vergeving vragen. Dat was misschien beter geweest om de waarheid aan het licht te brengen, denkt Ear. Ook was het een manier geweest om gewone Cambodjanen meer bij het proces te betrekken. Veel van hen kunnen precies aanwijzen wie de Rode Khmer-beulen in hun eigen dorp zijn geweest, en hebben al die jaren met hen moeten samenleven.
Aan de andere kant past een verzoeningscommissie volgens schrijver Tom Fawthrop beter bij de christelijke dan bij de boeddhistische cultuur: 'Het concept van de biecht is totaal vreemd in Cambodja. Er zijn geen aanwijzingen dat een van de Rode Khmer-leiders ook maar een beetje spijt heeft.’ Misschien is het geen toeval dat Duch, de enige verdachte die wél berouw heeft getoond, zich in de jaren negentig bekeerde tot het christendom.
Voorlopig zal Cambodja het moeten doen met het vonnis van komende maandag. De aanklagers hebben veertig jaar cel geëist, wat zou betekenen dat Kaing Guek Eav de rest van zijn leven doorbrengt achter de tralies. Het is een begin. Maar voor miljoenen overlevenden en nabestaanden is te hopen dat het daar niet bij blijft.