Krapte op de arbeidsmarkt

Niet iedereen is nodig

Werkloze zestigers, solliciterende schoolverlaters, mensen met een ‘vlekje’: ze hoeven niet te treuren. Ondanks miljardenbezuinigingen is er binnenkort werk voor iedereen - beweert de regering. Maar wat nu als dat een mythe is?

Medium hh 04970259

GAAT HET IN 2015 gebeuren, in 2020, of zijn we anno 2012 al getuige van de krapte op de arbeidsmarkt? Alle jaartallen, plus nog een rits andere, zijn de afgelopen tijd genoemd. Zoveel gegoochel met prognoses zou argwaan moeten wekken. Maar voor de Nederlandse regering staat het nog altijd als een paal boven water. Door de vergrijzing zullen er spoedig grote tekorten ontstaan op de arbeidsmarkt. Dan hoeft niemand meer langs de kant te staan.
Op die hoopvol stemmende aanname rust het gehele regeringsbeleid. Het is het zoet na het zuur. Het wenkende perspectief in barre tijden. Hoeveel pijnlijke, nieuwe miljardenbezuinigingen er de komende maanden ook afgesproken worden, hoeveel ontslagen als gevolg daarvan ook zullen vallen - het geeft niet. Over een paar jaar is er werk voor iedereen. De hernieuwde recessie waarin Nederland verkeert, doet dat geloof ogenschijnlijk niet wankelen. Hoewel het Centraal Planbureau (CPB) inmiddels een stijging van de werkloosheid naar zes procent voorspelt, relativeerde minister Van Bijsterveldt vorige maand nog de dreigende ontslagen in het onderwijs. Zelfs áls dat zou gebeuren, zo meldde zij in de Volkskrant, is er nog geen sprake van een ramp. Vanaf 2015 stijgt immers het aantal onvervulde vacatures. Met hetzelfde argument werd eerder de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar verdedigd. Dat werkgevers zelden ouderen aannemen, hoeft geen probleem te zijn, heette het. Want binnen afzienbare tijd is iedereen nodig. Of diegene nou 30 of 65 jaar oud is. In het regeerakkoord tussen VVD en CDA wordt zelfs gesproken van ‘een rechtstreeks verband tussen voldoende handen aan het bed straks en het besluit de AOW-leeftijd op te trekken nu’.
Zelfs de bezuinigingen op de gesubsidieerde arbeid en de sociale werkplaatsen laten zich op die manier verantwoorden. 'Werkgevers zitten straks te springen om mensen, ook als ze een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben, zoals deze jongeren’, betoogde de verantwoordelijke staatssecretaris De Krom vorig jaar bij een werkbezoek aan een trainingscentrum in Amersfoort, waar probleemjeugd wordt voorbereid op een stage.
Navraag leert dat De Krom zich baseert op het rapport over de arbeidsparticipatie van de commissie-Bakker, Naar een toekomst die werkt. Het vaak aangehaalde document staat vol alarmerende cijfers - die in de oorspronkelijke bronnen overigens met de nodige slagen om de arm gepresenteerd worden. Tot 2040 neemt de beroepsbevolking met maar liefst één miljoen mensen af, stelt de commissie-Bakker niettemin vol overtuiging. Tegelijkertijd blijft de vraag naar arbeid fors groeien. Alleen al tot 2015 ontstaan zeshonderdduizend nieuwe banen. Daarbovenop komen nog eens 2,6 miljoen banen die vervangen moeten worden, omdat werknemers met pensioen gaan of arbeidsongeschikt worden. De conclusie van de commissie is dan ook glashelder: 'We hebben de komende decennia iedereen nodig.’

MAAR DAT WAS in de zomer van 2008. Een paar maanden later ging aan de overkant van de oceaan de zakenbank Lehman Brothers failliet en raakte de wereldeconomie in het slop. Nederland heeft die crisis, zo bleek afgelopen week opnieuw uit de sombere cijfers van het CPB, nog altijd niet achter de rug. Deze hernieuwde tegenslag schopt alle prognoses voor de arbeidsmarkt danig in de war. 'Van structurele krapte zal voorlopig in elk geval geen sprake zijn’, voorspelt CPB-arbeidsmarktspecialist Rob Euwals. 'De werkloosheid loopt juist op.’ Paul de Beer, bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam, is dezelfde mening toegedaan. 'Het enorme tekort aan arbeidskrachten in 2015 dat de commissie-Bakker voorspelde, komt in elk geval niet uit’, zegt hij. 'Dat schuift op z'n minst enkele jaren door.’
De cijfers uit het rapport van de commissie-Bakker zijn dus achterhaald. Dat ze desondanks gebruikt worden ter onderbouwing van een omstreden maatregel als de bezuinigingen op de gesubsidieerde arbeid is vreemd. Maar dat is nog niet alles. Het blijkt niet alleen discutabel wanneer, maar zelfs óf de structurele krapte op de arbeidsmarkt zal intreden. Is het tekort aan arbeidskrachten werkelijk zo onvermijdelijk als de politiek suggereert?
Een van de mensen die hier niet aan twijfelt, is econoom Frank Cörvers van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt in Maastricht. Hij trekt een vergelijking tussen de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de klimaatverandering: 'Dat de aarde opwarmt, betekent niet dat we nooit meer een strenge winter krijgen, zoals we dit jaar allemaal hebben kunnen merken. Maar het gebeurt minder vaak. Op dezelfde manier denk ik dat het met toekomstige personeelstekorten gaat. Natuurlijk zal er ook de komende decennia soms werkloosheid zijn. Maar die periodes zullen korter duren. Omgekeerd geldt dat de periodes van krapte heftiger verlopen.’
Daar is niet iedereen het mee eens. Paul de Beer gelooft helemaal niet in een dreigende, structurele krapte: 'Stel je voor: een bedrijf heeft een vacature. Structurele krapte veronderstelt dat zo'n werkgever, als zich niemand meldt, jaar in, jaar uit gaat zoeken naar een geschikte kandidaat. Alsof je met een blinddoek op blijft speuren naar personeel dat er niet is. Iedere ondernemer die werkelijk wat onderneemt, weet dat dit onzin is. Een bedrijf zal op zoek gaan naar andere strategieën.’ De Beer somt een aantal mogelijkheden op. Werk kan verplaatst worden naar het buitenland. Er worden Polen of Roemenen gehaald, of er wordt arbeidsbesparende technologie ingezet. De Beer: 'Ik ontken niet dat deze overgangsfase enige jaren kan duren. Maar dat is een tijdelijke krapte, net zoals we die in de jaren negentig al eens zagen. Geen structurele krapte.’
Hij krijgt bijval van CPB-onderzoeker Euwals. Toen minister Kamp vorig jaar op een congres over de arbeidsmarkt sprak van krapte rond 2020 - 'bij de huidige economische groei’ - baseerde hij zich volgens zijn woordvoerder op een rapport uit 2009 dat mede geschreven was door Euwals. Toch trekt deze heel andere conclusies: 'Ten eerste: dat onderzoek ging alleen over de ontwikkeling van het arbeidsaanbod. Niet over de vraag naar arbeid.’ Maar, zo voegt Euwals eraan toe, dat is niet zijn belangrijkste bezwaar. 'Bij het CPB geloven we niet zo heel erg in structurele krapte op de arbeidsmarkt. Kijk, als er krapte is, zullen de lonen stijgen. Of een deel van het werk wordt in plaats daarvan geautomatiseerd of verdwijnt naar het buitenland.’
De arbeidsmarkt is kortom veel dynamischer dan we denken. Dat oudere werklozen straks zonder moeite aan de bak komen, is dan ook allerminst vanzelfsprekend, meent Euwals: 'Ook daar hebben wij niet zo'n vertrouwen in. Een werkgever maakt een kosten-baten-analyse. Wil je als oudere opnieuw aan de slag komen, dan gaat dat in de toekomst heus niet vanzelf. Dan moet je je looneisen omlaag schroeven, of tijdelijke contracten of een zzp-constructie accepteren.’
Euwals erkent dat het probleem van personeelstekorten in de publieke sector lastiger is op te lossen. 'Mensen vragen zich natuurlijk af wie straks de kinderen onderwijs geeft, of wie hen verzorgt wanneer ze oud zijn. Maar is het tekort aan leraren en verplegers een kwestie van krapte op de arbeidsmarkt? Of van te lage lonen? Ik denk dat laatste: het is bovenal een financieringsprobleem.’ Dat gaat, nu er weer gepleit wordt voor een nullijn, ongetwijfeld tot lastige discussies leiden. Maar, zo stelt Euwals, doe niet alsof die onderwijzers of verplegers straks niet te vinden zijn. Als de burger maar bereid is de portemonnee te trekken om concurrerende lonen te betalen in de publieke sector.

'VOOR HET EERST in de geschiedenis zullen er structureel minder mensen beschikbaar zijn om te werken dan er banen zijn’, voorspelde de commissie-Bakker in 2008. Helemaal juist was dat toen al niet. Nog afgezien van de pestepidemie die halverwege de veertiende eeuw de Europese bevolking en daarmee ook het arbeidspotentieel decimeerde, kende Nederland ook in de jaren zestig een krappe arbeidsmarkt.
Toch zijn er voldoende redenen om aan te nemen dat het niet tot een herhaling komt. Paul de Beer wijst erop dat de huidige situatie totaal anders is. 'Nederland had toen nog een starre arbeidsmarkt. Er waren bijvoorbeeld genoeg vrouwen die konden werken. Maar in plaats daarvan werd nog liever gekozen voor gastarbeiders.’ Wat wel weer bewijst dat zelfs in die starre arbeidsmarkt de vraag zich aanpaste aan het beperktere aanbod. 'De textielindustrie en de scheepsbouw zijn in die jaren ook grotendeels naar het buitenland verplaatst. En de mijnen werden gesloten.’ Dat die maatregelen slechts beperkt effect hadden, lag volgens De Beer aan de florerende economie. 'De economie groeide jaarlijks met vijf procent. Dat was kortom een unieke situatie.’
Tegenwoordig is de arbeidsmarkt veel flexibeler. Bovendien verkeert Nederland, anders dan in de jaren zestig, in een economische neergang. Het ligt dan ook voor de hand dat de personeelstekorten, als ze überhaupt ontstaan, tijdelijk zullen zijn en beperkt tot specifieke sectoren, zoals de zorg, het onderwijs en sommige technische beroepen.
Maar vooralsnog kampt Nederland eerder met het omgekeerde. In plaats van te blijven praten over toekomstige krapte, ziet De Beer dan ook meer in maatregelen om de stijgende werkloosheid te bestrijden: werknemers bijscholen, tijdelijk gesubsidieerde banen, misschien zelfs weer arbeidstijdverkorting. Waarom de regering in plaats daarvan blijft hameren op een dreigende krapte? 'Je weet natuurlijk nooit of het opzet is’, begint De Beer voorzichtig. 'Maar ik heb soms het gevoel dat politici met opzet veel praten over wat zich op de lange termijn kán voordoen, om de aandacht af te leiden van de problemen op de korte termijn. Hoe je het ook wendt of keert: we kampen nú met relatief hoge werkloosheid. Maar daar hoor je bijna niemand over.’

beeld: Stijn Rademaker/HH