In de marge

Niet in de krant wel online

Darwins iPod
Charles Darwin (1809-1882) schreef in zijn autobiografie over het belang van poëzie. ‘Tot mijn dertigste jaar, of daaromtrent, bood poëzie van allerlei slag me veel plezier; ik heb ook wel gezegd dat ik vroeger aan schilderijen aanzienlijk, en aan muziek zeer veel genoegen beleefde. Maar nu verdraag ik al jaren geen regel poëzie meer. Ik heb onlangs geprobeerd Shakespeare te lezen, maar ik vond het zo onverdraaglijk saai, dat ik er misselijk van werd. Ik ben mijn voorliefde voor beelden en muziek ook bijna helemaal kwijt. Mijn geest lijkt wel een soort machine geworden voor het vermalen van grote verzamelingen feiten, om daar algemeen geldende wetten uit te halen.

Als ik mijn leven over zou mogen doen, dan zou ik er een vaste regel van maken om tenminste een keer per week wat poëzie te lezen en naar muziek te luisteren. Het verlies van deze ontvankelijkheid is een verlies aan geluk, het beschadigt (mogelijk) het intellect, en meer waarschijnlijk het morele karakter, door het verzwakken van het emotionele deel van onze menselijke natuur.’

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Via Poynteronline, www.poynter.org

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Samuel Pepys’ dagboek, 8 februari 1663

Dag des Heren. + Opgestaan, en omdat het heel erg vroor liep ik naar White Hall, naar my Lord Sandwich; daar bij de haard gezeten tot kerktijd, en dan ter kerke, waar de kleine Dr. Duport uit Cambridge preekte over de woorden van Jozua, ‘Aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den Heere dienen!’. Maar hoewel hij een groot geleerde is leverde hij de meest dodelijk saaie preek af, zowel qua inhoud als qua manier van presenteren, die ik ooit heb gehoord, en hij ging nog veel te lang door ook, wat het allemaal nog erger maakte. +

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Met Creed en kapitein Ferrers naar het park [St. James’s Park], en daar heerlijk gewandeld, gekeken naar uitglijende mensen. We spraken de hele tijd, en kapt. Ferrers vertelde me allerlei verhalen over het Hof, onder andere hoe een maand geleden, tijdens een bal aan het Hof, één van de Dames onder het dansen een baby had laten vallen, en niemand wist wie. Iemand anders pakte het in haar zakdoek. De volgende morgen vroeg verschenen alle Hofdames aan het hof om zich vrij te pleiten, zodat niemand wist wie nou de oorzaak was van het ongeluk. Maar het blijkt dat Mevr. Wells die middag ziek is geworden, en sindsdien niet meer is gezien, en dus werd geconcludeerd dat zij het was.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Een ander verhaal betrof my Lady Castlemaine, die een paar dagen daarna Mrs Stuart voor een partijtje had uitgenodigd. ’s Avonds begonnen ze een klucht: ze zouden met elkaar trouwen, en trouwen deden ze, met een ring en alle ceremonies van een kerkdienst en linten en Spaanse kandeel in bed, en het gooien van de kous. Maar aan het eind, zo werd gezegd, stapte Lady Castlemaine, die de bruidegom speelde, uit het bed, en de Koning kwam binnen en nam haar plaats in naast die knappe Mrs. Stuart. Er wordt gezegd dat het echt zo gegaan is.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Noot: Winifred Wells, hofdame van koningin, was maîtresse van koning Charles II; het kind zou van de koning zijn geweest.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

J. Duncan en M. Derrett bespreken in het januarinummer van Journal of the History of Sexuality regels over masturbatie in boeddhistische kloosters uit de vierde eeuw voor Christus, dus vrij snel na de tijd van Boeddha (556-486 voor Chr.) zelf. Kloosterlingen mochten daarbij niet de rechterhand gebruiken omdat die bestemd was voor de aanname en het geven van geschenken. Bij de Romeinen gold volgens de schrijvers overigens dezelfde regel. Vaak spreken de heilige regelboeken van kloosterlingen over de ‘intentional emission of semen’, maar er was veel discussie over wat precies wel of niet doelbewust was.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

In het septembernummer van Social Forces, An International Journal of Social research, vol 85, schrijft Jennifer C. Lena over de sociale context en de inhoud van rapmuziek tussen 1979 en 1995. Volgens haar bestaat er een verband tussen de productie van deze muziek en de inhoud. Teksten van artiesten bij onafhankelijke labels hebben de neiging de nadruk op lokale omstandigheden te leggen en zetten zich af tegen de gevestigde productiefirma’s. Zit je bij die grotere bedrijven, dan leg je juist de nadruk op ‘street credibility’ en op commercieel succes. Dit verschil laat zich ook in allerlei subgenres aantonen.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

D. Everaert onderzocht voor Biekorf, driemaandelijks blad (106de jaargang) van het West-Vlaams Archief voor Geschiedenis, Archeologie, Taal en Volkskunde, wat er precies in Brugge gebeurde met het lijk van een terechtgestelde in de achttiende eeuw. Het lijk werd na de terechtstelling bij het stadhuis onder een vaak uitgebreid escorte naar het galgenveld gebracht en daar tentoongesteld. Op een rad, aan een galg, of in een soort gaffel. In 1735 was er discussie over: moest de schout mee met die optocht? Ook zelfmoordenaars belandden op het galgenveld en werden tentoongesteld. Het lichaam van de zelfmoordenaar Andries Hoste bleef in 1781 tussen 15 mei en 28 november min of meer intact.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

De gewoonte om een lok haar van een dierbare in een medaillon te bewaren, verkeerde rond 1800 nog op zijn hoogtepunt. Een prachtige verzameling is te zien op http://www.nsula.edu/watson_library/hair/. Niet alleen dweepzieke bakvissen, ook dichters en denkers bewaarden wel eens een haarlok van een verwante ziel. Zo koesterde John Keats een lok van de zeventiende-eeuwse dichter John Milton, waarover hij in 1808 een gedicht schreef: On a Lock of Milton’s Hair. De krul kwam uiteindelijk terecht in de verzameling van Leigh Hunt, een negentiende-eeuwse dichter, die er een halve haarverzameling op nahield. ‘There seems a love in hair, though it be dead’, zo verklaarde hij dichterlijk zijn hobby. Zijn verzameling, met haar van Elizabeth Barrett Browning en Keats, rust nu in de universiteit van Texas.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

De kranten berichtten onlangs dat de actie ‘Nederland Leest’ een groot succes was. De cpnb gaat daarom ook dit jaar weer een gratis boek verspreiden via de bibliotheek, en heeft daarvoor De gelukkige klas (1926) van Theo Thijssen gekozen. Een groot succes, zeker, maar uit de enquête die na afloop onder 345 bibliothecarissen is gehouden valt meer interessants te halen. Zo vond een meerderheid de keuze voor Frank Martinus Arions Dubbelspel niet geslaagd, het publiek had er weinig mee op, meenden zij. Ook hadden de bibliothecarissen het idee dat vooral mannen kwamen voor het boek, en meer 40-plussers dan jongeren. De bibliotheken betwijfelden ten zeerste of al die 750.000 boeken ook echt gelezen zijn, veel bezoekers wilden het boek alleen ‘voor de heb’. Bij 22 procent van de bibliotheken waren nog aantallen over.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

De gemiddelde Vlaamse dichter is niet een zachtogige maagd, om in termen van Willem Kloos te spreken, maar een burgerman van 51 jaar. Die analyse althans maakte Marc Reynebeau (1956) in De Standaard, nadat hij de poëzieoogst van de afgelopen twee jaar had bekeken. De 82 bundels waren ingestuurd voor de Herman de Coninck-poëzieprijs. Het gevolg van deze demografische tendens is volgens hem ‘een kleinburgerlijk windje’ dat door de Vlaamse poëzie waait, met daarin veel midlifecrisis en weinig avontuur. In Nederland verschijnt bijna het dubbele aantal bundels per jaar, maar over een profielschets van de gemiddelde dichter beschikken we (nog) niet.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..
De meest irritante geluiden van de wereld

1 Kotsen

2 Microfoon-feedback

3 Krijsende baby’s

4 Remmende treinwielen op rails

5 Een piepende speeltuinwip

6 Een onkundig bespeelde viool

7 Een windkussen

8 Ruzie tussen soap-acteurs

9 Dreunende waterpijpen

10 De Tasmanian Devil

Onderzoek van de universiteit van Salford via het internet. 1,1 miljoen mensen reageerden (www.[sound101.org](http://www.sound101.org/)). Kattengejank en mobiele-telefoonsignalen eindigden ex aequo op de twaalfde plaats, vingernagels-op-schoolbord op de zestiende en snurken kwam (verrassend genoeg) niet verder dan de 26ste plek.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

O the doom
Op 27 november 1912 overleed Emma Lavinia Hardy, echtgenote van de schrijver Thomas Hardy. Het ging al lang slecht met haar. Ze leed aan waandenkbeelden, kleedde zich raar, schreef hysterisch-religieuze traktaten en had ernstige pijn in ruggengraat en gewrichten, waar ze opium voor nam. Een goede vriendin dacht dat ze leed aan ‘nerves and melancholia’; de dienstdoende dokter noteerde ‘heart failure and impacted gallstones’.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

In TLS (6 december 2006) concludeert de gepensioneerde arts Robert Frizell dat de werkelijke diagnose alleen gevorderde syfilis kan zijn. In het derde stadium van de ziekte ondergaat de patiënt een sterke persoonlijkheidsverandering, met vergeetachtigheid, grootheidswaan en verval van aandacht voor uiterlijke verzorging; daarna zet dementie in. De patiënt eindigt uiteindelijk verlamd, stom en incontinent.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Hardy moet verantwoordelijk zijn geweest voor de besmetting. Hij hield, bewust of onbewust, de ontwikkeling van de ziekte bij in zijn gedichten, van het moment waarop ‘the first dart fell’, tot ‘the fully bared thing’ hem aangrijnst en ‘the change’ onafwendbaar blijkt: ‘O the doom by someone spoken’. Emma klaagt niet, schrijft hij, maar het huwelijk verijst: ‘… hence our deep division, and our dark undying pain’.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Toen de diagnose (in 1891) werd gesteld beëindigde Hardy zijn buitenechtelijke relatie met zijn protégé Rosamund Tomson. Bij hem zette de syfilis echter niet door. Hij hertrouwde in 1914 en stierf pas in 1928.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Elke schrijver heeft een uniek vocabulaire en laat daarmee een onzichtbare handtekening achter in zijn teksten. Kenners kunnen beweren een auteur aan zijn ‘stijl’ te herkennen, maar een speciaal hiervoor ontwikkeld computerprogramma biedt uitsluitsel met honderd procent zekerheid. Men vermoedde al dat de grote Romantische dichter Coleridge de auteur was van een anonieme Engelse vertaling uit 1821 van Goethe’s Faust; met behulp van dit computerprogramma is dat nu bewezen.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

De Duitse journalist Bodo Mrozek voert een eenmansstrijd voor het behoud van bedreigde woorden. Hij is auteur van het tweebandige Lexikon der bedrohten Wörter en schreef een wedstrijd uit voor ‘das schönste bedrohten Wort’. Voor woorden die niet meer tot leven gewekt kunnen worden, wil hij een begraafplaats te maken. Liefst in een verlaten omgeving, zoals een Oost-Duits spookstadje of een vervallen industriegebied in West-Duitsland.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Kader Abdolah’s My Father’s Notebook (Spijkerschrift) is genomineerd voor de Independent Foreign Fiction Prize. Het dagblad The Guardian noemde Abdolah in de bespreking van de roman ‘a powerful voice at an important moment’. My Father’s Notebook verscheen in 2006, zes jaar na de originele Nederlandse publicatie. Onder de twintig genomineerden staan enkele grote namen: de ‘grand old man’ van de Zweedse literatuur Per Olov Enquist (The Story of Blanche and Marie) en de Spaanse postmoderne taalvirtuoos Javier Marías (Your Face Tomorrow 2: Dance and Dream). De winnaar deelt het prijzengeld van tienduizend pond met zijn vertaler. Spijkerschrift werd in 2001 bekroond met de E. du Perronprijs.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Literaire sekspassages zijn een groeiende bron van vertier: op initiatief van het Vlaamse literaire evenement Saint Amour is de Goede Seks Prijs ingesteld, voor de mooiste literaire sekspassage. De meest ontspoorde Engelstalige literaire sekszin wordt al sinds enkele jaren bekroond met The Bad Sex Award van The Guardian. Dit jaar zag haar Nederlandstalige broertje de Slechte Seks Prijs het licht, onlangs uitgereikt tijdens het Antwerpse evenement De Nachten.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

‘Tot aan zijn elleboog zat hij in haar. Hij grabbelde in het rond, kreeg de wand van haar baarmoeder stevig te pakken en trok zijn arm langzaam terug.

Hij scheurde het orgaan uit haar lijf, rukte het uit de vagina. Darmen en andere ingewanden kwamen mee. Overal bloed. Hij bracht de baarmoeder naar zijn mond, beet er stukken uit, kauwde en slikte alles door.’ (Bart Van Lierde, Een sprong naar de hemel, winnaar Slechte Seks Prijs 2007)

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

De langst lopende hoorspelserie in de omroepgeschiedenis staat op het net. Het Bureau, naar de populaire romancyclus van J.J. Voskuil, is te beluisteren op www.hoorspelhetbureau.nl.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..