Niet-joodse asielzoekers leven in armoede

Tel Aviv – Het is tien uur ’s ochtends en tijd om water te drinken. Tegen de achtergrond van veertien huilende en brabbelende baby’s die aan de andere kant van het lokaal in hun bedjes liggen, probeert Yaly twintig peuters aan hun tafeltjes te laten zitten.

De Israëlische scholiere werkt samen met een paar klasgenootjes regelmatig als vrijwilliger op Aseda, een kinderdagverblijf voor vluchtelingen. Yaly vindt het werk leuk om te doen, al is het jammer dat de kinderen nooit buiten kunnen spelen, zegt ze. De opvang bevindt zich in een kelder.

Er verblijven zo’n vijftigduizend (voornamelijk politieke) vluchtelingen in Israël, meestal afkomstig uit Eritrea en Soedan. Het overgrote deel van hen leeft in moeilijke omstandigheden. Ze krijgen geen verblijfsvergunning of werkvisum en zijn gedwongen om tijdelijke, slecht betaalde baantjes aan te nemen. Een groot verschil met de joodse migranten uit bijvoorbeeld Oekraïne, die een warmer welkom in Israël krijgen: zij ontvangen financiële ondersteuning, hulp bij huisvesting en gratis Hebreeuwse les.

Een gemeentelijke kinderopvang, waar het maandtarief gemiddeld tweeduizend sjekel (475 euro) bedraagt, is onbetaalbaar voor Afrikaanse vluchtelingen. En dus gaan hun baby’s en peuters naar onofficiële kinderdagverblijven. Deze zijn aanzienlijk goedkoper, maar voldoen niet aan de Israëlische richtlijnen wat betreft zorg en veiligheid. Het grootste probleem is dat er te weinig medewerkers zijn, waardoor baby’s soms halve dagen alleen in hun bedje liggen. Begin dit jaar overleden vijf kindjes onder onduidelijke omstandigheden in dit soort kinderdagverblijven.

Als de peuters van Aseda klaar zijn met drinken, deelt Yaly papier, krijtjes en stickers uit. De Ghanese Daniela Bervell, die dit kinderdagverblijf in het armoedige Zuid-Tel Aviv runt, helpt mee op de babygroep. Tussendoor geeft ze Yaly instructies en regelt ze een tandartsafspraak voor een van de peuters. Dankzij een enorm netwerk van Israëlische vrijwilligers is Daniela’s kinderopvang schoon, gezellig en zijn er, samen met de drie betaalde krachten, altijd genoeg volwassenen aanwezig om voor de kinderen te zorgen. Zo nu en dan komt er een huisarts langs die de kinderen kosteloos behandelt als hun iets mankeert; de meeste ouders zijn niet verzekerd.

De hele ochtend komen er nog ouders hun kind naar de opvang brengen. Daniela loopt door de gangen met kale betonnen muren om de deur voor ze open te doen. ‘Het is dat de huren zo hoog zijn in Tel Aviv, maar eigenlijk zou ik wel een andere locatie voor de opvang willen’, verzucht ze. ‘Niets bijzonders hoor, maar gewoon iets met ramen.’