Niet langer wegduiken

VOLGENS OPPOSITIEPARTIJ SP is de schuldencrisis in de eurozone het rechtstreekse gevolg van de eenwording in Europa, waardoor landen als Griekenland goedkoop geld konden lenen en hun munt niet meer konden devalueren, wat vóór de invoering van de euro nog een redmiddel was. Waarom die crisis bestrijden met nog meer eenwording? Wordt die dan niet misbruikt om een droom over een Verenigd Europa door te duwen?

Collega-oppositiepartijen als GroenLinks en D66 vinden de crisis daarentegen juist het gevolg van onvoldoende eenwording: als bij de invoering van de euro was geregeld dat vanuit Europa had kunnen worden ingegrepen als landen zich te veel met schulden belastten, dan was het nu niet zo uit de hand gelopen. Zij zoeken de oplossing dan ook in het zetten van stappen die Brussel meer invloed moeten geven.

De crisis rond de euro heeft de discussie over de macht van de Europese Unie en de invloed die Brussel mag uitoefenen in de lidstaten doen oplaaien. Niet alleen in Nederland, maar in alle eurolanden. Veel tijd om rustig na te denken is er echter niet, de crisis heeft zijn eigen, dwingende dynamiek.

Juist daardoor dreigen een paar gevaren. Een daarvan is dat er sluipenderwijs meer centrale aansturing in de eurozone komt zonder dat dit gepaard gaat met democratische controle. Weliswaar is het juist de onmacht van de politici waardoor de Europese Centrale Bank zich genoodzaakt zag van Italië te eisen dat dit land in ruil voor steun flink moest gaan bezuinigen, toch moet dit een uitzondering blijven. Het opstellen van de nationale begroting, de verdeling van het belastinggeld over verschillende uitgavenposten, de hoogte van het financieringstekort, het invullen van bezuinigingen - het is steeds een politieke afweging en geen technocratisch afvink- of invulnummertje. De burger moet er daarom via gekozen vertegenwoordigers over mee kunnen praten, ook als toezicht op begrotingen naar Brussel wordt verlegd, hoe stroperig democratie ook kan zijn.

Een ander gevaar is dat kritische kanttekeningen en vragen over tot hoe ver de arm van Brussel mag reiken, worden afgedaan met het argument dat daar nu geen tijd voor is. Juist dat zou sceptici sterken in hun opvatting dat ‘Europa’ wordt doorgedrukt en dat na de 'pauze’ door het nee tegen de Europese Grondwet de Europese trein nu gewoon weer voortdendert.

Juist in een tijd dat burgers onzeker zijn, over hun banen, hun pensioenen, hun spaargeld, vergt de discussie over verdere eenwording uitleg waarom dat wel of niet goed zou zijn. Critici wegzetten als nationalisten of bekrompen geesten verlamt een open debat over de figuurlijke grenzen van Europa en versterkt hen in hun opvatting. Omgekeerd zullen critici als de PVV nu echt moeten aangeven tot hoe ver ze wel willen gaan met Europa. Alleen nee roepen, kan niet meer.

Politici kunnen niet langer wegduiken. Als ze dat uit angst voor de kiezer toch doen zetten ze zichzelf en daarmee die kiezer buiten spel.