Niet lullen, maar poetsen

Een gesprek is een partijtje schaak. De openingen staan vast en vereisen jarenlange studie.
‘Hoe gaat het met u? Leuk u te zien. Alles goed met de kinderen?’

Dan volgen de tegenzetten: ‘Dank u, en met u? Het genoegen is geheel aan mijn kant. Aan de kinderen beleven wij veel plezier.’
Alleen de jonge, onervaren schaker gaat onbeheerst van start: 'Neuk je nog wel eens, ouwe lullo?’
Spontaniteit kan een wapen zijn. Maar spaar die voor het middenspel. Een weloverwogen offer doet wonderen, mits je gesprekspartner daarmee op het verkeerde been belandt.
'Ik ben jaloers op uw welsprekendheid’, zeg je dan bijvoorbeeld, even vals als enthousiast, om even later te concluderen dat je helaas gedwongen bent de feiten te laten spreken.
Dan volgt al snel het schaakmat.
Of bent u van mening dat het in een gesprek lang niet altijd om winnen gaat? Akkoord, wij nemen regelmatig met een remise genoegen. Dan gebruiken wij het gesprek om onze gesprekspartner te bestuderen. Even wordt het uur der waarheid uitgesteld. En vanzelfsprekend spelen wij ook simultaanpartijen en onbeduidende vluggertjes, in de kroeg bijvoorbeeld, enkel en alleen om in vorm te blijven. Maar praten hebben we heus niet uitgevonden om ons gewonnen te geven. Dat kan ook door simpelweg de handen omhoog te steken. Een spreker wil macht. Vandaar dat ook in het gesprek uiteindelijk geldt: Niet lullen, maar poetsen.