NOORDERSLAG 2009

Niet naar school

In de huidige, bruisende, Nederlandse popscene is plek voor de glamour van Giovanca, het volkomen gebrek daaraan van Steen, en alles en iedereen daartussen. En eindelijk kreeg de meest voor de hand liggende winnaar de Prijs.

MUZIKANTEN ZIJN GEEN schrijvers, maar toch: ooit schijnen in de Nederlandse popmuziek wel vormen van nijd, jaloezie en competitiedrift te hebben bestaan. Toen Huub van der Lubbe van De Dijk zaterdagavond in Groningen op Noorderslag met de Popprijs in zijn handen zijn klassieker Ik kan het niet alleen inzette, vertelde hij tussen het zingen door dat de boodschap van dit nummer samenvalt met de essentie van enkele decennia geschiedenis van zijn band: plezier en samenwerking.
En precies dat is wat, zo bleek op Noorderslag andermaal, de Nederlandse popmuziek op dit moment typeert: dat zichtbare plezier en de ontelbare dwarsverbanden tussen de meest relevante artiesten van vandaag. Al is het maar omdat opvallend veel van die artiesten (Roosbeef, Face Tomorrow, De Staat) op hetzelfde platenlabel zitten: het Utrechtse Excelsior.
De springerige Roosbeef geldt al jaren als het grootste talent in de traditie van André Manuel en Spinvis, maar liet zich niet opjagen, speelde zo veel mogelijk live, nam het wijze besluit haar vakantie-Engels te laten varen en zich toe te leggen op het Nederlands, en werkte in alle rust aan haar debuut. Dat is er nu, het heet Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten en het is een prachtplaat. De beloning: een uitpuilende tent op Noorderslag.
Voor De Staat geldt hetzelfde: geformeerd rond een bijzonder talent, de Nijmeegse Torre Florim, die eveneens jaren werkte, schreef en schaafde aan de nummers van zijn debuut, om het uiteindelijk voor een groot deel zelf op te nemen. Live laat Florim zich inmiddels bijstaan door een intimiderend strakke band. Het werd een van de meest overrompelende optredens van Noorderslag, dat herinneringen opriep aan het werk dat rockgrootheden als John Homme en Chris Goss maken wanneer ze zich buiten hun eigen bands om opsluiten in een studio in de woestijn om daar onder de naam Desert Sessions de vrijheid en het experiment te vieren. Met hier een hoofdrol voor de koeienbel, daarmee onverwacht hét instrument van Noorderslag, terwijl het aan diversiteit op dat terrein niet ontbrak: vele muzikanten lieten zich, al dan niet speciaal voor Noorderslag, bijstaan door een zeer uitgebreide band (soulzangeres Sabrina Starke uit Rotterdam werd begeleid door negen muzikanten), of in het geval voor singer-songwriter Lucky Fonz III een string quartet.
In dezelfde categorie als De Staat – al jaren verwacht, maar rustig de tijd genomen om een plaat te maken en een band te formeren – valt de Rotterdamse Elle Bandita, die om half vier ’s nachts voor een nog steeds volle zaal het festival afsloot. Wijdbeens, het okselhaar prominent onder haar benige armen, stond ze daar dan eindelijk, in de traditie van zowel Joan Jett als Peaches. Het was snoeihard, brutaal en effectief. Toch kon het nog opruiender, bleek een paar uur eerder bij het optreden van rapper Steen, die exact wist te bereiken wat hij beoogde: ontregeling. Stond bij het onweerstaanbaar grappige De Jeugd van Tegenwoordig de hele grote zaal hardop te lachen, bij de genadeloze, doorgesnoven vuilspuiterij van Steen werd dat afgewisseld met blikken van afkeer en verontwaardiging. Net als het twee jaar eerder op dezelfde plek even opruiende Aux Raus plukt Steen uit de erfenis van gabber, en dat bleek opnieuw een dankbare basis voor een rellerige sfeer. ‘Fok hiphop/ Ik ben een mongool/ Fok hiphop, dit is rock-’n-roll/ Seks, drugs en niet naar school.’
Wie na dit optreden in een klein zaaltje boven in de Oosterpoort naar de andere kant van het gebouw liep, zag de tot in de puntjes verzorgde soulpop van de Amsterdamse Giovanca. Net als Steen houdt ze van hiphop en komt ze uit Nederland, maar in ieder denkbaar opzicht kon het contrast verder niet groter zijn. Het tekent de huidige Nederlandse popscene, waarin plek is voor de glamour van Giovanca, het volkomen gebrek daaraan van Steen, en alles en iedereen daartussen – ook als alles en iedereen bestaat uit 22 mensen geformeerd rond een trompettist van begin twintig, zoals bij het onweerstaanbare en van speelplezier bijna uit zijn voegen barstende Kyteman’s Hip Hop Orkest.
Dat De Dijk werd uitgeroepen tot de aanvoerder van die scene, leverde naast de zoveelste vertoning van het meest belachelijke ritueel uit de Nederlandse live-muziek – het bekogelen van de winnaar van de Popprijs met bier – vele verbaasde blikken op, maar die verbazing zat ’m alleen maar in de gênante constatering dat, och jee, verrek, da’s waar ook, de meest voor de hand liggende winnaar van de Popprijs hem nog nooit had gewonnen. Alsof Nelson Mandela alsnog een Nobelprijs voor vrede moest krijgen, of Meryl Streep een Oscar.