Niet niet nix

Wie dacht dat Lennart Booij en Erik van Bruggen keihard terug zouden slaan na hun eclatante nederlaag in de race om het PvdA-voorzitterschap komt bedrogen uit. ‘Niet Nix heeft liefdesverdriet’, zo luidt het laatste levensteken van het duo op Internet, hun favoriete strijdtoneel. ‘De PvdA heeft de uitgestoken hand van onze generatie niet aangenomen. Zoals alle liefdesverdriet doet dat pijn. Onze liefde is echter nog niet over, wij blijven voorlopig achter onze geliefde aanlopen. Zoals veel afgewezen geliefden kijken we nu avond aan avond naar het licht achter dat ene raam. Hopende dat de PvdA of de sociaal-democratie in Nederland onze generatie uitnodigt om mee te blijven denken en mee te blijven doen.’

Het zijn zinnen die door merg en been gaan. Zelden klonk jeugd zo oud en zo verslagen. Keihard het deksel op de neus gekregen en toch maar blijven smeken om een beetje aandacht. Dat is geen liefde, maar sm. Het maakt ook gelijk duidelijk dat het nooit wat heeft kunnen worden met Niet Nix. Wat voor jongeren zijn dat nu die de regenten een ‘uitgestoken hand’ aanbieden? Welke romantische revolutionair van in de twintig wacht in godsnaam op een 'uitnodiging om mee te blijven denken’? Jonge opstandelingen nemen in plaats van geven. Vroeger konden ze het wel bij de PvdA. Rebellen als Lammers en Van der Louw riepen: 'Wij willen de wereld en we willen het nu’, en joegen hun grijze kameraden onder woeste krijgsdansen de vergaderzalen uit. Dat alles was niet bepaald een verheffend gezicht, maar het werkte wel. Van Bruggen en Booij zijn te gedienstig. Ze blijven staren naar 'dat licht achter dat ene raam’ (het Torentje van Kok nemen we maar aan) en gaan aan redelijkheid ten onder. Het vernederendst van alles zijn misschien wel de krokodillentranen van de PvdA-kopstukken over de mislukte opstand. Kok noemde het 'sneu voor de jongens’, Melkert was al even plichtmatig verdrietig. De staatssecretarissen Cohen en Van der Ploeg spraken van gemiste kansen en vreesden voor de teloorgang van de band met de jeugd. Een zekere Dick Benschop, PvdA-staatssecretaris voor Europese Zaken, sprak een vurig verlangen uit naar 'creatieve onrust en spanning’. En de Friese afgevaardigde Joop van de Berg riep in de Volkskrant: 'Ons hart gaat uit naar de jongens, ons verstand kiest de vrouw.’ De affaire-Niet Nix getuigt natuurlijk van een typisch stukje PvdA-sentiment. Even werd er gemijmerd over hoe alles anders zou kunnen, maar toen het erop aankwam gingen de bordjes natuurlijk wel omhoog voor een soort Wim Kok in travestie. De PvdA kiest altijd voor gewoon, en Marijke van Hees is de vleesgeworden gewoonheid. Niet Nix heeft deze smadelijke afgang toch vooral aan zichzelf te danken. Een politieke pressiegroep die zich tooit met zo'n naam smeekt er natuurlijk ook om als een nachtkaars uit te gaan. De inzet was te laag. Net als hun grote voorbeeld Rottenberg legden Booij en Van Bruggen al hun revolutionair sentiment in partij-hervorming, organisatie en logistiek. Nooit wisten zij duidelijk te maken wat ze nu eigenlijk wilden met hun pleidooien voor dynamisering en betere presentatie. Als partijvoorzitter kampte Rottenberg ook met dat euvel. Rottenberg kon met een stem als een steelgitaar vertellen over de grote sociaal-democratische traditie, maar pleitte net zo makkelijk voor opheffing van de AOW. Dat gaf wantrouwen. Dezelfde politieke onbestemdheid heeft Niet Nix de das omgedaan. Jammer dat al wat eventueel nog broeit aan dissidentie in de sociaal-democratie is opgeofferd aan een lege jongensdroom.