Niet nog een column over Thierry Baudet

Nog één keer over de vraag of Baudet nu is geradicaliseerd. En over de vraag of je wereld er cynischer van wordt als je in elke camera een boos oog ziet.

Heel soms heb je, tegen beter weten in, ineens medelijden met Thierry Baudet. Deze week was er dat veel gedeelde moment in de talkshow van WNL, waarin Eva Vlaardingerbroek – iemand die in zijn kielzog groot was geworden – inbelde om zijn antisemitische uitspraken te bevestigen. De camera bleef op Baudet gericht terwijl Vlaardingerbroek sprak. Er welde iets op, hij slikte het weg, kwam niet uit zijn woorden.

‘Tsja’, zei hij met ongewoon zachte stem, ‘ik moet even wennen aan dit nieuws.’

De interviewer van dienst had de Coen-Verbraak-methode paraat: ‘Ik zie dat u dit emotioneert.’

Eerder dit jaar had ik nog een moment van medelijden. Iemand postte op Facebook een foto van hem en zijn vriendin – inmiddels was het uit, schreef hij, maar ze bleef de moeder van zijn kind en dit bleef voor hem een dierbare foto.

Baudet reageerde in de comments: ‘Erg mooi!’

Meteen werd Baudet weggehoond, door de man die de foto had gepost en door andere Facebook-gebruikers. Wegwezen, zijn sympathie werd niet op prijs gesteld. ‘Ook een manier om met een uitgestoken hand & een compliment om te gaan’, reageerde Baudet nog, en droop verder af.

Stel nou dat dat je leven is. Dat je bepaalde keuzes hebt gemaakt, bepaalde meningen bent gaan ventileren, jezelf tot mediafiguur hebt opgewerkt en dat het nettoresultaat is dat een bepaald soort menselijkheid wordt afgesneden. Je bent alleen nog maar die man op tv, niet meer een privé-persoon.

Dat proces treedt niet alleen op bij rechts, ook bij links, ook bij mensen met gematigde meningen. In haar essay in De Groene schreef GroenLinks-Kamerlid Kathalijne Buitenweg dat als ze eens terug schreef aan de mensen die haar rabiate scheld- en haatmails stuurden ze verbaasde reacties terug kreeg. Excuses vaak, mensen zeiden dat ze een slechte dag hadden, zich afreageerden op haar. Wat die haatmailers even waren vergeten was dat zij niet alleen een mediafiguur was, maar ook een mens van vlees en bloed.

Je bent alleen nog maar die man op tv, niet meer een privé-persoon

Stel dat je Brett Kavanaugh bent. Cornell-onderzoekster Kate Manne begint haar boek Man & macht met Kavanaugh’s optreden in de Senaat, in 2018, toen hij gehoord werd voordat hij als lid van het Hooggerechtshof kon worden bevestigd: ‘Hij was het schoolvoorbeeld van een man die vond dat hij aanspraak kon maken op privileges. Brett Kavanaugh, drieënvijftig, had een rood gezicht, was prikkelbaar en schreeuwde het grootste deel van zijn antwoorden. Het was overduidelijk dat hij de gerechtelijke stappen beneden zijn waardigheid achtte, een schertsvertoning.’

Eerder publiceerde Manne al het scherpe Misogyny, waarin ze bepleitte dat misogynie ‘de wetshandhavende tak’ was van het patriarchaat, die ervoor zorgde dat vrouwen niet te hoog maatschappelijk klommen. Seksisme was dan de ideologische tak – de ideeën en overtuigingen om het patriarchaat te rechtvaardigen. In Man & macht heeft ze het over ‘hempathie’, waarmee ze bedoelt dat in bijvoorbeeld verkrachtingszaken vaak de mannelijke beschuldigden beter worden behandeld (‘hij was een beetje dronken…’) dan de vrouwelijke slachtoffers (‘waarom was ze zo dronken? waarom droeg ze dat korte rokje?’). Zoals Brett Kavanaugh, die door Christine Blasey Ford en drie andere vrouwen werd beschuldigd van aanranding. Van het Republikeinse gedeelte van de Senaat toonde een niet te missen deel hempathie voor de rood aangelopen Kavanaugh:

Senator Lindsey Graham: Dit is geen sollicitatiegesprek.

Kavanaugh: Nee.

Graham: Dit is de hel.

Je hoeft het niet voor Kavanaugh op te nemen – ook niet voor Baudet. Ze hebben zelf gekozen om te zijn wie ze zijn. Maar toch: stel nou dat jij ergens zat in het oog van de aandacht, het halve land heeft een mening over je, elke camera staat op je gericht – zou jij niet rood aangelopen zijn, zou jij kalm kunnen antwoorden? Of zou je hartslag 220 hebben en zou je in al die camera’s boze ogen zien? Dat zal best als de hel aanvoelen.

De uittredende Forum-leden zeiden als excuus allemaal dat Baudet ideologisch is geradicaliseerd – wat je toch echt alleen kunt zeggen als je de laatste jaren schoensmeer op je bril hebt gehad (of Zwarte-Piet-schmink). Het zat er altijd al in, in al zijn columns, al zijn speeches, in zijn optredens bij extreem-rechtse, nationalistische clubjes. We hoeven niet te doen alsof Baudet zijn volgers kreeg met intellectuele vergezichten en genuanceerde filosofieën. Annabel Nanninga’s Twitter-geschiedenis kent talloze antisemitische nazi-grappen, Eva Vlaardingerbroek is verloofd met een Le Pen-aanhanger die zich voor anti-homowetgeving heeft uitgesproken, Joost Eerdmans is een politieke sprinkhaan die naar elke partij hopt die een afkeer heeft van moslims.

Wel zou je kunnen zeggen dat Baudet karakterologisch is geradicaliseerd. Wat gebeurt er met je persoonlijkheid als er continu camera’s op je staan, iedereen een mening over je heeft – waarbij een kleine minderheid je op handen draagt en een grote meerderheid je een pleefiguur vindt? Wat doet het met je wereldbeeld als die wereld een steeds vijandiger plek wordt? Wat doet het met je vermogen mensen te vertrouwen? Wordt je wereld er cynischer van als je in elke camera een boos oog ziet? En wat dan als die camera’s overal waar je gaat op je staan gericht? Het drama van Thierry Baudet is dat hij altijd en overal Thierry Baudet is. Wat een manier is om te zeggen dat zijn volgende biografie niet door een journalist geschreven zal worden, maar door een psycholoog.