Op het Binnenhof heerst stilte over «Europa»

Niet Oekraïne maar Nederland is het probleem

Sinds de Europese grondwet door Nederland aan flarden werd geschoten, heerst er een angstvallige stilte op het Binnenhof over «Europa». Opmerkelijk. En riskant.

TALINN – Het is inmiddels een vertrouwd Haags ritueel geworden: het bezigen van spierballentaal aan het adres van Oost-Europese landen die hun begerige blik op de Europese Unie hebben laten vallen. Tijdens de verkiezingscampagnes van 2002 en 2003 poogde een wanhopige vvd al die Fortuyn-bekeerlingen terug te lokken door de ene na de andere aspirant-lidstaat te kritiseren. Vervolgens besloot het kabinet-Balkenende begin 2004, kort voor de uitbreiding van de Unie, de hordes Polen die het weerloze Nederland dreigden te overspoelen buiten de deur te houden. En nu lijkt politiek Den Haag twee nieuwe prooien te hebben ontdekt: Oekraïne en Moldavië.

Op 11 april betuigde de Tweede Kamer haar adhesie aan het ferme kabinetsstandpunt dat de grenzen van de EU zijn bereikt. De afspraken met en toezeggingen aan Turkije en de Balkan-republieken moeten worden nagekomen. Maar daarna «is het genoeg geweest», om met staatssecretaris Nicolaï te spreken. «Ik zal alles doen om te voorkomen dat landen als Oekraïne of Moldavië er via tussenstapjes toch weer bij komen», voegde hij daar in de Volkskrant zelfverzekerd aan toe.

De reden voor het bezigen van dergelijke retoriek laat zich raden: het eurosceptische electoraat willen bekoren dat vorig jaar de Europese grondwet afwees en in 2007 ter stembus mag gaan om een nieuw parlement te kiezen. Van politici mag worden verwacht dat zij enige nuance aan de dag leggen. Zij hebben echter verzuimd de gelegenheid te benutten om datzelfde electoraat uit te leggen dat landen als Oekraïne, Moldavië, Georgië en, na de al dan niet vrijwillige pensionering van Stalin-kloon Loekasjenko, Wit-Rusland weliswaar nog lang niet rijp zijn voor toetreding tot de EU, maar dat deze landen wel een helder perspectief op een toekomstig lidmaatschap moet worden geboden. Al is het maar om er democratie, markteconomie en rechtsstaat te verankeren.

Het ironische is dat alle verlichte argumenten die worden gebruikt om de onderhandelingen met Turkije te rechtvaardigen – een liberaal-democratische voorbeeldfunctie voor de regio, de strategische ligging, een interessante afzetmarkt, et cetera – blindelings op het in menig opzicht Europese Oekraïne kunnen worden geprojecteerd.

Afgezien van de geventileerde kortzichtigheid: het «debat» is ook op het verkeerde moment gevoerd. Om überhaupt tot verdere verbreding van de EU te kunnen overgaan, is een interne, institutionele hervorming van de Unie zelf noodzakelijk. De Europese grondwet was een geëigend middel om het Brusselse besluitvormingsproces te stroomlijnen, maar werd door Nederland aan flarden geschoten. Rust dan ook niet op Nederland de verantwoordelijkheid de overige lidstaten uit te leggen hoe het zijns inziens dan wél verder moet met (het bestuurbaar houden van) Europa? Er heerst evenwel een angstvallige stilte op het Binnenhof als het om het lot van de grondwet gaat.

Dit is des te opmerkelijker als men bedenkt dat in veel andere EU-landen momenteel interessante discussies over dit hachelijke thema gaande zijn of zelfs procedures zijn gestart om het Verdrag van Rome alsnog te ratificeren. Onder anderen de Britse premier Blair, voorzitter Giscard d’Estaing van de Europese Conventie, Europees commissaris Mandelson van Handel en de Tsjechische minister Svoboda van Buitenlandse Zaken hebben gespeculeerd over het weer tot leven wekken van de grondwet. Het waren Franse en Duitse politieke kopstukken die met concrete voorstellen op de proppen kwamen. President Chirac, zijn zelfbenoemde dauphin Sarkozy en premier De Villepin pleitten voor meer Europese samenwerking op specifieke beleidsterreinen (Europe des projects). «Sarko» suggereerde in een toespraak te Berlijn in februari het opstellen van een «minigrondwet» van tien à vijftien artikelen. De Duitse kanselier Merkel had al in december te kennen gegeven de grondwet tijdens haar EU-voorzitterschap in 2007 nieuw leven te willen inblazen. En de krant Die Welt wist onlangs te melden dat minister Steinmeier van Buitenlandse Zaken dan een strategisch plan zal presenteren dat onder meer voorziet in het afronden van de Europawijde ratificatie in 2009.

Ook uit het hoge noorden klinken optimistische en doortastende geluiden. «Degenen die zeggen dat het zinloos is over de grondwet te praten nu twee lidstaten deze hebben afgewezen, vergissen zich», zei Urmas Reinsalu, een vooraanstaand lid van het parlement van Estland. Naar verluidt zal de volksvertegenwoordiging Riigikogu op niet al te lange termijn tot ratificatie overgaan. Minister Paet van Buitenlandse Zaken riep begin april tijdens een bezoek aan Slowakije de andere landen op eens kleur te bekennen: ja of nee. Een saillant detail dat staatssecretaris Nicolaï zeker zal interesseren: de Esten zien de grondwet als een horde die genomen moet worden om verder te kunnen snoeien in de «voortuin» van Rusland en de EU uit te breiden met… Oekraïne en Moldavië.

In Finland hebben president Halonen, premier Vanhanen en diverse parlementariërs laten doorschemeren de ratificatie te willen hervatten. Mogelijk zal deze al voor de start van het Finse EU-voorzitterschap, in juli, plaatsvinden.

Maar waar blijft de visie van Nederland op de Europese grondwet of een eventuele variant daarop? Het openen van een website zal niet volstaan. Nu vervreemdt Nederland zich van de rest van Europa, waar het onderwerp hoger op de agenda staat, iets wat de vaderlandse machtspositie (of wat daar nog van resteert) beslist niet ten goede zal komen.

Kortom, niet Oekraïne of Moldavië, maar Nederland is het probleem!