Niet op brood alleen

Dat de mens meer is dan zijn lichaam en de behoeften die daarbij horen, is nog niet doorgedrongen tot degenen die beslissen over die mens, mevrouw de voorzitter.

Mevrouw de voorzitter, dank. Fijn om even te kunnen reageren. Ik zal vast niet de enige zijn die hier opmerkt dat er een zekere vermoeidheid zit in de woorden van minister De Jonge. Zijn oor staat vast roodgloeiend van alle bedrijfstakken die bedreiging en smeekbede afwisselen om weer open te mogen. Maar ik heb de minister nooit horen zeggen dat je niet naar het restaurant hoeft, omdat je ook thuis een lekker broodje kunt smeren. Of niet naar de sportschool mag, omdat je ook voor de bank wat sit-ups kan doen. Is het dan gek dat mensen dedain waarnemen als de minister zegt dat we helemaal niet naar het theater hoeven, want ‘je kunt ook thuis een mooie dvd op zetten’?

Mevrouw de voorzitter, maar eerste vraag: wie koopt er nog dvd’s eigenlijk? Wáár koop je die nog?

Mevrouw de voorzitter, is het een idee dat we een bankdrukset in de Eregalerij van het Rijks zetten? Dan mogen we wel naar binnen. Zeg nu zelf, de echtgenoot van het Joodse bruidje voelt toch gewoon even of de borstspieren wel recent nog zijn getraind?

Excuus, sorry voor de retoriek. Wat ik zou willen zeggen, mevrouw de voorzitter, is dat inderdaad een mens ‘niet leeft op brood alleen’. De mens is een mens is een mens. Een mens heeft een huis nodig om warm en veilig te zijn. Voedsel, kleding. Om die dingen te kunnen bemachtigen heeft hij geld nodig, werk. Dat is de economie van onze persoonlijke vierkante meter, de basisbehoeften waarmee we met onze familie kunnen overleven.

Maar overleven is nooit genoeg geweest. De mens heeft altijd meer nodig gehad. Door de geschiedenis heen, gedurende duizenden jaren, van Mesopotamië tot de Andes, van Australië tot het Paaseiland, zijn er altijd minstens twee constanten geweest die niet in die vierkante meter passen, die niet een direct nut hebben om slechts te overleven.

De eerste is sport. In elke beschaving zijn sporten waar te nemen, competities waarin mannen en vrouwen het tegen elkaar opnamen, van discuswerpen tot paardenrennen, van de Spelen in Olympia, in de achtste eeuw voor Christus, tot de Spelen straks in Tokio. We hebben allemaal een lichaam, en om iets uitzonderlijks met dat lichaam te doen, geeft ons het gevoel dat we leven. Om iemand anders iets uitzonderlijks met een lichaam te zien doen blijft ons onophoudelijk fascineren. Sneller, hoger, langer. We kunnen onze ogen er niet van afhouden.

Kunsten optioneel? Waarom nemen we met zulke ministers genoegen?

Usain Bolt op de 100 meter in Berlijn. 9,58. Van Persie tegen Spanje op het WK van 2014 – heel even ontsnapt aan de zwaartekracht. Dat is het summum van wat de mens is. Het hoogtepunt. Sport is de viering van het lichaam.

Akkoord, mevrouw de voorzitter, Bergkamp tegen Argentinië mag u ook meerekenen.

De tweede is de viering van de geest. Naar welke beschaving je ook teruggrijpt, waar je ook ter wereld met een schepje en kwastje opgravingen zult doen, je zult sporen vinden van cultuur. Het is de constante in ons bestaan. We lachen, huilen en schreeuwen om acteurs. We gebruiken rituelen als we afscheid nemen van onze geliefden, zingen liederen om beter bij ons gevoel te komen, vertellen verhalen om duidelijk te maken wie we zijn, wat goed en kwaad is. We versieren onze kleren, onze huizen. We dansen – we kunnen niet laten te dansen, het gaat vanzelf. De wandschilderingen in de grotten van Lascaux zijn meer dan tienduizend jaar oud. Het epos van Gilgamesj en Enkidu werd al meer dan drieduizend jaar geleden verteld. De necropolis bij Luxor, de kathedraal van Reims, de moonwalk van Michael Jackson, dat ene moment in ‘Golden Slumbers’ waarin Paul McCartney door zijn stem heen zingt. Er is in de geschiedenis van homo sapiens nooit een moment geweest waarop we dat niet nodig hadden.

Nee, nee, mevrouw de voorzitter, het spreekt voor zich dat ik wil dat de volgende minister die over cultuur gaat zich niet opstelt als een smekeling, maar op tafel slaat en zegt: ‘Ik vertegenwoordig bijna vijf procent van de werkgelegenheid, bijna vier procent van het bruto binnenlands product, luister naar mijn stem!’ – want zo groot is de culturele sector. Dat economisch verhaal is relevant, maar niet allesoverstijgend. Sinds de toeslagenaffaire willen we een menselijkere overheid, toch?

Kijk dan naar de minister. En naar Wilders, Zijlstra, Wiebes. Zo veel politici gingen minister De Jonge al voor om de kunsten weg te zetten als luxe, overbodig, optioneel. Was het maar slechts een sneer naar de culturele sector, was het dat maar. Het laat iets veel problematischer zien: dat het hem op een fundamenteel niveau volkomen ontgaat wat het betekent om een mens te zijn.

En waarom moeten we met zulke ministers genoegen nemen?

Mevrouw de voorzitter, de ambtstermijn van minister De Jonge zit er bijna op. Ongetwijfeld zal hij de vleugels wijd uitspreiden en ver van Den Haag vliegen. Kunnen we, om hem te bedanken voor bewezen diensten, hem namens het Nederlandse volk niet een stevige, mooie dvd-boxset aanbieden, die hij lekker in z’n dvd-gleuf kan steken?