‘Niet-professioneel’ Wereldmuseum staat op omvallen

Het Wereldmuseum in Rotterdam is jarenlang ‘niet-professioneel’ geleid, draait groot verlies en is nauwelijks nog levensvatbaar.

Medium wereldmuseum

Directeur Bremer heeft de ‘schijn van belangenverstrengeling’ op zich geladen en grote ‘reputatieschade’ veroorzaakt.

Dat zijn de snoeiharde conclusies van bureau Lawson Luiten die dinsdagavond zijn gepresenteerd aan de Rotterdamse raad. Onderzoekster Gitta Luiten nam het noodlijdende museum in opdracht van de gemeente onder de loep na een artikel vorig jaarin De Groene Amsterdammer.

Volgens onderzoekster Gitta Luiten is de museale functie van het Wereldmuseum zwaar onder de maat. Er is nauwelijks nog deskundig personeel, publieksbegeleiding en educatie ontbreken, tentoonstellingen leunen vooral op bruiklenen en het museum mikt vrijwel uitsluitend nog op kapitaalkrachtige bezoekers. ‘Daarnaast heeft het museum zich door de intensieve betrokkenheid van handelaren en verzamelaars bij de museale kernfuncties kwetsbaar gemaakt voor de schijn van belangenverstrengeling’, aldus het rapport.

Het collectiebeheer is eveneens dik onvoldoende, mede vanwege het ontbreken van conservatoren. Onderzoek wordt niet meer gepleegd en museale normen worden geschonden. De wilde ontzamelplannen, niet afgestemd met andere musea, hebben gezorgd voor veel onrust. ‘Ook hier geldt dat het museum zich in het beheer van de collectie niet opstelt als het professionele museum dat zij zegt te willen zijn. Dat is vooral het gevolg van de (beleids)keuzes van het museum zelf, al heeft de stevige bezuiniging voor de periode 2013-2016 niet geholpen’, aldus Luiten. Sommige keuzes komen voor rekening van de gemeenteraad, andere van het museum zelf, ‘en hebben geleid tot reputatieschade’.

Als derde punt wijst de onderzoekster op het falende businessmodel, waarbij winkel en horeca het museum zouden moeten ondersteunen om de weggevallen subsidies op te vangen. In de praktijk houdt het museum de winkel- en horeca-bv’s overeind, concludeert Luiten. In 2016 kan slechts 4,3 procent van de bezuiniging worden gecompenseerd door de commerciële activiteiten, is de prognose. ‘Dat zet serieuze vraagtekens bij de continuïteit van het museum.’ Om de bezuinigingen op te vangen zouden de bezoekersaantallen moeten vervijfvoudigen of de horeca-opbrengsten moeten verdubbelen. ‘Beide opgaven zijn niet realistisch’, schat Luiten in.

Ernstige vraagtekens worden verder geplaatst bij de financiële en bestuurlijke transparantie rond het museum en de aanhangende bv’s, alle onder leiding van directeur Bremer. De resultaten en de onderlinge relaties zijn ‘ondoorzichtig’ en dat is ‘onwenselijk voor een organisatie die met publiek geld wordt beheerd en die een publieke collectie beheert’, luidt het oordeel. Het was ‘makkelijk voor de museumleiding om met opbrengsten te schuiven’ en er was een ‘prikkel om de resultaten gunstig te presenteren’. Bovendien was het museum ‘onvoldoende gevoelig voor de (schijn van) belangenverstrengeling’.

Al met al ‘is de financiële situatie van het museum zorgelijk’, aldus Luiten. ‘Het uitblijven van (voldoende) opbrengsten uit de bv’s, gevolgd door de forse subsidieverlaging, lijken het museum de das om te doen, zonder dat er haalbare oplossingen in het verschiet liggen.’

Het Rotterdamse college van b. en w. wil dat onmiddellijk onderzocht wordt of het Wereldmuseum kan samengaan met andere volkenkundige musea in het land, zo blijkt uit een brief aan de raad over het rapport-Luiten. De nieuwe raad van toezicht die dinsdag (deels) is benoemd heeft opdracht gekregen toekomstscenario’s in die richting te onderzoeken. Zelfstandig blijven voortbestaan is nog steeds een optie, samengaan met andere Rotterdamse musea eveneens. De raad van toezicht moet verder in alle opzichten de bezem door het Wereldmuseum halen: in samenwerking met de Erfgoedinspectie moet het collectiebeheer worden verbeterd, het personeelsbestand moet op peil worden gebracht, de bedrijfsvoering en financiën moeten ‘op orde’ worden gebracht en de aansluiting met de museale wereld moet hersteld. De gemeentelijke organisatie zelf moet een ‘strakkere werkwijze hanteren bij de rolinvulling van de gemeente als subsidieverstrekker’. Over de positie van directeur Bremer persoonlijk doet burgemeester Aboutaleb in zijn brief geen uitspraken. Op 24 april verschijnt nog een tweede rapport van de Rotterdamse Rekenkamer, over de naleving van de afspraken rond de verzelfstandiging in 2005.


Lees hier al onze berichten over de misstanden bij het Wereldmuseum