Niet reorganiseren, maar boeven vangen!

Mr. R. de Groot, officier van justitie en eerstverantwoordelijke voor de Criminele Inlichtingendienst te Rotterdam, kan zijn carrière wel vergeten. Voornamelijk op grond van zijn uitspraken meldde NRC Handelsblad dat de Haarlemse en Rotterdamse politie vorig jaar met medeweten van Winnifred Sorgdrager - eerst in haar hoedanigheid van procureur-generaal, daarna in die van minister van Justitie - tienduizenden kilo’s softdrugs op de vrije markt hebben gebracht. Aldus hielp de politie de erfgenamen van het Bruinsmasyndicaat aan een miljoenenwinst. Dit alles in het kader van een opsporingsonderzoek, dat spreekt, maar dan wel een onderzoek waarbij enige miljoenen guldens overheidsgeld zoekraakten zonder dat dat uitmondde in arrestaties of inbeslagname van drugs en drugswinsten. En een onderzoek dat berustte op uitlokking van strafbare feiten een methode waarvan zoniet vóór, dan toch zeker ná de IRT-affaire in 1993 vaststond dat deze ongeoorloofd is.

Sorgdrager gaf aanvankelijk te kennen dat zij zich niets van het onderzoek kon herinneren. Zij gaf haar ambtenaren opdracht om in allerijl de relevante stukken door te nemen en voerde intussen lange gesprekken met Maarten van Traa, de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie Opsporingsmethoden, om ten slotte op een persconferentie categorisch te verklaren dat zij al die tijd van niets had geweten. Met andere woorden: er staat niets op papier dat haar medeverantwoordelijkheid bewijst. De Groot voelt de bui hangen en heeft laten weten dat hij vanaf nu liever zijn mond houdt, maar daarvoor is het te laat. De drugssmokkel vond plaats onder zijn persoonlijk toezicht en de rijksrecherche zal hem zeker als hoofdschuldige aanwijzen, of Sorgdrager er nu van af wist of niet.
De commissie-Van Traa zal de handen vol hebben aan de vraag hoe het mogelijk is dat Justitie vorig jaar wederom eigenhandig in de totale Nederlandse jaarbehoefte aan softdrugs heeft voorzien. Het is nauwelijks mogelijk om de zaak te verengen tot vragen van persoonlijke verwijtbaarheid, zoals de laatste jaren bij justitiële misstanden steevast gebeurde. De politieke verantwoordelijkheid reikt verder dan de individuele verantwoordelijkheid van de bewindslieden. Ook is het onvoldoende om te wijzen op de toegenomen infiltratie door de georganiseerde misdaad, want infiltratie is alleen mogelijk in een intern verzwakte organisatie.
Een belangrijke oorzaak van de problemen bij justitie en politie is gelegen in de rechtsopvatting die regering en Tweede Kamer de afgelopen vijftien jaar hebben uitgedragen. De grootscheepse justitiële drugssmokkel, de inkijkoperaties, de mislukte reorganisatie van de politie en de corruptie binnen de korpsen wijzen allemaal in de richting van een fundamenteel verkeerde opvatting van de taak van justitie en politie in een democratische rechtsstaat. De eigenlijke taak van die organen is het handhaven van de wet, hetgeen in de eerste plaats inhoudt dat zij zelf aan de wet onderworpen zijn. Het strafrecht en strafvorderingsrecht hebben tot doel om het geweldmonopolie van de overheid aan strikte regels te binden. Zodra die regels niet meer in acht worden genomen, is het verschil tussen de overheid en de eerste de beste misdaadbende nihil. En dat is precies de richting die het beleid heeft genomen.
Sorgdragers voorgangers op Justitie, Korthals Altes en Hirsch Ballin, hebben de wet beschouwd als een instrument waaraan alleen de burgers zich dienden te onderwerpen, niet het gezag zelf. Deze instrumentalistische visie werd op hoge toon verkondigd en politiek gerechtvaardigd met een beroep op maatschappelijk normverval misleidende slachtofferenquêtes en hysterische geruchten over misdaadsyndicaten die de politiek in een wurggreep dreigden te nemen. De ambtelijke cultuur bij Justitie maakte plaats voor een bedrijfscultuur waarin moest worden gescoord, ook al verhief men zich boven de wet om dat doel te bereiken. Toen topambtenaar prof. Jan van Dijk verklaarde dat het er niet toe doet of de bewijsvoering rond is zolang er maar wordt gearresteerd, werd hij niet op staande voet ontslagen, maar door Hirsch Ballin tot bedrijfsgoeroe verheven.
Niet de normvervaging in de samenleving maar de normvervaging in de ambtelijke top heeft een funeste uitwerking gehad op de mentaliteit in het justitieel apparaat. Als agenten in opdracht van hun superieuren de hand lichten met de wet, waarom dan niet ten eigen bate of tegen betaling door de georganiseerde misdaad? Vanuit zo'n resultaatgerichte bedrijfscultuur is het maar een kleine stap naar de concurrentie, waarbij het van hogerhand vereiste marktdenken de weg wijst. Er is immers geen vrijere markt dan de markt van de vrije jongens? Zo kan het gebeuren dat Justitie drugsbenden opzet, dat vertrouwelijke gegevens aan de penose worden verkocht, dat agenten lucratieve bijbaantjes zoeken, en dat de corruptie endemische vormen aanneemt. Typerend is het geval van een hoge Amsterdamse politiefunctionaris die zich bij een miljoenenaankoop van computers door de leveranciers liet omkopen, om vervolgens eervol te worden ontslagen omdat de korpsleiding geen diepgaand onderzoek aandurfde. De betrokkene nam een stapel geheime dossiers mee om voor zichzelf te beginnen en is nu directeur van een florerend beveiligingsbedrijf.
Elk korps kent tegenwoordig zulke flagrante gevallen van corruptie en ze zullen door de reorganisatie alleen maar in aantal toenemen. De samenvoeging van 148 plaatselijke politiekorpsen tot 25 regionale korpsen werd ingegeven door - let wel - bedrijfskundig onderzoek, waaruit bleek dat kleine korpsen teveel overhead-kosten maken. Schaalvergroting zou de produktiviteit verhogen en meer blauw op straat brengen. Nu de reorganisatie is voltooid, blijkt dat agenten minder surveilleren en dat de produktiviteit van politie en justitie terugloopt. De schaalvergroting heeft geleid tot meer bureaucratie, langere communicatielijnen en minder onderlinge samenwerking en controle. Het handhaven van de wet is namelijk een wezenlijk ander proces dan het repareren van wasmachines of het verkopen van kroketten.
Het is te hopen dat de commissie-Van Traa door het opschonen van de opsporingsmethoden een begin zal maken met een nieuwe cultuuromslag bij Justitie: een omslag van kwantiteit naar kwaliteit en van instrumentalisme naar vanzelfsprekend respect voor de wet. Boeven vang je niet met een ‘optimaal politieprodukt’. Boeven vang je met integere agenten.