Niet roken voor zonsondergang

Gaza-stad – De zaal van het Lighthouse-restaurant is versierd met lampionnen. Wie binnenkomt, krijgt een tafel toegewezen en wordt van kannen water en limonade voorzien.

De ruimte vult zich met de geur van vlees: op het buffet staan grote schalen met kebab, kip en lamsvlees. De gasten scheppen op, gaan terug naar hun tafel en wachten tot de muezzin, de oproeper tot het gebed, het verlossende ‘allahu akbar’ roept.

Het is acht minuten voor acht in de islamitische maand ramadan en er mag eindelijk gegeten en gedronken worden. Bijna de helft van de tafeltjes in het restaurant zal leeg blijven: voor een gewoon Gazaans gezin is een buffet in het Lighthouse, omgerekend dertien euro per persoon, veel te duur. Zo’n 43 procent van de Gazanen is werkloos en tachtig procent leeft onder de armoedegrens. De blokkade die Israël de Gazastrook nu al acht jaar oplegt, heeft zijn inwoners het vlees van de botten gezogen.

Na tien minuten steken de eerste mannen een sigaret op: ook roken is niet toegestaan voor zonsondergang. Anderen weten het iets langer vol te houden en gaan met een sigaret naar buiten wanneer het hoofdgerecht wordt verruild voor het toetje. Voor wie binnen blijft is er basbousa, zoete cake, en katayef, een gevuld pannenkoekje dat traditioneel met de vastenmaand wordt gegeten.

Gedurende de ramadan wordt er niet in het openbaar gegeten, gedronken of gerookt. Ook wie vrijgesteld is van het vasten, zoals christenen, zieken en menstruerende vrouwen, houdt zich daaraan. Het is geen wet, maar een ongeschreven regel. Wat je thuis doet, met de gordijnen dicht, mag je zelf weten.

En dus leek het Mohammed, tijdens de ramadan van 2013, niet bezwaarlijk om in zijn winkeltje koffie te drinken en te roken. De 39-jarige atheïst dacht dat hij discreet genoeg was, achter in de zaak, zodat niemand hem vanaf de straatkant kon zien. Maar politieagenten vielen binnen, hielden hem aan en namen hem mee. Mohammed werd, samen met een handjevol andere ‘zondaren’, tot het einde van de ramadan vastgehouden. ‘Toen ik werd vrijgelaten was mijn familie niet kwaad op Hamas, maar op mij. Ze vonden dat ik voorzichtiger had moeten doen’, vertelt Mohammed. Vasten doet hij nog steeds niet, ondanks de aansporingen van zijn vrouw. ‘Ik wil mijn dochter leren dat ze vrij is om te doen wat ze wil, maar dat ligt hier gecompliceerd.’