Niet schreeuwen

De moordenaar in Scream, de nieuwe film van Wes Craven, kondigt zich aan via de telefoon. Dat is niks nieuws. Decennialang wordt de telefoon in griezelfilms al gebruikt om suspense te creëren. Nogal logisch, want wat is er enger dan een telefoon die midden in de nacht rinkelt als je alleen thuis bent?

Tot nu toe luidde het antwoord op die vraag: een telefoon die vlak daarna nog een keer rinkelt, zodat je zeker weet dat hier geen vergissing in het spel is. Iemand die aanbelt bij de deur, is ook best eng, maar dan zijn er allerlei manieren om er achter te komen wie zich aandient op het nachtelijke uur. Als je driehoog in Amsterdam woont, is er geen sprake meer van voordeurangst: een blik over het balkon zegt genoeg. ‘Niet opendoen!’ is het eerste dringende advies dat in de advertenties staat waarmee Scream wordt aangeprezen.
Maar met een rinkelende telefoon is de indringer al binnen voor je opgenomen hebt. Hij of zij zit al een beetje in dat apparaat, en het gerinkel neemt de duistere kamer in bezit. Het is een dwingend geluid, dat de eigenaar ervan verplicht tot opnemen - je kunt nooit weten of er niet een vriend in nood is, en die sociale verplichting gaat vóór kinderachtige angsten. 'Niet opnemen!’ luidt het tweede advies in de advertenties voor Scream, waarmee de angsten van de potentiële filmbezoeker alvast worden geactiveerd. Als je opneemt, is het te laat. Dan heb je de vijand toegang verschaft tot jouw door angst benevelde hoofd, en kan hij je manipuleren.
Nu wordt er in Scream gebruikgemaakt van hedendaagse telefoons. Die verschillen in een aantal opzichten van hun ouderwetse voorgangers. Ze rinkelen bijvoorbeeld niet, ze piepen. En dat klinkt een stuk minder angstaanjagend. Ze staan ook niet op een vaste plek, en behoren niet tot het huiselijke meubilair. Ze hebben batterijen die leeg kunnen raken, je kunt ze in je zak stoppen of mee naar buiten nemen. Het zijn kwetsbare apparaatjes, die makkelijker te beheersen zijn dan zo'n rinkelende bak. Maar die draagbaarheid van de moderne telefoon heeft ook nadelen. Ze zijn niet zo zwaar dat je er iemand de hersens mee kunt inslaan - al biedt zo'n klein zwart dingetje wel weer de mogelijkheid om het als neppistool te gebruiken, maar dat terzijde. En het belangrijkste nadeel wordt in Scream genadeloos uitgebuit: de moordenaar kan ermee bellen terwijl hij zich heel dicht bij jou in de buurt bevindt. Je kunt niet meer aannemen dat hij of zij in een telefooncel om de hoek staat te bellen, of eventueel bij de buren. De moordenaar van Drew Barrymore, het eerste slachtoffer in Scream, zit al op haar balkon als hij voor het eerst haar mobile laat piepen. 'Niet opnemen!’ en 'Niet opendoen!’ gaan hier hand in hand, en dat is alleen mogelijk door de voortschrijdende telefoonvernieuwing.
Wat de suspense hier nog intenser maakt, is de alomtegenwoordigheid van dat draagbare dingetje. Het is geen super-de-luxe speeltje van een soort James-Bond-figuur, in de vorm van een schoen die hij aantrekt nadat hij de antenne heeft ingeschoven. Als dat zo was, kon je de belmoordenaar nog betrappen en vormde zijn bizarre uitrusting het bewijs van zijn schuld. Nee, in Scream heeft iedereen zo'n zaktelefoon aan de broekriem bungelen. 'Hoe kom je aan dat ding?’ vraagt de politieman die een verdachte jongeman heeft gearresteerd. 'Iedereen loopt ermee rond’, antwoordt de jongen.
En daarmee is het vakmanschap van Wes Craven bewezen: hij weet horror te maken uit de dingen waarmee zelfs de gewoonste burger zich omringt in de veronderstelling dat zijn leven er comfortabeler en veiliger op wordt. Dat is niet zo. Kijk maar naar Scream. 'En schreeuw niet!’