Kamerlid zijn met Financiën in je portefeuille is saai en vooral niet sexy. Het cda-Kamerlid Inge van Dijk zei het vorige week maar eens recht voor haar raap tijdens haar eerste Algemene Financiële Beschouwingen. Ze gaf daarmee aan hoe er in haar Brabantse vriendenkring wordt gedacht als zij vertelt wat ze in Den Haag doet. De nieuwe cda-woordvoerder Financiën zei daarmee niet alleen hoe er tegen het inhoudelijke Kamerwerk wordt aangekeken, maar indirect ook wat er wél opwindend en sexy wordt gevonden door de buitenwereld: wantrouwen zaaien, elkaar zwart maken en in de media komen met lekker bekkende, korte uithalen of oplossingen.

Dat is echter niet alleen voor de buitenwereld zo, maar ook in de Tweede Kamer zelf. Toen ik vorige week aan een Kamerlid liet blijken de Algemene Financiële Beschouwingen te volgen, vond hij dat opmerkelijk. En ik was op mijn beurt weer verbaasd over zijn reactie.

Dat laat onverlet dat een debat over de financiën van de staat inderdaad saai en niet sexy is. Want de regels voor tekorten en schulden, belastingwetten en belastingparadijzen, koopkrachtplaatjes, brede welvaart, investeringen voor de korte en lange termijn zijn ingewikkeld. Zo ingewikkeld dat een twaalf jaar jongere Wopke Hoekstra, inmiddels vier jaar minister van Financiën, zich er in 2009 maar niet in had verdiept via welke (om)weg zijn investering in het bedrijf van zijn vriend in Afrika terecht was gekomen. Via een belastingparadijs dus, waardoor het betalen van belastingen werd ontweken. Dat een minister van Financiën dat heeft gedaan, is dan weer wel opwindend en sexy, een combinatie die op haar hoogtepunt in de politiek overigens tot – vaak gespeelde – morele verontwaardiging leidt.

Het ontwijken van belastingen was in 2009 bon ton. Tot in paleis Noordeinde aan toe. De koninklijke familie was dat jaar in het nieuws met naar de bloemen daffodil en lelie vernoemde fondsen of trusts waarmee de prinsessen Christina en Irene hun geld tot bloei lieten komen. Christina gebruikte daarbij Paleis Noordeinde als haar postadres.

Mensen die – bewust – beleggen via belastingparadijzen verdedigen zichzelf met de opmerking dat alles wat niet bij wet is verboden ook is toegestaan. Een eigen moraal erop nahouden, ho maar. Maar in de afgelopen twaalf jaar is in de samenleving het idee, en daarmee ook de verontwaardiging, gegroeid dat er iets niet klopt als rijken en bedrijven via maagdelijke eilanden minder belasting afdragen dan werkenden die de volle pond moeten betalen. Langzaam – dat wel – maar zeker wordt die nieuwe moraal vertaald in wetten. Wetten zijn tenslotte gestolde moraal.

Het debat had een nieuwe dynamiek: je werd meegenomen in de afwegingen, de valkuilen

Maar het maken van die belastingwetten is complex. Zoals ook de crisis op de woningmarkt – te hoge prijzen, te weinig huur- en koopwoningen – ingewikkeld is. Met alleen maar roepen dat de verhuurdersheffing voor de woningcorporaties moet worden afgeschaft, ben je er niet. En een tegemoetkoming van het rijk voor de bizar snel stijgende gas- en elektriciteitsprijzen is dan wel een welkome geste, maar het lost het daadwerkelijke probleem – onvoldoende eigen en schone energiebronnen – niet op.

En dat brengt me weer op de Algemene Financiële Beschouwingen van vorige week. Saai en niet sexy. Inderdaad. Maar na het zoveelste deprimerende debat over de kabinetsformatie de avond daarvoor, was het welhaast een feestje om naar het debat over de rijksbegroting te luisteren. Althans, tot en met de inbreng van de Partij voor de Dieren (pvdd), de negende in de rij van achttien sprekers. Tot en met Lammert van Raan van de pvdd was de toon, het ingaan op elkaar, de vakkennis, het durven van mening te verschillen zonder jij-bakken, een verademing. Met uitzondering van de inbreng van de pvv ging het ergens over, waardoor de grote maatschappelijke vraagstukken geen plastic woorden meer waren, maar tot leven kwamen en je werd meegenomen in de complexiteit van de oplossingen, de afwegingen, de haken en ogen, de valkuilen en de politieke meningsverschillen.

Van de woordvoerders van zes ‘construc-tieve middenpartijen’, zoals informateur Johan Remkes die noemt, waren er vier nieuw. Naast Van Dijk van het cda zijn ook Eelco Heinen van de vvd, d66’er Alexander Hammelburg en Pieter Grinwis van de ChristenUnie nieuwkomers. Mogelijk dat alleen dit al leidde tot de nieuwe, andere dynamiek tijdens het debat. Volgens mij leefden ook de ervaren woordvoerders van pvda en GroenLinks daarvan op.

Maar al dan niet toevallig zijn deze vier nieuwelingen ook de vertegenwoordigers van de vier partijen die inmiddels verder aan het onderhandelen zijn over een nieuw kabinet. Deze vier zijn daaraan begonnen met de belofte te gaan werken aan de nieuwe bestuurscultuur waar het nu al maanden over gaat. Het nieuwe kabinet zou van start moeten gaan zonder een in beton gegoten regeerakkoord en met meer inbreng van de kant van de Kamer, ook die van oppositiepartijen.

De rot in de politiek zit diep en is breed verspreid, maar het kan dus ook anders, zag ik afgelopen week. Het maakt nieuwsgierig naar waar de onderhandelaars van vvd, d66, cda en ChristenUnie mee komen. Het debat over de staatsfinanciën gaf een sprankje hoop dat ze durven door te pakken, om het in de woorden van het cda en Wopke Hoekstra te zeggen, en niet met een pakket komen dat de koe en de geit spaart, geen zoden aan de dijk zet en voornamelijk de rijken gelukkig maakt. Dus houd het vooral saai en niet sexy, zou ik zeggen.