Passion

Niet tegen het leven bestand

HOLLAND FESTIVAL II

De opera Passion heeft de Franse componist Pascal Dusapin (1955) oorspronkelijk geschreven in opdracht van het festival van Aix en Provence, waar hij vorig jaar in première ging. De bedoeling was dat Dusapin de drie opera’s van barokcomponist Claudio Monteverdi als uitgangspunt zou nemen. Niet dat hij hem letterlijk citeert, maar hij heeft zich wel duidelijk door diens opera L’Orfeo laten inspireren, vooral in de gekozen instrumenten. Toch was het geen onverdeeld succes. Misschien lag het aan de regie, maar het lijkt een voorstelling waar niemand nog graag over praat.
Nu kon Pierre Audi in zijn in dit geval benijdenswaardige dubbelfunctie van festivaldirecteur en regisseur beslissen dat hij zelf voor het Holland Festival een nieuwe Passion-productie zou maken, met dezelfde zangers: de Canadese sopraan Barbara Hannigan en de Duitse bariton Georg Nigl. Bescheiden noemde Audi zijn aandeel oorspronkelijk geen mis-en-scène maar een mis-en-espace. De enscenering is sober. Als decor alleen hoge zwarte gordijnen en twee zwarte, houten stoelen. Grote glasscherven steken uit de vloer die het lopen – op blote voeten – gevaarlijk maken. Achter de twee protagonisten zitten zes zangers van VocaalLAB Nederland, ook in het zwart gekleed, als strenge rechters op een rij. Daarachter het orkest, het Ensemble Modern uit Frankfurt, geleid door Franck Ollu. Ook in het zwart: de onderwereld of de dreiging van de dood?
Van Dusapin is eerder werk in Nederland gespeeld, vooral in de IJsbreker van Jan Wolff. Toch is hij hier betrekkelijk onbekend. Het was een verrassing dat het Holland Festival hem als centrale componist voor 2009 heeft gekozen en vier programma’s aan hem wijdt. Terecht, zo blijkt, want met Passion is hij in één klap de grote ontdekking van dit festival. Zijn muziek is stralend en emotioneel, dramatisch en lyrisch, modern en klassiek, romantisch en lichamelijk, expressief en synthetisch tegelijk. Het wordt ook nog eens wondermooi gespeeld en gezongen door de solisten van VocaalLAB en vooral door de twee hoofdrolspelers. Hun verhaal is in de verte gebaseerd op het verhaal van Orpheus, die zijn gestorven vrouw Eurydice tot helemaal in de Hades gaat zoeken en haar mee mag nemen als hij belooft dat hij haar niet zal aankijken.
Hier gaat het om een hij en een zij, anoniem, het verhaal is geabstraheerd, maar door Audi met eenvoudige middelen weer concreet gemaakt. De Italiaanse tekst (van Dusapin zelf) is summier, soms niet meer dan kreten en heel vaak – elektronisch versterkte – zuchten, met allerlei betekenissen. Als het begint zitten de man en de vrouw naast elkaar op de twee stoelen, van beiden is het lichaam iets naar buiten gedraaid, zodat ze elkaar niet aankijken. Tijdens de hele opera lopen en kijken ze langs elkaar heen en kunnen elkaar niet bereiken tot ze elkaar definitief verliezen. Pas in de dood is er een samenzijn. Omdat het zo eenvoudig is weergegeven, kun je er je eigen interpretatie aan geven. Ik zag er het verhaal van een depressie in. De vrouw is niet dood in de Hades, maar voor de man even onbereikbaar, opgesloten in haar depressie. Uiteindelijk is hij het die eraan onderdoor gaat. Zij kiest ervoor niet de zon in te gaan en in haar duistere toestand te blijven.
We hebben dan in anderhalf uur een schakering aan passies gehoord en gezien: verlangen, angst, bezorgdheid, boosheid, rouw, wanhoop, opstandigheid, teleurstelling, berusting. Vooral ook door het prachtige spel en de zang van Georg Nigl, een wanhopige man die de situatie niet aankan, en Barbara Hannigan, een vrouw met zoveel emoties dat het leven er niet tegen bestand is.

Passion was eenmalig te zien, voorlopig. Meer van Dusapin op het Holland Festival: Dusapin op teksten van Shakespeare, Homerus en Chaucer in De anatomie van de melancholie, 19 juni. Verder: Dusapin in het Orgelpark op zondagmiddag 21 juni. Op 26 en 27 juni in Carré: Medea van Heiner Müller (tekst), Pascal Dusapin (muziek) en Sasha Waltz (choreografie en regie). www. hollandfestival.nl