De druk op de farmaceutische sector groeit

‘Niet tekenen = einde apotheek’

Steeds vaker luiden apothekers de noodklok over de gevolgen van de liberalisering van de farmaceutische zorg. Terwijl de agressie en werkdruk toenemen, komt velen het water aan de lippen. In het Twentse Glanerbrug maakten drie apotheken een vuist tegen Zilveren Kruis Achmea. ‘Het was slikken of stikken.’

Medium cehh130705 6279

‘Kijk, dit is ook nog wel een leuke.’ Ingrid Keizers vist een wit doosje uit de carrousel achter de balie. ‘Macrogol en Elektrolyten, tegen obstipatie. Vroeger heette dit medicijn Movicolon, maar dat mogen we van de verzekeraars niet meer aan onze patiënten geven. Te duur. Wat dacht je dat er gebeurde? Net toen de mensen begonnen te wennen aan Macrogol en Elektrolyten kon de fabrikant de vraag niet meer aan. Dus moesten we wéér naar een andere leverancier. Kregen de patiënten opeens Molaxole.’ De apothekers­assistente houdt de doosjes naast elkaar en schudt haar hoofd. ‘Drie verschillende namen voor een geneesmiddel met exact dezelfde werkzame stof. Snap je dat patiënten er zo lang­zamerhand niet meer uitkomen?’

Het is al druk, deze dinsdagochtend in apotheek de Eekmaat in het Twentse Glanerbrug. De patiënten houden de assistentes vanaf de bankjes in de wachtruimte scherp in de gaten. Zodra een van Keizers’ collega’s klaar is met de ene patiënt veert de volgende op. Keizers (54) legt de doosjes terug in de carrousel en loopt gauw weer naar de balie. Sinds 1979 werkt ze in deze apotheek vlak bij de Duitse grens, waar bijna alle Glanerbruggers – het dorp telt nog geen achttienduizend inwoners – hun medicijnen halen. Tot haar grote verdriet zag Keizers de sfeer in de dorpsapotheek de laatste jaren verslechteren. ‘Er is frustratie over het nieuwe systeem. Niet alleen bij de patiënten, maar ook bij ons.’

Sinds 1 januari 2012 zijn de prijzen voor geneesmiddelen vrijgegeven, evenals de vergoeding voor de zorgverlening van apothekers. Doel hiervan was niet alleen om de kosten terug te dringen, maar ook om de kwaliteit van de farmaceutische zorg te verbeteren en innovatie te stimuleren. Terwijl op bestuurlijk niveau stevig wordt gedebatteerd over de vraag of deze doelstellingen worden gehaald, krijgen apothekersassistenten dagelijks te maken met de gevolgen ervan. ‘Dagelijks?’ vraagt Keizers. ‘Ik zou haast zeggen: ieder uur. Mensen zijn geïrriteerd en wij zijn degenen die de klappen moeten opvangen. Laatst werd ik nog bijna over de balie getrokken door een woedende patiënt.’ De assistentes van apotheek de Eekmaat hebben moeite het nieuwe systeem aan de patiënten uit te leggen. ‘We zijn opgeleid om advies te geven over medicijngebruik, maar ondertussen zijn we vooral bezig regels uit te leggen van verzekeraars. Regels die om de zoveel tijd veranderen, en soms zo ondoorzichtig zijn dat we er zelf ook weinig meer van begrijpen.’ En dat terwijl de apotheker van de toekomst juist een ‘deskundige zorgverlener’ zou moeten zijn die een ‘cruciale rol’ speelt in het informeren en begeleiden van patiënten bij hun geneesmiddelengebruik, zo schrijft minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in een recente brief aan de Tweede Kamer. Zij reageert daarmee op de verkenning die Alexander Rinnooy Kan en Robert Reibestein begin dit jaar in haar opdracht hebben uitgevoerd naar de staat van de farmaceutische zorg in Nederland. Volgens hen moeten de verontrustende signalen uit het veld op veel punten worden genuanceerd. Ons land scoort goed als het gaat om de kwaliteit van de zorgverlening en de tevredenheid van patiënten, schrijven ze in hun rapportage. Bovendien zijn de totale uit­gaven aan geneesmiddelen in de afgelopen perio­de gedaald, terwijl alle andere zorgsectoren juist fors duurder werden. Toch is er volgens de verkenners nog veel ruimte voor verbetering, en wijzen zij een aantal concrete knelpunten aan.

‘Hoewel de doelstellingen zeer nobel zijn, levert de praktijk een tegenovergesteld beeld op’, schrijft de knmp in haar Zorgmonitor 2013. De beroepsorganisatie van apothekers is ervan overtuigd dat de problemen anderhalf jaar na de liberalisering geen kinderziektes meer kunnen worden genoemd en dat er wel degelijk reden is voor onvrede binnen de branche. Uit een enquête onder ruim vierhonderd apothekers blijkt dat patiënten langer moeten wachten aan de balie en vaker moeten terugkomen omdat een medicijn niet beschikbaar is. Hierdoor is de relatie tussen patiënt en apotheker volgens de beroepsorganisatie onder druk komen te staan. Bovendien geven de respondenten aan dat de werkdruk enorm is toegenomen en zij steeds minder de regie hebben over hun eigen zorgverlening. ‘Het systeem piept en kraakt, en met veel kunst- en vliegwerk hebben apothekers de consequenties voor de patiënt nog kunnen beperken’, concludeert de knmp.

Het nieuwe systeem is ‘nog niet tot wasdom gekomen’, erkent ook minister Schippers in haar recente Kamerbrief. Ze wil op korte termijn met de verschillende partijen om de tafel gaan zitten om de ontwikkelingen te bespreken.

Op de balie van de Eekmaat staat een mededeling voor alle patiënten. ‘Tot onze spijt hebben wij vanaf 1 januari 2013 geen contract meer met de Achmea-groep’, staat er onder de afbeelding van een rode gevarendriehoek. ‘Het betreft zorgpolissen van Zilveren Kruis, Agis, Interpolis, fbto, ozf en Avero. Indien u na 31 december 2012 bij de Achmea-groep verzekerd bent/blijft, zult u contant moeten betalen voor uw geneesmiddelen.’ Peter Nijland zakt achterover op zijn bureaustoel in zijn kantoortje vlak achter de balie. ‘Als apotheker wil je natuurlijk het liefst iedere patiënt van dienst zijn, ongeacht bij wie hij verzekerd is’, zegt hij. ‘Maar er zijn grenzen.’

Eind vorig jaar kreeg zijn apotheek concreet te maken met een van de knelpunten die de verkenners Rinnooy Kan en Reibestein in hun rapportage aanwijzen: de contractering van prestaties door de zorgverzekeraars. Sinds de liberalisering is de zorgverlening van apothekers opgedeeld in verschillende prestaties, zoals het uitvoeren van medicatiebeoordelingen, het geven van instructies bij bijvoorbeeld een inhalator, of de advisering over ziekterisico bij reizen. Goed voor de transparantie en de kwaliteit van de zorgverlening, zo was het idee. Maar dan moeten de verzekeraars die prestaties wel inkopen, klagen de apothekers nu. Volgens hen gebeurt dat vooralsnog veel te weinig. Bovendien mogen de verzekeraars zelf bepalen bij wie ze de zorg inkopen, tegen vrij onderhandelbare tarieven. In de praktijk wordt er volgens de knmp echter nauwelijks onderhandeld, en bepalen de zorgverzekeraars – de vier grootste vertegenwoordigen gezamenlijk negentig procent van de bevolking – de contractvoorwaarden. ‘Breed leeft het gevoel geen tegendruk te kunnen bieden aan zorgverzekeraars’, concluderen de verkenners uit hun gesprekken.

‘Het is slikken of stikken’, beaamt apotheker Peter Nijland. ‘De verzekeraar zegt: zo gaan we het doen, en dat heb je dan maar te accepteren. Dat noem ik geen vrije markt.’ Eind vorig jaar deelde Zilveren Kruis Achmea mee de tarieven in hun tweejarig contract tussentijds aan te passen. ‘Van een all in-tarief gingen ze naar een vergoeding per prestatie’, vertelt Nijland. ‘Die vergoeding was veel lager dan bijvoorbeeld die van Menzis, en uit berekeningen bleek dat wij er dan op achteruit zouden gaan. Zo’n eenzijdige aanpassing accepteerden wij niet.’ Met zijn collega’s van het maatschap Samenwerkende Apotheken Enschede vroeg hij een gesprek aan. ‘Daar wilden ze bij Achmea niks van weten. “We kunnen best nog eens langskomen om het uit te leggen”, was hun reactie. “Maar onderhandelen doen we niet met individuele zorgverleners.” En daarmee was het klaar.’

Tegen heug en meug besloten Nijland en zijn collega’s van de apotheken Twekkelerveld en de Esmarke om het contract met Achmea op te zeggen – een unicum in Nederland. ‘Uit het hele land kregen we adhesiebetuigingen, collega-apothekers vonden het geweldig dat we onze poot stijf hebben gehouden’, vertelt Nijland. ‘Maar het sneeuwbaleffect waar wij op hoopten bleef uit, uiteindelijk waren wij de enigen die tegen de positie van de verzekeraars in verzet waren gekomen. We voelden ons behoorlijk in de steek gelaten.’

Als reactie stuurde Zilveren Kruis Achmea een paar duizend verzekerden in de regio Enschede een brief met de mededeling dat het contract eenzijdig was verbroken door de drie apotheken. ‘De reden hiervoor is dat Zilveren Kruis weigert in te gaan op hun wens een hogere vergoeding te ontvangen’, schrijft de verzekeraar. ‘Ons advies is om naar een apotheek te gaan waar wij wél een contract mee hebben.’ Bij de brief zit een bijlage met een overzicht van apotheken in de wijde omtrek. ‘Patiënten voelden zich in de maling genomen’, aldus Nijland. ‘De brief werd pas op 15 januari verstuurd, daarmee was het een voldongen feit. Verzekerden die graag bij ons wilden blijven, konden niet meer overstappen naar een andere verzekeraar.’ Een paar weken later ontstonden soortgelijke problemen bij het Slotervaart­ziekenhuis in Amsterdam, dat ook het contract met Achmea niet meer wilde ondertekenen. Verzekerden kregen daar uiteindelijk alsnog de mogelijkheid over te stappen. ‘In ons geval niet, en dat heeft tot veel spanningen geleid. Opeens moesten patiënten een stuk verder reizen of de geneesmiddelen contant bij ons afrekenen, heel vervelend. Alles kwam op ons bordje, want bij Achmea kregen klagende patiënten nul op het rekest.’

‘Met de klachtenregen viel het alleszins mee’, reageert Femke Theunissen van Zilveren Kruis Achmea. ‘We hebben wel wat telefoontjes gehad, maar voorzover ik kan nagaan heeft niemand verzocht over te stappen naar een andere verzekeraar.’ Volgens de woordvoerster is het bovendien feitelijk onjuist dat de apotheken een lagere vergoeding zouden krijgen door de nieuwe contractvoorwaarden: ‘De berekeningen zijn aangepast, maar onder de streep zou hetzelfde over zijn gebleven.’ Wel erkent ze dat de brief naar de verzekerden te laat kwam, en zegt ze dat de contracten dit jaar veel eerder rond moeten zijn. ‘We streven naar oktober, november. Mocht er dan geen overeenstemming zijn, kunnen we onze klanten alsnog tijdig inlichten.’ Volgens haar worden het spannende maanden, waarin veel nieuwe afspraken moeten worden gemaakt: ‘We kunnen niet in het sentiment van een paar jaar geleden blijven hangen, de tijd waarin we alles maar betaalden. Om de premies laag te houden voor onze klanten zullen we nog meer op onze strepen moeten gaan staan.’ Individuele onderhandelingen over contractvoorwaarden kunnen de apotheken dus wel vergeten. ‘Met koepelorganisaties gaan wij graag de dialoog aan. Maar met tweeduizend apothekers om de tafel, dat is niet te doen.’

Ondertussen is de grootste zorg van Peter Nijland en zijn collega’s dat andere zorgverzekeraars hun tarieven ook zullen aanpassen voor 2014. ‘Zo’n breuk als die met Achmea kunnen wij ons niet nog een keer veroorloven’, zegt hij. ‘We hebben een risico genomen, en dat kon alleen maar omdat Achmea bij ons een kleine jongen is. Slechts vijf procent van onze patiënten is bij hen aangesloten.’ De helft daarvan is inmiddels naar een andere apotheek vertrokken, waar zij ‘met open armen werden ontvangen’, aldus Nijland. ‘Dat zij naar de concurrent zouden gaan, hebben we op de koop toe genomen. Maar tegen Menzis bijvoorbeeld zouden we nooit “nee” kunnen zeggen, die vertegenwoordigt een veel te groot deel van onze patiëntenpopulatie.’ Uit de enquête van de knmp blijkt dat 77 procent van de apothekers om die reden het contract met de dominante zorgverzekeraar in hun regio heeft ondertekend. ‘Niet tekenen = einde apotheek’, wordt een van de ondervraagden geciteerd.

Klachten over de macht van zorgverzekeraars gaan verder dan alleen de contractering van prestaties, schrijven de verkenners Rinnooy Kan en Reibestein in hun rapportage aan de minister. Het tweede belangrijke knelpunt in de sector is het preferentiebeleid, dat al in 2005 gedeeltelijk in Nederland werd ingevoerd en in de laatste jaren steeds verder is uitgebouwd. Verzekeraars zijn door dit beleid vrij om specifieke geneesmiddelen aan te wijzen als ‘preferent’, als medicijn dat zij bereid zijn te vergoeden. Vaak gaat het om goedkope kopieën van een bepaald middel, die op de markt worden gebracht zodra het patent op het origineel is verlopen. De Nederlandse Zorgautoriteit raamt de totale besparingen als gevolg van dit beleid op 0,75 tot 0,9 miljard euro in de afgelopen vijf jaar. Volgens de verkenners een duidelijk teken dat het belangrijkste doel – kostenbesparing door het stimuleren van de concurrentie op de geneesmiddelenmarkt – is bereikt.

Toch heeft dit preferentiebeleid volgens de apothekers tot veel onrust geleid. ‘Vooral oudere mensen snappen het soms gewoon niet meer’, zegt de Glanerbrugse assistente Ingrid Keizers. Ze draait de carrousel achter de balie nog een keer rond en wijst op verschillende verpakkingen in hetzelfde geneesmiddelenvak. ‘Die denken dat ze een nieuw medicijn hebben gekregen, in plaats van hetzelfde medicijn in een ander doosje.’ Keizers heeft al een paar keer meegemaakt dat een patiënt dubbel bleek te slikken: uit beide doosjes een tablet. ‘Of ze slikken juist helemaal niks meer, omdat ze de werking van zo’n nieuw medicijn niet vertrouwen.’ Ze loopt naar een van de computers achter in de apotheek. ‘Probleem is dat we ook nog eens te maken hebben met een stuk of acht verzekeraars, die allemaal hun eigen voorkeuren en regels hebben. Dus zijn we continu aan patiënten aan het uitleggen waarom bijvoorbeeld hun buurman een bepaald medicijn wel krijgt, en zij niet.’ Iedere ochtend kijkt Keizers in het systeem of er niks veranderd is, want de wijzigingen volgen elkaar in hoog tempo op. ‘Het komt zelfs voor dat exact hetzelfde medicijn voor de ene patiënt duurder is dan voor de andere, omdat de verzekeraars verschillende prijzen bij de leveranciers hebben bedongen’, zegt Keizers. ‘Leg dat maar eens uit.’

Medium cehh130705 6281

Dat niet iedere patiënt de uitleg van apothekersassistentes klakkeloos accepteert en de agressie aan de balie in het hele land toeneemt, is een ontwikkeling die de knmp in haar zorgmonitor ‘zeer zorgelijk’ noemt. ‘Laatst nog bijvoorbeeld kwam er een dame bij mij aan de balie voor maagtabletten’, vertelt Keizers. ‘De originele wilde ze hebben, van het merk Nexium. Ik legde haar uit dat haar verzekeraar alleen de goedkopere variant vergoedt. Maar die wilde ze niet, omdat die klachten bij haar zouden veroorzaken. Ik probeerde haar duidelijk te maken dat de werkzame stof precies hetzelfde is. Maar dat accepteerde ze niet. Ze dacht dat wij er als apotheek zelf beter van wilden worden door haar die andere variant te verkopen.’ De vrouw werd bozer en bozer, en is uiteindelijk scheldend vertrokken – zonder medicijn. ‘“Ik weet je wel te vinden!” riep ze toen ze de deur uit liep.’ Een paar dagen later belde de patiënt op om haar excuses aan te bieden. ‘Ze is langsgekomen om zich persoonlijk bij mij te verontschuldigen’, vertelt Keizers. ‘Ik heb haar gezegd dat ik haar wel begrijp. Het is gewoon heel frustrerend, al die nieuwe regels.’ Een collega-assistente komt bij Keizers staan, tussen de medicijnkasten achter in de apotheek. ‘Pas geleden stond hier een boze meneer voor de deur, die vond dat ik hem het verkeerde merk geneesmiddel had gegeven’, vertelt zij. ‘Hij bleef rondhangen voor het pand, ik was doods­benauwd. Op de trap achter in de apotheek heb ik zitten huilen. ’s Avonds durfde ik nauwelijks naar buiten, ik was bang dat ik een klap in mijn nek zou krijgen.’ Andere assistentes verzamelen zich ook bij het groepje – allemaal met hun eigen verhaal. ‘Potverdorie, denk ik soms’, zegt Keizers. ‘We doen alles naar beste weten en kunnen. Maar voor sommige dingen zijn we gewoon niet opgeleid.’

En dan gebeurt het soms ook nog dat een medicijn niet meer beschikbaar is, terwijl het dagelijks door huisartsen wordt voorgeschreven. ‘Pas geleden nog: doxycycline, het meest gebruikte antibioticum voor volwassenen’, vertelt apotheker Peter Nijland in zijn kantoor. ‘Nergens meer te krijgen. Of in april: Lanoxin, een hartmiddel. Drie weken lang niet leverbaar. Ik voel me af en toe net een apotheek in Suriname. Elke keer is het maar weer hopen dat het schip met medicijnen binnenkomt – letterlijk. Soms dobbert zo’n boot nog halverwege de Indische Oceaan als de voorraad bij ons al op is. De grootste bulk komt tegenwoordig uit landen als India, Pakistan en Bangladesh, maar met het vliegtuig wordt niks meer aangevoerd, dat is te duur.’ Volgens Nijland wordt de geneesmiddelenmarkt door het preferentiebeleid ernstig verstoord: ‘Omdat verzekeraars nog maar één of twee merken aanwijzen als preferent houden andere fabrikanten op om dat middel te produceren. Ze weten dat ze het toch niet kunnen verkopen. Als dan de vraag toeneemt, vormt dat direct een probleem.’

Maar volgens Ferry Visser, senior inkoper farmacie bij Zilveren Kruis Achmea, is die uitleg te kort door de bocht: ‘Leveringsproblemen zijn er, ik zal de laatste zijn die dat ontkent. Maar van schaarste op de geneesmiddelenmarkt is echt geen sprake. In 99,9 procent van de gevallen is er een alternatief beschikbaar voor een medicijn dat tijdelijk niet meer leverbaar is.’ Bovendien kunnen de problemen volgens hem meestal niet teruggevoerd worden op het preferen­tiebeleid. ‘Het zijn juist de groothandels die hun ­voor­raden niet op peil hebben, daar zouden de apothekers eens wat strenger tegen moeten optreden.’

Toch ziet ook Achmea dat het preferentie­beleid veel nadelen heeft. ‘Daarom hebben wij een ander systeem ingevoerd: het Idea-beleid. In dit systeem betalen wij de apothekers een vaste prijs per doosje, en kunnen zij verder zelf bepalen welk geneesmiddel ze inkopen. Hun patiënten hoeven daardoor ook minder vaak van medicijn te wisselen.’ Volgens Visser heeft meer dan driekwart van de apothekers met wie zij een contract hebben daar inmiddels voor gekozen.

‘En zo heeft iedere verzekeraar inmiddels zijn eigen systeem’, zucht Peter Nijland. ‘De administratieve last die daaruit voortkomt is te gek voor woorden. De hele dag ben ik bezig dossiers van patiënten aan te leggen, zwaarteprofielen vast te stellen, prijzen te vergelijken en wijzigingen door te voeren. Mijn declaraties naar de verzekeraars, daar klopt vaak niks meer van. Je moet tegenwoordig een zorgmakelaar in de hand nemen om de boel een beetje op orde te houden.’ Dat zelfstandige apothekers steeds meer moeite hebben om al die complexe modellen en formules van de verzekeraars te doorgronden – naast het preferentiebeleid en het Idea-beleid bestaat er inmiddels ook het couvert-preferentiebeleid en het laagste-prijs-garantiemodel – vindt Ferry Visser van Achmea een logisch gevolg van de liberalisering. ‘Apotheken zullen zich steeds meer moeten gaan organiseren en zich aan moeten passen aan de nieuwe situatie’, vindt hij. ‘Als verzekeraar zullen we selectiever worden en meer gaan belonen voor kwaliteit. Zij die de slag naar een betere zorgverlening niet kunnen maken, zullen het niet meer redden. Dat er dan op den duur minder apotheken overblijven, lijkt mij geen rare ontwikkeling. We zitten tenslotte in een veranderproces met een gezamenlijk doel: de zorg beter maken.’

De zorg beter maken: er is geen apotheker die zich niet in dat doel kan vinden. Maar vaak ontbreekt het simpelweg aan de middelen. ‘Een groot aantal apotheken zegt failliet te zullen gaan als er niet snel iets verandert’, schrijven de verkenners Rinnooy Kan en Reibestein aan minister Schippers. Niet alleen door de administratieve lastenverhoging is de bedrijfsvoering van veel apotheken onder druk komen te staan, maar ook door de financiële consequenties die het preferentiebeleid en de liberalisering van de prijzen met zich mee hebben gebracht. Konden apothekers vroeger nog winsten maken door de handel op de geneesmiddelenmarkt en kortingen en bonussen bedingen bij fabrikanten en groothandels, sinds de liberalisering is dat nagenoeg weggevallen. Vorig jaar is het aantal openbare apotheken voor het eerst in tien jaar gedaald, blijkt uit berekeningen van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (sfk). Alleen ziekenhuisapotheken en dienstapotheken nemen nog in aantal toe. Opvallend, vindt de sfk, want met de vergrijzing neemt de zorgvraag juist toe en wordt deze bovendien complexer: steeds meer mensen slikken steeds meer medicijnen. De verkenners dringen er in hun rapportage op aan dat er gauw onderzoek komt naar de alarmerende signalen over de financiële positie van apothekers. Minister Schippers belooft in haar Kamerbrief dat de Nederlandse Zorgautoriteit op korte termijn een analyse zal maken.

‘Apothekers zijn volledig uitgekleed, net zoals de groothandels en de fabrikanten’, zegt Peter Nijland. ‘Medicijnen mogen tegenwoordig niks meer kosten. Cholesterolverlager? Kost nog geen anderhalve cent per tablet. En daar zitten alle kosten al in verwerkt: van het transport, van het doosje, de bijsluiter, noem maar op. Hoe krijgen ze het voor elkaar, denk ik wel eens.’ De omzet is sinds de liberalisering dus nog meer afhankelijk van de handelingen die aan de balie worden verricht. Een ontwikkeling die ook door de sector zelf wordt toegejuicht: werden apothekers vroeger nog gekscherend ‘doosjesschuivers’ genoemd, inmiddels zijn het zorgverleners die een spil moeten zijn in de buurt en nauw in contact moeten staan met huisartsen, verzorgingstehuizen en thuiszorgmedewerkers.

‘Onze assistentes zijn allemaal bijgeschoold en gespecialiseerd in het geven van instructies over bijvoorbeeld incontinentieluiers of ­inhalators’, vertelt Nijland. ‘We organiseren speciale informatieavonden voor patiënten en nodigen ze uit voor medicatiebeoordelingen. Regelmatig houden we overleg met zorgverleners uit de eerste en tweede lijn. Maar wat als die handelingen vervolgens niet door de verzekeraar worden gecontracteerd? Of als de incontinentieluiers uit het pakket worden gehaald? Dan kunnen we onze kwaliteit wel verbeterd hebben, maar levert het alsnog niks op.’ Volgens Nijland geven zijn assistentes steeds vaker advies aan patiënten zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. ‘Zouden we die mensen dan moeten wegsturen? Moeten zeggen: meneer, het spijt me wel, maar hier word ik niet voor betaald dus u zoekt het verder maar uit? Misschien doen andere zorgverleners dat, maar zo willen wij niet werken.’

Ruimte voor innovatie, een ander belangrijk doel van de liberalisering, ziet Nijland op dit moment niet in zijn apotheek. Door het raam van zijn kantoor gebaart hij naar zijn assistentes, die in hoog tempo de verse toestroom van patiënten proberen bij te houden. ‘Waar haal ik de mensen en het geld vandaan? Wij kunnen het hoofd voorlopig nog boven water houden, maar als het verder bergafwaarts gaat zullen we toch mensen moeten ontslaan.’ Dan zal de werkdruk van Ingrid Keizers en haar collega’s dus nog verder toenemen. ‘We blijven onze assistentes motiveren, maar het is steeds moeilijker om hun vak nog leuk te houden’, zegt Nijland. ‘Eens is hun grens bereikt. Van een collega-apotheker hoorde ik laatst al dat een van haar beste assistentes is vertrokken. Die had er geen zin meer in en heeft ander werk gezocht.’

zie groene.nl

voor Dossier Zorg