In de marge

Niet uitgelezen

Voor de zomer verschenen her en der aanbevelingen voor de vakantieliteratuur. Wat lazen de Groene-medewerkers eigenlijk niet uit op het strand?

Kees ’t Hart:

Vliegtuigboeken zijn boeken die in reusachtige stapels in de vliegveldboekwinkels staan opgestapeld. Schrijvers van vliegveldboeken heten Nicci French, Michael Crichton, Dick Francis, Jonathan Kellerman, Patricia Cornwell en John Grisham. Ik denk altijd dat deze schrijvers niet echt bestaan, maar Dick Francis ontmoette ik een keer bij de vliegveldboekwinkel van Schiphol. Hij signeerde er. Ik kocht meteen twee boeken, in het eerste zette hij «hi Kees!» en in het tweede «Kees, hi!» Mijn laatste vliegtuigboek heette The Da Vinci Code, het is van Dan Brown en het ligt op alle vliegvelden. Ik kreeg het in het vliegtuig niet uit en dat is precies waar een goed vliegtuigboek aan moet voldoen: je krijgt het altijd uit. Brown kan niet schrijven, zijn zinnen wankelen, zijn figuren zijn van bordkarton, dat gekwek over De Graal, ik wil het niet meer. Al dat semi-wetenschappelijke oude-kunst-gebabbel, ik haat het. En er zijn niet eens behoorlijke seks scènes met een blowjob erin. Na de derde verregaand onwaarschijnlijke ontsnapping aan de voltallige politiekorpsen van zowel Engeland als Frankrijk heb ik het in het net van de vliegtuigstoel voor me gedumpt.

(Dan Brown, The Da Vinci Code. Avon Books, 12,50 euro)

Marja Pruis:

Ik had de titel, De Kartuize van Parma, verkeerd begrepen, blijkt nu. Het is een plaatsaanduiding, en niet een vrouw. Niks geen tragisch vrouwenportret in de beste negentiende-eeuwse traditie. Eerder een soort Tijl Uilenspiegel, zo’n saaie schelmen roman vol avonturen, misverstanden en grappen. Boeken niet uitlezen doe ik alleen thuis, onder het mom: morgen ga ik er wel weer in verder. Maar tijdens de vakantie al aan een ander boek beginnen en dit boek half gelezen mee terugnemen? Dat druist tegen alles in, maakt lezen zinloos, m’n leven stuurloos, de vakantie stom. Ik heb een andere oplossing: ik kíjk naar de bladzijden, in plaats van ze te lezen. Zo pik ik van ruim zeshonderd bladzijden toch nog wat woorden, namen, handelingen mee. Het nawoord van de vertaler verklaart: dit boek is niet geschreven, maar gedicteerd. Binnen zes weken, uit het blote hoofd! Vandaar dat parlando toontje en al die herhalingen en dat afgeraffelde einde. Knap, maar het blijft een tegenvaller.

(Stendhal, De Kartuize van Parma. Vertaald door Theo Kars, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 36,90 euro)

Rob Hartmans:

Al meer dan twintig jaar kan er in de Angelsaksische wereld geen artikel of boek over politiek verschijnen zonder ten minste één citaat van Tocqueville.

Het boek ligt al jaren te wachten en te lonken. Sommige hoofdstukken beloven immers dieper inzicht in de mysterieuze Amerikaanse ziel: «Waarom Amerikaanse schrijvers en sprekers vaak bombastisch zijn» en «Hoe onder Amerikanen de voorliefde voor materiële genoegens samengaat met vrijheidsliefde en de zorg voor de publieke zaak».

En toch lukte het ook deze vakantie niet. Na de «inleiding», waarin niet alleen het leven en werk van Tocque ville maar ook de inhoud en betekenis van het boek uit de doeken werden gedaan, strandde ik al spoedig in de beschrijving van het stadsleven van New England anno 1831. De 650 bladzijden die dan nog volgen moeten wachten op het onbewoonde eiland of een fikse gevangenisstraf.

(Alexis de Tocqueville, De la démocratie en Amérique)

Pieter van Os:

Een criticus van de Washington Post verklaarde enthousiast: «Hij bezit wat zijn tegenstanders ontberen: een goed gevoel voor humor.» Al Frankens Lies and the Lying Liars Who Tell Them: A Fair and Balanced Look at the Right is een bestseller hier in de Verenigde Staten. De ondertitel is een verwijzing naar het rechtse televisie kanaal Fox, dat «Fair and Balanced» als officiële leus voert. Omdat de boekhandels in New York en Washington vol liggen met zogenoemde Bush-bash-boeken, gaf juist de belofte van humor de doorslag. Dacht ik. Maar na enkele hoofdstukken Lies begreep ik dat woede, hoewel verpakt in grappen, toch zelden vermaakt. Al na een paar bladzijden geloofde ik ook niet meer wat de Britse Independent voorspelde: dat dit boek de ommekeer in de strijd om het presidentschap zal brengen. Zo geestig is het niet om Bill O’Reilly «O-lie-lly» te noemen. Wellicht ligt het ook aan mezelf: als buitenlander moet ik nog lachen om mania kale types die schreeuwend op de buis Kerry «French-looking» noemen, en zijn stemmers «sushi-eating, Volvo-driving, New York Times-reading, body-piercing» en «Hollywood-loving». Over hen moet je niet lezen, die moet je zelf zien. Dus legde ik het boek halverwege weg, op de teevee.

(Al Franken, Lies and the Lying Liars Who Tell Them: A Fair and Balanced Look at the Right)

Publijstje

Literatuur is een vrouwenzaak. De gemiddelde koper van een roman is een keurige dame van boven de vijftig, zo valt vaak te horen. Zo ook in Engeland, waar bijvoorbeeld de naar schatting vijftien duizend leesclubs nagenoeg allemaal uit vrouwen bestaan. Toch is dit jaar de Penguin Reading Group Prize gewonnen door de enige mannelijke groep onder de zevenhonderd inzenders. Deze lads komen uitsluitend samen in de pub en zonden hun leeslijst over 2003 in onder het motto: «Real Ale, Real Books, Real Men?»

De lijst, waarop – jawel – meer schrijvers dan schrijfsters figureren (rangorde naar waardering):

1 Waterland, Graham Swift

2 The Honorary Consul, Graham Greene

3 Brick Lane, Monica Ali

4 Surfacing, Margaret Atwood

5 Black Boy, Richard A. Wright

6 Franny and Zooey, J.D. Salinger

7 The Secret History, Donna Tartt

8 The Golden Age, Gore Vidal

9 Stars and Bars, William Boyd

10 Cheaters, Eric Jerome Dickey

Legerlijstje

Een generaal uit het Amerikaanse leger hoort Thomas Friedmans The Lexus and the Olive Tree te hebben gelezen. Het is volgens de Amerikaanse legerleiding «an important primer on the modern world for all leaders».

De misschien wel grootste leesclub van de Verenigde Staten bestaat voor het overgrote deel uit mannen. Op 23 juli gaf generaal Peter Schoomaker, hoogste militaire bevelhebber, een update van de lijst boeken die het Amerikaanse leger aan zijn personeel had aanbevolen. Categorie 4 is bestemd voor het hoogste echelon: de kolonels en generaals.

Thinking in Time: The Uses of History for Decision Makers, Richard E. Neustadt en Ernest R. May

The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order, Samuel P. Huntington

The Lexus and the Olive Tree: Understanding Globali zation, Thomas Friedman

War in European History, Michael Howard

The Making of Strategy: Rulers, States, and War, red. Wil liam son Murray, MacGregor Knox en Alvin Bernstein

Makers of Modern Strategy: From Machiavelli to the Nuclear Age, red. Peter Paret

The Peloponnesian War, Donald Kagan

Dereliction of Duty: Lyndon Johnson, Robert McNamara, the Joint Chiefs of Staff, and the Lies That Led to Vietnam, H. R. McMaster

Victory on the Poto mac, James R. Locher III

The Dynamics of Military Revolution, 1300-2050, red. MacGregor Knox en Williamson Murray

The Challenge of Change: Military Institutions and New Realities, 1918-1941, red. Harold R. Winton en David R. Mets

Transformation Under Fire: Revolutionizing How America Fights, Douglas A. Macgregor

Kikkers zien

«Geloof is aan nemen wat wij niet zien, en de beloning voor geloof is zien wat wij aannemen.» Aldus Augustinus, die deze zaterdag 1574 jaar geleden, in 430, stierf. Maar 1319 jaar na die zaterdag in 430 werd, in 1749, Johann Wolfgang von Goethe geboren, en hij beweerde: «Er zijn niet overal kikkers waar water is, doch waar zich kikkers bevinden zal ook water zijn.»