Lawrence Krauser, Lemon

Niet uniek, wel vervelend

‹McSweeney’s›-auteur Lawrence Krauser schreef een roman over een liefdesrelatie met een citroen. Ondanks Krausers taalvirtuositeit, of pogingen daartoe, zit de eigen zinnigheid van ‹Lemon› alleen in het omslag.

Deze week leverde een postbode unieke postzegels bij de ontwerpers annex gebruikers ervan. Want sinds 21 mei komt TPG Post «tegemoet aan de jaarlijks honderden verzoeken voor een eigen postzegel van particulieren en organisaties». Ze zijn binnen tien dagen klaar.

De sociaal-democraat Willem Drees was de eerste die het monopolie van het staatshoofd doorbrak. Inmiddels is de democratisering van de postzegel compleet en kan iedereen zijn eigen portret voor 1,30 euro laten prijken op een 39 eurocent-postzegel. Een mooie tekening, een vakantiekiekje of jezelf verzegeld op een windsurfplank of verkleed als Ronald Reagan kan natuurlijk ook. Alleen aanstootgevende plaatjes en logo’s van bedrijven mogen niet.

Het sportmerk Nike had al eerder succes met de mogelijkheid een tekst naar keuze op je gympen te laten stikken, waarmee het bedrijf naar eigen zeggen je de kans bood «jouw unieke persoonlijkheid uit te laten drukken in je schoenen». (zie De Groene Amsterdammer nr 5 2002). Een ander teken aan de wand is de populariteit van een spijkerbroek — wereldwijd miljoenen van verkocht — die behalve het bekende fabrieksmerk ook de ondertitel «authentic original» draagt. Het kan niet anders of er zijn de afgelopen jaren schoolfeestjes georganiseerd waar alle kinderen hun eigen «authentic original» om de (wél eigensoortige) billen droegen.

Het pleonasme «authentiek origineel» raakt de kern van het verlangen van de hedendaagse consumenten iets volstrekt eigensoortigs te vergaren, al vervullen zij dat verlangen door de aanschaf van massa producten in meervouden van miljoenen. Ook zoeken jaarlijks steeds meer toeristen een unieke ervaring bij steeds dezelfde culturele bezienswaardigheden, als Mona Lisa, Nachtwacht of Guerníca. Hoe beter de mogelijkheden tot waarheidsgetrouwe reproductie van deze schilderijen, des te groter blijkbaar de zucht naar het origineel. En het moet gezegd, de uniciteit van deze schilderijen is niet nep, zelfs niet met de huidige mogelijkheden tot nagenoeg perfecte vermenigvuldiging ervan.

Interessanter in dit verband zijn de unica die momenteel onder de kassa van de Amsterdamse boekhandel Athenaeum liggen, een stapel volstrekt uitzonderlijke, ja unieke boeken. Ieder omslag bevat een andere tekening die de auteur van het boek, de Amerikaan Lawrence Krauser, tijdens een tekensessie zelf met pen heeft aangebracht. De klant kan dus voor vijfentwintig euro kiezen uit werkelijk «verschillende» exemplaren van Krausers roman Lemon. Elk met een ander omslag.

Krauser is een begenadigd tekenaar. Alle boekomslagen in Athenaeum tonen spitsvondige, vlotte schetsen, verzorgd uitgevoerd, evocatief en levendig.

Unieke exemplaren zijn in de wereld van de beeldende kunst doodgewoon. Daar wordt alleen de eenmalige creatieve uiting op waarde geschat, de reproductie is het goedkope aftreksel. Alleen in de boeken wereld is reproduceerbaarheid een pre. Pas de uitvinding van de boekdrukkunst vestigde definitief de gedachte dat ook het ontheiligde woord de wereld kan veranderen. Het woord was niet alleen vlees geworden in een ver verleden, maar nu ook eeuwig en vooral: vermenigvuldigbaar.

Met zijn tekeningen heeft Lawrence Krauser die reproductie van tekst, het gedrukte boek, weer uniek gemaakt. Hij bevestigt daarmee een ontwikkeling die, enigszins gecamoufleerd door het overstelpende boekenaanbod, al enige decennia is waar te nemen: de schrijver schrijft niet meer voor «het geletterde publiek», maar voor een klein deel daarvan, een segment, of «doelgroep». Hoopten beeldend kunstenaars altijd op één vermogende koper (en postume roem via het kunsthistorisch overzichtsboek), de schrijver mikte sinds Gutenbergs of Costers uitvinding nadrukkelijk op de gehele denkende wereld.

In werkelijkheid wordt een boek op de markt gebracht als de uitgever gelooft dat er rond de tweeduizend lezers voor te vinden zijn. Dat aantal impliceert een compleet andere relatie tussen schrijver en lezer dan in de boekenwereld gewoonlijk wordt veron dersteld. De acteur en toneelregisseur Ger Thijs schreef vorig jaar een roman. Toen hij vernam dat er maar duizend van waren verkocht, zei hij teleurgesteld tegen zijn uitgever dat hij al die duizend mensen kende. Of dat werkelijk het geval was, doet er niet toe, maar Thijs’ teleurstelling vervat de discrepantie tussen de werkelijkheid en de verwachting van de schrijver dat hij schrijft voor «de geletterde wereld», of het nageslacht.

Krausers roman is in Nederland verschenen in een gelimiteerde oplage van duizend. Door de verschillende handgemaakte omslagen hoopt de uitgever een collector’s item op de markt te brengen. Opvallend is dat verzamelaars in de postzegelwereld nu juist nijdig zijn over de komst van de unieke postzegel. De meest bijzondere eerste-dagdrukken verliezen voor de filatelist hun waarde bij zoveel uniciteit. Als alles eenmalig is, kan geen serie meer bijzonder zijn. Bij de post zegelverzamelaar leeft de zucht naar het origineel kennelijk nog niet. Krauser en zijn uitgever Vassallucci laten zien dat dat verlangen in de boekenwereld voorzichtig de kop opsteekt. Daarnaast erkent de auteur, door de fysieke grenzen die aan vermenigvuldiging van de Nederlandse vertaling van zijn roman zijn gesteld, dat er voor dergelijke publicaties nooit een groot publiek is te vinden. In dit geval is het zelfs andersom: met de actie hopen uitgever en auteur méér in plaats van minder kopers te bereiken, anders dan bij unieke, bijvoorbeeld genummerde bibliofiele uitgaven, die er altijd al zijn geweest, louter bestemd voor een spe ciaal publiek van liefhebbers.

En het is waar, een gewone reproductie van Lemon had minder mensen bereikt dan deze unieke exemplaren, maar uitgever en auteur zetten bij voorbaat in op een lage oplage zonder potentie tot groei. Zij tarten daarmee de wetten van het boekenvak. Want in het overstelpende boekenaanbod is iedere uitgave een poging de harten van miljoenen mensen te veroveren. Het leesplezier van een ander, anoniem of niet, is een aanbeveling. Vooral voor de boekenkoper geldt: millions can’t be wrong. Een hoog verkoopcijfer werkt stimulerend op de vraag. Boeken zijn daardoor gedoemd «lestsellers» te zijn, met oplagen onder de tweeduizend, of groeien uit tot bestseller, met oplagen (ook in Nederland) boven de honderdduizend. Daartussen bestaat er bijna niets. De middenklasser is van de markt verdwenen.

Behalve een uniek omslag heeft Lawrence Krauser ook geprobeerd een uniek boek te maken, in een volstrekt eigensoortige stijl. Maar was het niet om de voorkant, dan was dit boek nooit bij de kassa beland. Het zijn tweehonderdvijftig pagina’s ronkende nonsens, zonder enige suspense. Een pronkzieke uitstalling van valse taalvirtuositeit en geveinsde diepzinnigheid. Neem: «Bij het smeren van de tijd tot pointillistische klodders tot en met het onophoudelijke gekraak van roestende versnellingen werd de hele militie van onze status quo gemobiliseerd.» Of: «Want als hij denkt aan ostensibele stappen omhoog in de rijpingshiërarchie van de liefde, gemeten met de maatstaven van schijnbare terugkoppeling, interactie, wisselwerking van zintuigen; als hij zich voorstelt tijd door te brengen met, laten we zeggen, een pantoffeldiertje, of papagaai of slak of venusvliegenvanger, lijkt de belofte van beweging en waarneming grauw en bemodderd en ellendig traag.»

Het is allemaal helemaal niet uniek, wel vervelend. Om de ontstellend opgeklopte taal te tonen, is citeren verleidelijk. Toch is er ook wel enige vertelling na te vertellen. «Je ziet er vanavond absoluut clitoraal uit», zegt hoofdpersonage Wendell tegen een citroen waar hij verliefd op is geworden en waar hij een relatie mee onderhoudt. Dat gegeven, even grappig maar vooral geschikt voor een kort verhaal, levert veel geklooi met een vrucht op. Aardig is alleen de sterfscène — voor de volhouder — van de met krantenpapier opgevulde en geelgeverfde citroen, platgeslagen door een politieagent die de liefde voor een vrucht maar verdacht vindt.

Nog erger wordt het door de vertaling, die zonder twijfel weer wel uniek is te noemen. Al had je honderd keer dezelfde zin vertaald, waarschijnlijk krijg je nooit nog eens de zin: «Wanneer werden tongen zwaarder waarvan de punten elkaar aan raken, klingen vastgeklonken in het steekmoment om los te schrapen en voorwaarts te duiken, gevaarlijk?»

De vrije associatie, zo vruchtbaar voor de beeldende kunst, kan in het geschreven woord van alles vernietigen en een roman te gronde richten. Bij Lemon loont het de moeite het omslag van het boek te halen (de uitgever heeft dat mogelijk gemaakt!) en een wissellijstje te kopen. Voor minder dan vijftig euro heb je dan een mooie tekening aan de muur van de beeldend kunstenaar, toneelschrijver, musicus, McSweeney’s-auteur, filmdocent en regisseur Lawrence Krauser. Geen litho, zeefdruk of andersoortige reproductie, maar een heuse «authentic original».

Lawrence Krauser

Lemon Vertaald door Jaap Sietse Zuierveld

Uitg. Vassallucci, 260 blz., € 25,-