Jean Sprackland, Hard Water

Niet van hier

Jean Sprackland

Hard Water

Cape Poetry, 52 blz., £ 8.00

Mijn huis is bedekt met rood blad. Het is zo rood dat het huis zich eerst diep leek te schamen. Maar toen het zich bleef schamen, begon het een indruk van heimelijk en toenemend plezier te wekken. Mensen bleven staan om te kijken naar de klimop die mijn huis in een staat van euforie heeft gebracht. Ik weet me er niet goed raad mee. Sinds kort is het blad gaan dwarrelen op straat. Het ritselt tussen de spaken van fietsers. Soms neemt een voorbijganger er een mee aan zijn schoen. Een jongen kreeg er een in zijn haar als een opgewekte pluim. Eén blad is terechtgekomen bij de dichteres Jean Sprackland. Ze schrijft in het gedicht Reading Leaves:

A change of wind brings a few foreign leaves,

skimming the hedge and the dustbins,

landing on my lawn like splashes of blood.

Ze pakt een blad van de grond en probeert de taal van roden te lezen maar kan de door haar veronderstelde berichten niet ontcijferen. Het blad heeft de textuur van gevouwen geld, dat bij de dichteres beelden oproept als a climate of plenty, wild parrots, a generous sky. Ze besluit de geur van warmte en weelde te volgen en op zoek te gaan naar de bron van het blad. Haar wandeling brengt haar op steeds desolatere plekken:

Then I’m lost in a tract of tower-blocks

and boarded-up shops, a children’s playground

with broken glass, the stump of a roundabout.

I carry my red leaf as a guarantee.

A young mother shrugs. Try the bloke in the hat-
he’s not from round here either.

Of de jonge moeder doelt op het rode blad of de dichteres wordt niet duidelijk, waardoor zij even gelijken zijn: niet van hier. De man geeft niet onmiddellijk antwoord op de vraag (die niet als zodanig in het gedicht wordt gesteld) waar het blad vandaan komt. Hij neemt alle tijd. Leunt voor over, bestudeert het blad in zijn handpalm. Hij spreekt, schrijft de dichteres, maar de lezer krijgt nooit te horen wat hij zegt. Het begint hard te waaien. Afval waait over het speelplein, en de was die over balkons hangt te drogen begint te wapperen. En dan:

And here they come: a flock of red leaves

circling, stepping down the grey air,

settling like rumours on his coat,

his boots, the bench, the broken ground.

Wat hier gebeurt lijkt eenvoudig. Maar de laatste woorden van het gedicht, de gebroken grond, brengen al het voorgaande in een versnelling, zoals de plotselinge wind het blad opjoeg. Voor het eerst brengt de dichteres een beeld dat niet helemaal te plaatsen is. Juist omdat dit zich aan het slot van een reeks concrete dingen bevindt – jas, laarzen, bank – krijgt het iets verraderlijks. Je zou er zo overheen kunnen lezen. Maar deze kapotte grond breekt alles open. Het breekt de stilte van de man. Hij opende zijn mond en het begon rood blad te waaien. Alsof hij rode bladeren sprak. Hij spreekt de taal die de dichteres aan het begin van het gedicht probeerde te ontcijferen, waarmee hij iets van haar ontheemdheid wegneemt. Het vrolijke, wervelende blad heeft iets troostrijks, maar ondertussen is de grond beschadigd en blijft de man onverstaanbaar, hoe mooi hij ook spreekt. Er ligt glas op het speelplein, en met het bloedrode blad en wellicht de weerkaatsing van licht in de scherven ziet de grond er gewond uit.

De bundel Hard Water is een verzameling donkere gedichten. Het is Jean Spracklands tweede bundel, en werd genomineerd voor zowel de T.S. Eliot Prize als de Whitbread Poetry Award. Haar debuut Tattoos for Mother’s Day was genomineerd voor de Forward Prize for Best First Collection in 1999. De gedichten lijken op het eerste gezicht licht, maar voeren uiteindelijk allemaal naar verval en mislukking. De dichteres probeert in alles iets bijzonders te zien. Dat lukt haar vaak. Zo maakt ze van het drinkwater uit haar geboorteplaats Burton-on-Trent, een stad van bierbrouwerijen in het hart van Engeland, een verslavende champagne, een bruisend glas op de rand van haar bad. «Hard water» is behalve een verwijzing naar «hard liquor» heel letterlijk het water dat in Burton-on-Trent het hardst is van heel Groot-Brittannië. De hardheid is een maat voor de hoeveelheid in het water opgeloste ionen (elektrisch geladen atomen of moleculen). Hoe meer calcium- en magnesiumionen, hoe harder het water, en hoe geschikter het is om Guinness van te brouwen.

Op een avond na het stappen opent ze haar mond om de regen te proeven: «It couldn’t lie. Fell thick/ with a payload of acid. No salt- this rain had forgotten the sea./ I opened my mouth, speaking nothing/ in spite of my book-learning./ I let a different cleverness wash my tongue.» Het water smaakt naar werk, de smaak van vroege ochtenden en: «the blunt taste of don’t get mardy, of too bloody deep for me,/ fierce lovely water that marked me for life/ as belonging, regardless.» Het harde water, en de grove stad waar vooral hard werken gewaardeerd werd, is haar thuisland. En ook wat haar tekende, en haar uiteindelijk uit haar thuisland verdreef.

Er is veel afscheid in de bundel. Een vrouw redt een jongen uit het water en besluit niet meer terug te gaan naar haar man. In een ander gedicht lijkt er iemand uit het oude thuisland van de dichteres op bezoek te komen. Het wordt niet duidelijk of er nu werkelijk iemand komt logeren of dat er sprake is van een geestesverschijning en het gemis aan werkelijk contact met een ander overheerst. De personages in de gedichten zijn ontheemd, en ook de dichteres is als een rood blad waar niemand de herkomst van kent, overal vreemd. Behalve in haar taal.