THEATER

Niet voor de lol

Worstward Ho

De Franse choreografe Maguy Marin geniet populariteit in ons land door Groosland, een choreografie die zij in 1989 voor het Nationale Ballet maakte, en die bekendstaat als het dikkerdjesballet. De dansers zijn gehuld in potsierlijke obesitaspakken, met dikke buiken, benen en billen, en bewegen zich daarin koddig én snel op de muziek van Bachs Brandenburgse concerten. Groosland was een kraker, maar ook een beetje een witte raaf van vrolijkheid in Marins choreografieën. Die zijn inmiddels een stuk stroever, ernstiger en donkerder geworden. In Nederland is haar werk niet vaak te zien. In 2006 was Umwelt nog de opening van Julidans; voor recent werk moet je naar het buitenland, naar het festival ImPulsTanz in Wenen, of het Festival van Avignon, waar in juli Description d’un combat in première ging.
In het kleine maar interessante festival Teatro a Corte in Turijn werd deze maand een controversieel en weinig uitgevoerd werk van Marin geproduceerd, Worstward Ho, op basis van de gelijknamige tekst van Samuel Beckett. Teatro a Corte bestaat pas drie jaar. Turijn is na de Olympische Winterspelen van 2006 weer ingedommeld, soezend in zelfgenoegzame welstand, en het festival moet daar wat tegenwicht aan bieden. Het gebruikt de fantastische paleizen van de Savoye-familie – die in de negentiende eeuw het koningschap van het nieuwe Italië in de schoot geworpen kreeg – als podium en decor, en is alleen al daarom een omweg waard.
Becketts Worstward Ho stamt uit 1983. Het is zijn voorlaatste stuk, geïnspireerd op een citaat uit King Lear: ‘(…) the worst is not,/ So long as we can say “This is the worst”.’ Het is een tekst die probeert op het nulpunt van beeld en betekenis uit te komen en dat is, zoals de paradox van Zeno ons voorhoudt, onmogelijk: er rest altijd nóg een minuscuul afstandje, dat afgelegd moet worden. Maar Beckett komt een heel eind: ‘Less then? All shades as good as gone. (…) Unmoreable unlessable unworseable evermost almost void.’
De voorstelling van Marin houdt gelijke tred met die reductie tot ‘almost void’. De kijker staart in een bijna absoluut pikkedonker, waar ergens een speelvlak is waar sporadisch iets oplicht, en dan nog zó zwak dat je twijfelt aan je waarneming. Een kalme stem gaat gestaag door de tekst: ‘The dim. The void. Now the one. Now the other. Now both. Sudden gone.’ Er is één menselijke figuur te ontwaren (de danseres Françoise Leick), en dan weer niet. Er is geen spanningsboog, er is geen drama; er is alleen die weerbarstige duisternis, de suggestie van een figuur, soms, een man met kind, misschien een schedel, en er is de tekst, maar er is geen houvast. De strengheid is fascinerend, de drenzende woorden hebben een mesmeriserende werking, en het voortdurend je afvragen of je eigenlijk wel ziet wat je denkt te zien is wonderlijk – maar dat wil niet zeggen dat dit ook echt een voorstelling is. Het is een kunstwerk, dat zeker; een demonstratie van letterlijkheid, dienstbaar aan de radicale intenties van de tekst, een reductie die doet denken aan Derek Jarmans film Blue of de Zes Orkeststukken van Webern. Het is niet voor de lol. Calvinisten van over de bergen kunnen dat wel aan, die zijn die ascetische pijniging van de zintuigen en het geduld wel gewend, maar voor bezoekers met een mediterraan temperament was al die strengheid te veel van het goede: de helft van het Italiaanse publiek verliet babbelend de zaal.

Maguy Marin, Worstward Ho. www.compagnie-maguy-marin.fr; Teatro a Corte, Turijn, www.teatroacorte.it; ImPulsTanz, Wenen. www.impulstanz.com