Buitenland: India

Niet voor de rijken

NEW DELHI – Een huis leeft, en dat is in India niet metaforisch bedoeld. In de ochtend worden de klachten verzameld. De waterpomp, de ventilatoren, de airconditionings die er plotseling mee zijn opgehouden. De stopcontacten die uit de muur zijn gevallen, lekkende kranen en wc’s. De huisbaas is nergens verantwoordelijk voor. Niet voor ramen en deuren die uit hun hengsels raken, en al helemaal niet voor telefoon- en televisiekabels die door een aap onklaar zijn gemaakt. Ook deze aap is niet metaforisch.

Bijna elke dag moeten loodgieters, elektriciens en andere deskundigen worden gerekruteerd. Over hun deskundigheid kan worden getwist, het zijn meestal wel goede acteurs. Ze bekijken het probleem met een uiterst deskundige blik en vertrekken dan om de nodige materialen te halen. Materialen, onderdelen, gereedschappen, ze worden nooit meteen meegenomen. Gereedschappen zijn meestal ook niet in het bezit van de deskundigen. Elke hamer of schroevendraaier moet apart worden gehuurd.

De taakverdeling in India luistert nauw. Niemand is zomaar een handige jongen. De timmerman zal nimmer een verfkwast ter hand nemen. Een muurtje witten vereist deskundigheid en probeer niet de omslachtigheden te omzeilen door het even zelf te willen doen. Dan zal blijken dat er niet gewoon een winkel bestaat waar men een potje verf en een kwast kan kopen. Voor kwasten moet men hier zijn, voor verf tien kilometer verder en een fles verfverdunner, dat is eerst onbekend, en na eindeloze navraag te krijgen bij de kantoorboekhandel. Hoe dat ligt, een kantoorboekhandel waar verfverdunner te krijgen is, dat wil je niet uitgelegd krijgen.

Wonen in India vereist een speciaal soort kennis. Je kunt een ladekast kopen in de meubelzaak, maar dat doen alleen buitenlanders en Indiërs met heel veel geld. Gewone mensen laten een timmerman komen en de kast thuis, onder luidruchtig gezaag en getimmer, in elkaar zetten. Dan zal ook blijken dat de timmerman eigenlijk zelf nooit timmert. Daar heeft hij handlangers voor, die op hun beurt weer handlangers hebben. Er is altijd baas boven baas. De hoogste baas zit op een koele plek de hitte te doorstaan.

Het is de hitte die maakt dat alles steeds uit elkaar valt of defect raakt. De apparaten die in het Westen zijn ontwikkeld, zijn niet direct bedoeld voor de omstandigheden in een woestijn. Daarom is het alsof alleen de moderne spulletjes die de middenklasse nodig lijkt te hebben, door het heersende klimaat worden gesaboteerd. TV-toestellen raken oververhit, cd-spelers raken verstopt door het fijne stof, om over computers maar te zwijgen. Men zegt dat computervirussen in India een grote plaag zijn, maar kijk eerst uit voor fijn zand.

De keuken is in Indiase huizen een nieuw verschijnsel. Nog geen twintig jaar geleden at het gezin in straatrestaurantjes waar het voedsel op houtvuur werd bereid. Maar een beetje middenklasser wil tegenwoordig een eigen keuken en een eigen gasfornuis en daar beginnen de moeilijkheden. Gas is link. De rubberen buis die het gas van de gasfles naar het fornuis brengt moet bijna wekelijks worden vervangen, vanwege de hitte, zegt men. Of vanwege de kwaliteit van die rubberen buizen, maar kwaliteit is een groot en vooralsnog onbekend woord.

India is niet voor de middenklasse bedoeld, maar de middenklasse weet van geen opgeven. Om hun levensstijl aan te houden is die laag van deskundigen ontstaan en inderdaad: alles valt in India te repareren. Wat in Nederland wordt weggegooid, omdat reparatie duurder is dan een nieuwe aanschaf, wordt hier keurig gerepareerd. Telkens en telkens weer.

Een bijkomend effect is dat je veel mensen leert kennen. Halve en hele ambachtslieden, bazen, onderbazen en handlangers die iedere dag over de vloer komen en je huis levendig maken. Een huis in India leeft. Of sterft. Maar dat is ook een teken van leven.