Reportage: SKID ROW, Los Angeles

Niet voor engelen

Elke nacht 42.000 daklozen, stijgende armoede en vlijm scherpe sociale pola risatie: ook dat is Los Angeles, ’s werelds entertainment hoofdstad. Twee maanden in Skid Row, een beruchte buurt in het hart van Los Angeles.

LOS ANGELES, 18 april, 6th Street – «Moet je dat zien, C.J.», brult Chuck uitgelaten. «Dat wijf is poedelnaakt!» Onbeweeglijk maar met pretoogjes houdt C.J. het schouwspel nauwgezet in de gaten. Zoals elke dag zit de vijftiger met gekromde rug op zijn zitje. Zijn armen tonen de lugubere sporen van jarenlang heroïne gebruik. Het groepje rondom hem laat de vaste stek op de hoek van de straat even voor wat hij is. Dwars door de grauwe mengelmoes van drugsverslaafden, alcoholici en geesteszieken in San Julian Street baant een jonge, zwarte vrouw zich vloekend en tierend een weg. Ze heeft geen kleren aan, maar dat lijkt haar weinig te deren. Her en der graaien gretige handen naar haar billen en borsten. «Dat is een van die crackhoeren», mompelt C.J. binnensmonds. «Vijf dollar voor een beurt. Haar laatste klant is er waarschijnlijk zonder te dokken vandoor gegaan. Tsss, negerwijven», sist hij en neemt een teug van het blik Cobrabier dat hij in zijn verweerde handen klemt. «Ik heb een hekel aan negers. Je mag dat gerust weten. Ik heb er eentje gemold in de jaren zes tig. Zeventien jaar heb ik er voor gezeten. Ik zal je eens iets tonen», zegt hij met een trotse grijns. Traag knoopt hij zijn rafelige hemd open en keert zich om. «White Power» prijkt in grote letters over de hele breedte van zijn bleke rug. Iets lager is een swastika getatoeëerd. «Nee, negers zijn mijn vrienden niet. Behalve Chuck daar. Voor een neger valt die nog wel te pruimen.»

DOWNTOWN LOS ANGELES, twee weken eerder – Het zakencentrum van L.A. ligt er verlaten bij. Het is zeven uur ’s avonds. De maatpakken zijn naar huis. Vanuit de Mexicaanse muziekwinkeltjes op Broadway en 7th Street galmen nog ritmische klanken, maar ook zij doen stilaan de rolluiken naar beneden. «Skid Row? Dat is hier vlakbij», zegt een man, terwijl hij het alarm van zijn auto uitzet. «Mag ik je vragen wat je daar gaat zoeken, vriend? Dat is daar echt geen plaats voor toeristen. Zeker ’s avonds niet. Kijk goed uit je doppen of beter: blijf er gewoon weg.»

Een paar straten verder, op Main Street, wordt stilaan duidelijk wat de man bedoelde. Main Street vormt blijkbaar de symbolische grens tussen de postmoderne gebouwen van het zakendistrict en Skid Row. Van de American Dream naar Dantes Inferno, je hoeft er de straat maar voor over te steken. Groepjes si nis tere schimmen met verdwaasde blikken staan her en der verspreid op de stoep. LL Cool J beukt door een gettoblaster. «Hé, blanke hoerenzoon! Maak dat je hier wegkomt», wordt er geroepen. «Neem die witte kont van je terug naar waar hij vandaan gekomen is.» Een halfvol blik bier suist rakelings langs mijn hoofd. Voor de uitgang van het beruchte Cécil Hotel staan vrouwen te tippelen. Twee jonge kerels in opvallende dure merkkledij voeren een transactie uit. De bombastische juwelen rond hun glimmende hals geven hen de allure van op perhoofden. Een vrouw in lompen schuifelt nerveus heen en weer. Het gaat allemaal bliksemsnel. Een van de jongens stopt haar een klein propje toe. De vrouw tast in haar be smeurde jeans en routineus drukt ze een opgerold bankbiljet in zijn handpalm. Schichtig draait ze zich om en verdwijnt in een zijstraatje. Een eerste voorproefje van Skid Row be vestigt meteen de vermoedens: dit is een andere wereld, met andere wetten.

21 APRIL, San Julian Street – Volgens officiële bronnen leven er twaalfduizend daklozen in dit getto van de waanzin. Sommigen kunnen zich een goedkope kamer veroorloven in drugsholen als het Cécil Hotel. En dan zijn er de tientallen missies en liefdadigheidsinstellingen, allemaal geconcentreerd in Skid Row. Mensen krijgen hier voedsel en kleren. Voor hen die binnen geraken is er een bed voorzien. Bijna elke missie heeft een afkickprogramma voor drugsverslaafden of alcoholici. Al die factoren samen maken van Skid Row een afhankelijkheidszone.

«We noemen het wel eens Getto Fabulous hier», zegt Lou, een aan crack verslaafde veertiger. «Ze smijten hier de drugs bijna naar je kop en als je honger hebt ga je gewoon naar een van de missies.» Met opgetrokken wenkbrauwen schuift hij het groezelige petje van zijn bezwete voorhoofd. «Wil je echt alles zien? Oké, broer. Ik toon je de kelders van Amerika, zonder censuur.»

In slenterpas begint hij te vertellen over zijn leven, hoe hij een veelbelovend student sociologie was en hoe crack de droom aan diggelen sloeg. Op de stoepen staan tentjes geïnstalleerd. Overal liggen kartonnen do zen, waar soms eeltige voeten uit te voorschijn komen. Verplaatsbare toiletten, uitpuilend van uitwerpselen en flarden wc-papier, fungeren als spuitgelegenheden of bordelen. Mannen en vrouwen verkopen hier hun lichaam voor vijf dollar, de prijs van één pijpje crack.

«Hier moet ik zijn», zegt Lou plots. «Dit is San Julian Street. Ruwer dan deze straat vind je niet.» Honderden verloederde zielen hangen hier rond. Een zwangere vrouw krijgt een pak slaag. Niemand komt tussenbeide. «One time», mompelt iemand. «One time op San Julian.»

«Flikken», bromt Lou. «Als je one time hoort zeggen, dan zijn er flikken in aantocht.»

Inderdaad. Een wit-zwarte Ford van de LAPD komt langzaam voorbij geschoven. Het is bijna komisch hoe iedereen plots halsstarrig onopvallend wil doen.

«Kom mee», zegt Lou als de patrouillewagen eindelijk uit het zicht is. Behoedzaam kijkt hij rond of de kust veilig is en slaat een donker steegje in. «Let niet op de rommel», grapt hij. «Ik had niet op gasten gerekend vandaag.»

Tussen bergen gistend afval liggen levende geraamten schuimbekkend te woelen in eigen braaksel en urine. Met kennis van zaken perst Lou een brokje crack in het voorste deel van een glazen pijpje. «Maak gerust foto’s als je wil. Niemand die er hier nog een bal om geeft.»

Gefocust hurkt hij neer en steekt de crack aan. De geur is vaag herkenbaar, ijzer misschien. Lou heft het hoofd en laat met dicht geknepen ogen de zuinige ochtendzon tintelen op zijn pekzwarte huid. Zijn stem klinkt anders nu, opgelucht. «Voor even ben ik de koning», fluistert hij zacht. «Alles zit op zijn plaats nu. Alles komt in orde.»

4 MEI – De centrale divisie van de politie in Skid Row ligt al jaren onder vuur, figuurlijk dan. Alice Callaghan is een ex-non en nog geen één meter zestig groot, maar voor de stoere binken van de LAPD is ze een doorn in het oog. «Ik sluit geen compromissen met die kerels», zegt de kranige tante in het fleurige klasje van Las Familias Del Pueblo. «Ik leid hier een opvangcentrum voor kinderen van geïmmigreerde ouders die aan dagarbeid doen, meestal illegaal. Daarnaast werk ik voor een vereniging die zo veel mogelijk gebouwen op koopt in Skid Row om er sociale woningen van te maken. Dat stuit op problemen met projectontwikkelaars die hier dure lofts of kantoren willen neerpoten. De LAPD helpt ze deze buurt ‹schoon› te vegen door voortdurende pesterijen. Ik heb besloten die macho’s kort op de hielen te zitten. We hebben een hoop rechtszaken tegen ze lopen. De laatste zaak had te maken met een brutale inval in goedkope hotels in en rond Skid Row. Die kamers zijn een voorlopig onderkomen voor veel daklozen. Officieel ging het om een speurtocht naar mensen in overtreding van hun parooltijd. Blijkbaar vonden die flikken het nodig om filmploegen mee te nemen. In één kamer vonden ze een keukenmes. Aha, schending van de parooltijd. Op die manier werden die nacht een hele hoop mensen ingerekend. Ondertussen stonden al die agenten elkaar lachend en tierend de vijf te geven. Toen de camera’s stopten met draaien lieten ze iedereen gewoon weer vrij. Uiteindelijk bleek dat ze niet eens een huiszoekings bevel hadden. Hun opdracht was echter geslaagd. De volgende dag op het nieuws leek het immers alsof Skid Row uit één meute criminelen bestaat. Vanaf nu kan de LAPD lukraak daklozen lastigvallen zonder de publieke opinie voor het hoofd te stoten. Sergeant McDonald is voor mij de grootste kwelduivel. Van hem is bekend dat hij door de straten rijdt terwijl hij door de megafoon roept: ‹Oké, wie van jullie wil er vandaag eens naar de gevangenis?›»

14 MEI – Lui achterover gezeten in zijn patrouillewagen doet sergeant Mc Donald zijn dagelijkse ronde. In elke kritieke straat zet hij de motor een tiental minuten stil en wacht rustig af. «Alice Callaghan», lacht hij luid. «Alice in Wonderland noemen we haar wel eens. Dat mens denkt dat Skid Row een sprookje is. Wij zijn dan de slechteriken. Die inval in die hotels was trouwens perfect legaal. Alice zou moeten weten dat we geen huiszoekingsbevel nodig hebben voor mensen in hun parooltijd. Dat zijn mensen zonder noemenswaardige rechten. Trouwens, die hotels zijn regelrechte crackholen. Wij doen gewoon ons werk.»

«Tsss!» sist de sergeant. «Moet je kijken. Ik ben als zo’n toestel dat bladeren wegblaast. Overal waar ik mijn neus laat zien lopen de straten leeg. Waarom zijn ze bang, denk je? Zie je die vent daar? Die ken ik. Hij heeft al gezeten voor dealen en poging tot doodslag. Zowat iedereen hier heeft een strafblad. Deze mensen hier willen geen job, jongen. Dit is het paradijs voor hen. Ze worden volgepropt in de missies en ondertussen kunnen ze zich rustig sufspuiten.»

«Wacht», grinnikt hij plots vastberaden. «Ik zal je bewijzen dat niemand hier wil werken.» Duidelijk in zijn nopjes gaat hij meer rechtop zitten. «Jij daar! Kom hier!» Een man in armoedige kleren komt vertwijfeld op ons toe ge stapt. «Hoe heet je?» vraagt McDonald streng. «Joe», antwoordt de man achterdochtig. «Luister Joe! Wat zou je ervan zeggen als ik je morgen een job geef bij ons op kantoor? Je mag onderhoudswerk doen.» «Eh… ik…», stamelt Joe, een beetje van zijn stuk. «Zie je wel!» roept McDonald triomfantelijk. «Ze kiezen hier zelf voor. Bedankt, Joe. Je kunt gaan.»

26 MEI – Er heerst een chaotische drukte voor de poorten van de Midnight Mission. Dit is de enige onafhankelijke missie in Skid Row. Ze steunt louter op privé-donaties, en anders dan bij de meeste andere missies is hier het geloof in God van ondergeschikt be lang. Zo dadelijk wordt het avondmaal ge serveerd. Een groot gedeelte van de genodigden zit in het afkickprogramma binnen de missie. Zij mogen gewoon aan tafel gaan. De buitenstaanders, zij die nog onder de sterren slapen, moeten een ticket zien te be mach tigen voor een gratis maal. Dat kan lang du ren, uren soms. De gelukkigen nestelen zich dan in de schaduw van de missie tot ze het signaal krijgen om binnen te komen. Ook vandaag is dat zo.

Het is broeierig heet. De sfeer is gespannen. «Je gaat eraan, vuile klootzak!» brult een man, duidelijk onder invloed. Woest richt hij een glitterend knipmes naar het uitpuilende strottenhoofd van zijn rivaal. Omstanders hebben er duidelijk plezier in en rochelen iets wat een lach had moeten zijn. Gebiologeerd door het hele tafereel had niemand de «one time» opgevangen die van iets verderop werd geroepen. Twee agenten in een patrouillewagen hebben alles gezien. Met getrokken revolvers brengen ze de kemphanen tot bedaren. Even later worden de mannen ingerekend en afgevoerd. «Krijg ik hun portie», lacht een man in een krakkemikkige rolstoel. Niemand reageert.

«Geweld, drugs en ellende», zucht Larry Adamson, president-directeur van de Midnight Mission, «dat is Skid Row. Hoop, zelfrespect en uiteindelijk soms geluk, dat bieden de missies. Dat maakt deze buurt zo schizofreen. Voor de mensen binnen de muren van de missie is dit een plaats om uit de misère te komen. Zet echter één voet buiten en je zit in Skid Row.

Dat de bevolking van dit getto alleen uit lamzakken bestaat is een kortzichtige stelling. De snelst groeiende groep daklozen wordt ge vormd door gezinnen met kinderen. Een aanzienlijk deel van de daklozen heeft een baan. Het profiel van de stereotiepe dakloze is ook veranderd. Vroeger waren missies als deze een soort laatste rustplaats voor bejaarde mannen, meestal met alcoholproblemen. Dat geldt nu niet meer. Crack en heroïne zijn nu de grootste problemen. En die vergen een andere aanpak. Ik run deze missie als een bedrijf, ‹the American way›. Mensen moeten zelf een inspanning doen als ze een volwaardig lid van de maatschappij willen worden. Onze aanpak heeft ervoor gezorgd dat achttien procent van de daklozen uit de misère geraakt. Dat lijkt weinig, maar vergeleken met een aantal jaar geleden is dat een verdubbeling. Heb je al gehoord van onze safe sleep?»

3 juni – Tegen alle verwachtingen in hangt er een vredige sfeer in de safe sleep. Een mengelmoes van onfortuinlijke mensen schuifelt zwijgzaam naar binnen door de massieve poort, die een bescherming vormt tegen de verschrikkingen van de nacht. Overdag is dit de parkeerplaats voor werknemers van de missie. Zodra de zon verdwijnt achter de kantoren verandert dit betonnen platform van gezicht. Zo’n vijftig veldbedden worden naast elkaar geïnstalleerd. Iedereen krijgt een laken en twee dekens toegestopt. Uit een grote ketel worden mierzoete donuts geserveerd. Opvallend veel jonge gezinnen met kinderen zoeken vertwijfeld een stekje. «Ik verdien 7,25 dollar per uur», zegt José in gebroken Engels. Ik werk bij McDonald’s. Mijn vrouw werkt soms als schoonmaakster. Ik heb drie kinderen. Die moeten naar school gaan. Met 7,25 per uur kun je hier nog geen konijnenhol huren. We hebben een paar nachten in het Cécil Hotel geslapen, maar zelfs dat kost 25 dollar voor een kamer. ’s Nachts staan daar de hoeren op je deur te bonken. Mensen worden er beroofd in de lift. De missie hier is goed voor ons, maar ik wil zo snel mogelijk voor mijn eigen kroost kunnen zorgen. Wat voor een luizige vader ben ik als ik zelfs dat niet kan?»

In de slangenkuil van nachtelijk Skid Row loeien de sirenes onophoudelijk. In de verte wordt geschoten. Door al het holle gebrul en gejammer kun je slechts sporadisch even in dommelen.

«Dat zijn de zombies van de nacht, de vampiers», stamelt een oude man met een lange baard. «De nachten hier zijn dodelijk. Mensen worden in hun kartonnen dozen vermoord. Ik heb iemand midden op straat neergestoken zien worden. Die vrouw heeft daar uren liggen bloeden. Niemand die iets deed.»

Vanonder een dik pakket dekens en jassen mengt een vrouw zich in het gesprek. Alleen haar twee piepoogjes en een propje grijze haren zijn zichtbaar. «Je moet niet bang zijn», sust ze. «Blijf bij mij in de buurt en je bent veilig. Ik heb connecties, weet je. Ik ben een nazaat van president Kennedy en heb geestelijk contact met Mao. Zij houden voor mij een oogje in het zeil.»

17 JUNI – Een loodzware hittegolf houdt de binnenstad van Los Angeles in een wurggreep. Het is weer druk op San Julian Street. «Ik kots van deze straten», zegt Lou giftig. Naast ons ligt een graatmagere vrouw in foetushouding op de grond. Ze hoest de longen uit haar broze lijf. Donker slijm druipt uit haar mond. «Die arme meid heeft aids», mompelt Lou en wrijft over zijn vermoeide gezicht. «Skid Row, mijn vriend, is een prachtig staaltje van waar het in Amerika om draait. Het symboliseert de ongeëvenaarde individuele vrijheid die dit land biedt aan zijn burgers. Het gaat niet om een gebrek aan kansen maar om de persoonlijke vrijheid te kiezen wat je met je leven wilt doen. Zij die erin slagen hun vrijheid ten volle te benutten, worden beloond zonder grenzen. Faal je echter, dan zul je dat falen tot in het uiterste ervaren. Er zijn heel weinig vangnetten hier in de Verenigde Staten. Het is een test voor de menselijke geest. Erop of eronder. Je zinkt of je zwemt, afhankelijk van je eigen intelligentie en wilskracht. Ik ben een voorbeeld van ie mand die gezonken is, broer, diep gezonken, en met God als mijn getuige, ik ben niet al leen.»

_______________________

De term Skid Row is afgeleid van het woord «skidroads». Houthakkers in Seattle gebruikten deze wegen (skidroads) om boomstammen naar beneden te rollen (skidding down). Skid Row als benaming van een buurt is ongeveer 150 jaar oud. Bijna elke metropool heeft er een. Deze buurten zijn synoniem voor daklozen, geweld en drugs. Skid Row, Los Angeles, is de grootste afhankelijkheidszone in de Verenigde Staten. Niet voor niets wordt Los Angeles wel eens de eerste derdewereldstad van Amerika genoemd.

_______________________

Amerika kent een lange traditie van terughoudendheid jegens sociale bijstand. Dat impliceert dat iedereen die wil geld kan verdienen. Na de grote depressie van 1929 kwam echter, onder invloed van president Roosevelt, een aantal sociale programma’s tot stand. Later, vooral onder Johnson, werden enkele andere instrumenten ingevoerd. Medicare, Medicaid, voedselbonnen en publieke behuizing («sec tion 8») zijn de belangrijkste. Medicare en Medicaid zijn federale programma’s voor mensen die onder de armoedegrens leven. De keerzijde is dat een grote groep mensen buiten de boot valt (bijvoorbeeld degenen die net boven de armoedegrens leven van 14.967 dollar per jaar). Het gevolg hiervan is dat veertig miljoen Amerikanen niet verzekerd zijn.

Het debat over werkloosheidsuitkeringen werd onder voormalig president Clinton een belangrijk thema. «We gotta end welfare as we know it», was zijn slogan. Eenmaal verkozen voegde hij de daad bij het woord met de Welfare Act, die mensen moest motiveren om aan de slag te gaan. Zo beperkte hij het aantal jaren dat men een werkloosheidsuitkering kon krijgen tot vijf. De staten die deze wetsbepaling het gretigst ondertekenden, zoals Wisconsin en Florida, kenden een desastreuze toename van daklozen. Die laatste groep is meestal overgeleverd aan de goodwill van vrijwilligersorganisaties. Ongeveer 75 procent van de volwassen Amerikanen doneert jaarlijks geld.

_______________________

«Onze economie zit in een depressie maar de toestand was nog nooit zo goed als vandaag», zei George Bush in 2003 in zijn State of the Union. Toch is voor veel Amerikanen de droom een nachtmerrie geworden. De VS kennen momenteel twee miljoen daklozen; 35 miljoen mensen leven onder de armoedegrens, en veertig miljoen Amerikanen zitten zonder ziekteverzekering.