Niet vreemd, maar goed film

Pas de aftiteling maakt duidelijk dat de film toch niet zo vreemd is. Neem al die dode katten. De eindcredits verzekeren de wellicht verontruste of misschien zelfs geschokte kijker dat een serieuze diervriendelijke organisatie heeft toegezien op het humane gehalte. En hoewel dat bij het zien van de film nauwelijks te geloven is, moet je dan toch maar aannemen dat de kattenmishandelingen nep zijn. En niet alleen dat. Je moet aannemen dat je kijkt naar een fictiefilm en dat is bij deze film een stuk minder vanzelfsprekend dan gebruikelijk.

Twee vage tieners, Solomon en Tummler, doorkruisen op hun fietsen de wijk waar ze wonen. Ooit zal het een welvarende groene buitenwijk zijn geweest met romantische vrijstaande huizen, maar nu heeft het de allure van een achterbuurt. Xenia, Ohio lijkt de meest vergeten plek op aarde. De tieners zijn bewapend met een windbuks waarmee ze op katten jagen. De buit verkopen ze aan de toeleverancier van een Chinees restaurant. Het jagen is hun manier van bestaan. Ze leven in een totaal uiteengevallen wereld. Een soort derdewereldstad waarin kinderen bij het ontbreken van normale of gezonde volwassenen de macht op straat hebben overgenomen. Een bijna postnucleaire wereld waarin de Apocalyps verdacht veel lijkt op documentaire-armoede en -verval.
De jagende tieners vormen een kleine dramatische lijn in een film die zich verder om dramatische structuur niet bekommert. Regelmatig verdwijnen de jongens uit de aandacht van de film om plaats te maken voor komisch-grimmige impressies van de vele randgevallen in de door een keur aan ‘white trash’ bewoonde buurt. Het realistische gehalte van deze sfeertekeningen gaat eigenlijk verder dan documentair. De indruk die ze wekken is auto-documentair; het lijken flitsen uit verveeld en dronken gedraaide homevideo’s gemaakt door de betrokkenen zelf. Dat maakt Gummo ook tot zo'n vreemde film.
Het standpunt en de mentaliteit van de filmmaker lijken samen te vallen met die van zijn meestal weinig innemende hoofdpersonen. Als zijn tieners na het kattenmeppen lijm snuiven in een gore en chaotische woonkamer lijkt de film zich ook in traagheid, hallucinaties en nevelen te hullen. De film maakt zich al helemaal niet druk om eenheid van stijl. Regelmatig wordt een heel andere toon aangeslagen. Bijvoorbeeld als de platinablonde zusjes Dot en Helen worden gevolgd. Dan krijgt de film even de schoongewassen helderheid en de kwetterende dialogen van een soapserie. Trivialiteit is sowieso troef en dat heeft hier zowel komische als lugubere effecten.
Door zijn welbewuste warrigheid lijkt de film authentieker dan een documentaire. Het lijkt een portret van binnenuit van een bepaalde geestesgesteldheid. Je zou geneigd kunnen zijn om die geestesgesteldheid te laten samenvallen met die van de filmmaker, maar zo eenvoudig zal het niet liggen. Ik vermoed dat Korine zijn observatievermogen en zijn evidente visuele talent op een gewaagde manier heeft verbonden met eigen herinneringen en obsessies. Hij komt daardoor uit op fictie die zo door waarheid is gekleurd dat er iets heel ongemakkelijks ontstaat. Als Solomon en Tummler binnendringen in een huis waarin een oude vrouw op haar bed ligt te vergaan, schakelen ze zonder veel motief het beademingsapparaat uit. Niet uit wraak of compassie, maar uit een merkwaardig soort verveling en walging.
Het lijkt niet de bedoeling dat je als toeschouwer op zo'n moment begrijpt wat er gebeurt. De film geeft minder dan een verklaring. Hij geeft dood, verrotting, verveling, roes en dronkenschap als regen en wind. Buiten-morele natuurverschijnselen. De film is wreed genoemd, maar door dat te doen schrijf je hem al te veel standpunt en opzet toe. De film is zelf een roes. Ogenschijnlijk zonder samenhang biedt hij zicht op momenten van navrante helderheid in een ondefinieerbare poel van verderf.
Er is veel moreel getinte kritiek geweest op de film, ook van critici die de film bewonderen. Veelzeggend lijkt mij dat een scène waarin regisseur Korine zelf voorkomt de meeste wrevel opriep. Een volledig dronken Korine probeert hierin een zwarte dwerg te bewegen tot een vrijpartij. Alleen als je denkt dat Korine hier echt dronken is en echt iets wil van iemand die zich daar minder makkelijk tegen kan verzetten, zou je bezwaar kunnen hebben. Maar dat weet je niet, zoals je nergens in deze intrigerende film weet waar je echt aan toe bent. Daarom is het ook geen vreemde, maar een goede film.

  • De Slowaak Martin Sulík maakte met The Garden één van de meest prettige en sympathieke films van de laatste jaren. Reden genoeg om vol verwachting te gaan kijken naar zijn nieuwe film Orbis Pictus die nu in Nederland is gearriveerd.