Kardinaal Simonis kwam, zag en overwon

Niet weg te branden

Feministes, homo’s en progressieve katholieken liepen tegen hem te hoop, maar kardinaal Simonis bereikte ongeschonden zijn emeritaat. Op 15 juni viert hij zijn vijftigjarige priesterschap. De inner circle van de kardinaal roemt zijn sociale gaven.

Als Ad Simonis tijdens zijn studententijd in Rome de bijbelexegeten en theologen even beu was, sprong hij op zijn brommer voor een toertje door de Eeuwige Stad. Vanaf het studentenhuis aan de Via Ercole Rosa ging het langs het Colosseum, dan richting Piazza Venezia, vervolgens de Tiber over via de Ponte Vittorio en ten slotte langs de majestueuze Via della Conciliazione naar het Sint-Pietersplein. Alwaar hij even de wenkbrauwen fronste. De student bijbelwetenschappen kon slecht wennen aan het opschrift op de voorgevel van de Sint-Pieter: ‘Ter meerdere eer van…’ en dan volgde niet de naam van God maar van een of andere paus. Liever lette hij op de mensen die op het plein rondliepen. Het fascineerde hem dat ieder van hen zijn eigen voorbereidingen had getroffen, zijn eigen verwachtingen had, zijn eigen verdriet, hoop en vreugde. Nu, aan de vooravond van zijn emeritaat, schrijft kardinaal Simonis in zijn boek Een hart om te denken: ‘In elk mens zit iets wat zich niet volledig laat communiceren, in elk mens blijft een onbetreden gebied.’

Wat bedoelt hij daarmee? Mgr. Piet Rentinck (67), die enkele jaren samen met Simonis in hetzelfde studentenhuis woonde, zegt: ‘Dat ondoorgrondelijke vindt hij boeiend. Het is voor hem een reden om contact te zoeken. Een mens is voor hem geen nummer maar een individu.’

Mevrouw Plony Vooges (72), die tot 1995 hoofd van Simonis’ huishouding was, ziet de beelden nog levendig voor zich. Een kardinaal die aan het eind van de middag al kuierend over de Utrechtse Maliebaan de rozenkrans bad, maar daarna graag de fiets pakte richting Biltstraat om even onder de Utrechters te zijn. ‘Ik herinner mij dat hij op een kerstavond met een volledig versierd kerstboompje achter op de fiets thuiskwam. Het was zo’n etalagemodel, van Blokker denk ik, dat hij vlak voor sluitingstijd had bemachtigd. De kardinaal is dol op koopjes. Het is voor hem niet alleen een sport, maar ook een manier om contact te hebben met de mensen.’

De inner circle van Simonis roemt zijn sociale gaven. Toch is juist die kant voor de buitenwacht tamelijk onbekend. Nederland kent kardinaal Simonis vooral als de rechtlijnige primaat die met zijn uitlatingen over abortus, euthanasie en homoseksuelen velen in de gordijnen joeg. Piet Rentinck: ‘Hij zegt stellige dingen, ja, maar dat doet hij alleen maar vanuit de vaste overtuiging dat het niet zijn persoonlijke opvattingen zijn, maar de woorden van het evangelie.’ De Heer is niet alleen een profeet of een zoete, lieve timmermanszoon uit Nazareth, zoals, tot zijn ontzetting, onder steeds meer Nederlandse katholieken gebruikelijk is te geloven. Er is ook een Jezus die dreigt met de hel, zo verkondigde Simonis in 1984 in Elseviers Magazine. Angst als basis van het geloof? Mgr. Gerard de Korte (52), sinds 2001 hulpbisschop van het aartsbisdom, denkt van niet: ‘Kardinaal Simonis wil de bijbelteksten waarin sprake is van de hel niet verdoezelen. Niet om mensen vrees aan te jagen, maar om ze op te roepen zich tijdig te bekeren tot Christus, de Zoon van God.’

Het is niet voor niets dat van de vier evangeliën dat van Johannes de kardinaal het meest dierbaar is. Gerard de Korte: ‘Bij Johannes geen romantische geboorte in een stalletje met de os en de ezel, zoals bij Lucas, maar een evangelist die cirkelend als een adelaar langs de hemelbogen het aardse bestaan van Jezus observeert en concludeert: dit is waarlijk de Zoon van God. Jezus is in die zin onvergelijkbaar met een profeet als Mohammed of een filosoof als Lao Tse.’

Iets anders wat Simonis in dit jongste evangelie (circa 90 na Christus) aanspreekt is het beeld van Christus als Goede Herder, weet De Korte. Helder klinkt de stem van de hulpbisschop door het aartsbisschoppelijk paleis wanneer hij citeert uit Johannes 10: ‘Ik ben de Goede Herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij.’ Hij slaat de bijbel dicht en zegt: ‘De kardinaal is op dit hoofdstuk, die Hirtenrede, cum laude gepromoveerd. Goed herderschap van priesters is voor hem van eminent belang.’

Toch werd de kudde tijdens Simonis’ pontificaat steeds kleiner. Homo’s en feministische theologen spanden processen aan over als discriminerend ervaren uitspraken. Kritische katholieken verenigden zich in de Acht Mei Beweging of verlieten de kerk voorgoed. De voormalige volkskerk werd een marginaal instituut. ‘Dat klopt’, zegt Rentinck, als vicaris-generaal de op één na hoogste in rang in het aartsbisdom en sinds vele jaren de vertrouweling van de kerkvorst, ‘maar de kardinaal beschouwt de kerk niet als een politieke partij die zo veel mogelijk leden moet winnen. Onze taak is mensen te bereiken met het evangelie.’

Tegenstanders van de kardinaal dolven de een na de ander het onderspit. Het coc, dat in 1987 naar de rechter stapte nadat de kardinaal in een radio-interview had gezegd dat een katholieke huiseigenaar de gewetensvrijheid moet hebben om kamerverhuur aan homoseksuelen te weigeren, verloor tot aan het gerechtshof. Feministische theologen die het tijdschrift Communio uit de handel wilden laten nemen omdat de kardinaal zich daarin discriminerend zou hebben uitgelaten over de beroepsgroep, procedeerden zelfs door tot de Hoge Raad, maar kregen evenmin hun zin. En, misschien wel het belangrijkste, de Acht Mei Beweging ging ter ziele. Een gevoel van victorie aan de Utrechtse Maliebaan? Gerard de Korte: ‘Zo moet u het niet zien. De kardinaal is er de man niet naar om zich te verheugen in de tegenspoed van zijn tegenstander, ofschoon hij bepaalde denkbeelden van de Acht Mei Beweging, bijvoorbeeld de roep om vrouwen in het ambt toe te laten, verderfelijk vindt.’

Pleidooien voor een vrijer anticonceptiebeleid werden evenmin gehonoreerd. Simonis was ‘zeer ongelukkig’, zegt Rentinck, met de actie van de katholieke minister van Ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne (cda) op Wereldaidsdag. Bij wijze van protest stortte ze een kruiwagen vol condooms uit over de wereldkaart. Piet Rentinck: ‘De kardinaal heeft een gesprek met de voormalige minister gehad over haar visie op voorbehoedmiddelen en abortus, waarbij hij heeft moeten concluderen dat haar denkbeelden niet stroken met de katholieke leer.’ Dat moet hard zijn aangekomen bij een vouw die elke zondag vroom naar de mis gaat. Rentinck: ‘Ze is hier ook niet fluitend vertrokken.’

Met strafmaatregelen tegen de minister heeft de kardinaal niet gedreigd, weet de vicaris-generaal: ‘Uitsluiting van de communie, hij heeft het zelfs niet overwogen. Hij is een man die met woorden wil overtuigen, niet met macht.’

Simonis mag als leraar dan streng zijn, in zijn rol van herder spreekt hij een andere taal, weten zijn vertrouwelingen. Rentinck: ‘Als hij gescheiden katholieken tegenover zich heeft die zijn hertrouwd, zal hij zich nooit beperken tot leerstellingen. Hij zal proberen in die volgens de kerk gebroken situatie toch een weg te vinden naar geluk, ook in kerkelijk verband. Als leraar zal hij een dergelijke soepelheid nooit betrachten, als herder is hij daartoe wél in staat.’

‘Een vriendelijk man’, noemt mevrouw Vooges de kardinaal: ‘Kardinaal Simonis beschouwde ik meer als een oudere broer. Hij was van een nieuwe generatie en kwam van het jonge bisdom Rotterdam (opgericht in 1956 – wp). Als iemand van de huishoudelijke staf jarig was, kwam hij altijd even op de koffie. Sinterklaas vierden we ook gezamenlijk.’

Niettemin bleef de kardinaal voor zijn personeel ‘eminentie’. ‘Of hij die titulatuur belangrijk vindt? Ik denk dat hij menselijk genoeg is om eraan te hechten’, vermoedt De Korte, ‘maar als Jeroen Pauw voortdurend mijnheer zegt, is hij ook weer nuchter genoeg om te denken: ik mag dan Zijne Uitnemendheid heten, op de eerste plaats ben ik de navolger van een man op een ezeltje.’

Belangrijker dan uiterlijkheden vindt hij het behoeden van geloof en kerkelijke leer. Heeft hij zich daarbij niet al te zeer als werknemer van de paus opgesteld, bang dat het hele bouwwerk van de katholieke moraal zou instorten wanneer er één steen uit werd gehaald? Piet Rentinck: ‘Het antwoord van de kardinaal zal zijn: het hele bouwwerk ís al ingestort, niet dat van de kerk, maar dat van de westerse maatschappij. Met het evangelie is niets mis, met de maatschappij wel.’

Begrijpt Simonis hoe de ‘buitenwereld’ is veranderd? Gerard de Korte: ‘Sociologisch gezien wel. De verzuiling heeft plaatsgemaakt voor individualisering en de welvaart heeft velen van het geloof beroofd. Maar hij houdt zijn hart vast voor wat er terecht moet komen van een maatschappij die zich heeft losgemaakt van haar christelijke wortels. Zo’n homohuwelijk bijvoorbeeld, daar begrijpt hij echt helemaal niets van. Dat staat toch haaks op alles wat in de westerse cultuur tot voor kort gemeengoed was? De geloofsafval doet hem vreselijk pijn.’

Rentinck memoreert dat Simonis zich als student in Rome al grote zorgen maakte over de vernieuwingsdrang in Nederland, waar progressieve katholieken afschaffing van het verplichte celibaat eisten en toelating van vrouwelijke priesters. Zijn orthodoxie werd zijn valkuil. In 1970 verhief de Heilige Stoel de Haagse kapelaan tegen zijn zin tot de bisschopstroon van Rotterdam, een benoeming die meer boze ingezonden brieven opleverde dan het huwelijk van Beatrix en Claus, zo rekende de prins-gemaal de latere prins der kerk ooit voor.

Ook Simonis’ familie kreeg het tijdens de lange kerkelijke loopbaan voor de kiezen. Simonis’ zus, Do Sijpkens (74) zegt: ‘Ik heb door de benoeming vrienden verloren. Kwam ik op een verjaardag, riepen ze: daar heb je de nicht van Simonis. Antwoordde ik: ik ben de zus. Waarop ze reageerden: nog erger. Ik geloof dat ik namens mijn familie spreek wanneer ik zeg dat als mijn broer met emeritaat gaat ook van onze schouders een last zal vallen.’

Paus Johannes Paulus II beloonde Simonis’ trouw aan Rome in 1983 met de promotie tot aartsbisschop van Utrecht, gevolgd door het kardinaalsrood in 1985. En dat alles voor een man die zichzelf maar weinig kwaliteiten toedicht: ‘Absoluut niet charismatisch of inventief en geen rasbestuurder’. En vooral ook: geen begenadigd theoloog.

‘Ik denk dat het zelfs niet tot zijn voorstellingsvermogen behoorde dat hij ooit tot het bisschopsambt zou worden geroepen’, vermoedt mgr. Martin de Groot, vicaris-generaal van het bisdom Haarlem. De Groot (73), die van 1959 tot 1964 samen met Simonis studeerde aan het pauselijk bijbelinstituut in Rome, omschrijft zijn toenmalige studiegenoot als ‘een niet op de voorgrond tredende man, die weliswaar goed in balans was maar in wie zich geen toekomstig kerkleider aftekende’.

Simonis’ verblijf in Rome, dat samenviel met de vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilie, heeft hem wel voor de rest van zijn leven gestempeld, denkt De Groot: ‘Als je in het centrum van de wereldkerk woont, realiseer je je al snel dat Rome niet wakker ligt van elke oprisping in de Nederlandse kerkprovincie. In Rome beleef je dat de kerk, ondanks tegenslagen en fouten, van eeuw tot eeuw doorgaat. Ik denk dat Simonis als bisschop veel hoop heeft geput uit dat Romeinse perspectief. Hij wist: in Nederland mag de kerk dan door een dal gaan, in Afrika bloeit ze als een roos.’

In de Italiaanse hoofdstad voelde de jonge student bijbelwetenschappen zich als een vis in het water, weet de vicaris-generaal. ‘Het was voor Ad Simonis een thuiskomen. Hij kwam uit Lisse, uit een stabiele, vertrouwde katholieke gemeenschap. Diezelfde gemeenschap, maar dan vele malen groter, ervoer hij in Rome.’ Na de studie-uren was het leven in de Eeuwige stad lichtvoetig. In het Hollands College op de kleine Aventijnse heuvel, naast de Thermen van Caracalla, was niet koffie maar wijn de gangbare drank. Rome zou een blijvende herinnering worden voor Simonis. Als de bisschopsmijter te zeer knelde, dacht hij terug aan de eerste christenen die twintig eeuwen eerder door de Romeinse keizers voor de leeuwen werden geworpen in het Colosseum. Piet Rentinck: ‘Simonis heeft vaak het gevoel gehad dat hij figuurlijk aan de leeuwen werd gevoederd, dat we in Nederland terug waren bij de begintijd van het christendom. Maar uit het sterke geloof van die eerste martelaren heeft hij veel kracht geput.’

Die kracht had hij vooral nodig in 1985 toen Johannes Paulus II in Nederland op bezoek kwam. ‘Dat bezoek was voor hem een dieptepunt’, weet zijn zus Do Sijpkens. ‘Hij geneerde zich dood voor ons land. Op een familiediner zei hij: ik was blij dat de Heilige Vader weer in het vliegtuig naar Rome zat, want ik was bang dat het verkeerd zou aflopen.’ Hoe gemoedelijk ging het eraan toe toen Adriaan Simonis in 1957 tot priester werd gewijd in Lisse. Sijpkens, een gepensioneerd röntgenlaborante, pakt het fotoalbum waarin plaatjes prijken van die heuglijke dag. Vader, moeder en de kinderen feestelijk uitgedost in open auto’s door het dorp. ‘Niets voor ons, wij hielden er helemaal niet van om in het middelpunt te staan.’

Een vroom gezin was het, de tandartsenfamilie waarin Adrianus Johannes Simonis in 1931 ter wereld kwam. Vader bezocht elke ochtend de heilige mis en de jonge Ad ging mee. Zo lang ze zich kan herinneren wilde haar broer priester worden. ‘Hij was van nature heel vroom, speelde zomers misjes in de tuin, compleet met processie. Ad was natuurlijk de priester en ik mocht als meisje ook meedoen, maar wel aan een zijaltaar. Hij kon als jongen nogal corrigerend optreden, en dan riepen we: “Hou toch eens op, paus!”’

Een gebeurtenis die in zijn jeugd diepe indruk maakte was de dood van ‘een aardige Noord-Hollandse jongen’ op het voetbalveld. Zestien jaar, in één klap dood. De tragedie heeft niet alleen zijn roeping versterkt, ‘maar hem ook bewust gemaakt van zijn eigen kwetsbaarheid’, weet hulpbisschop De Korte. ‘Toen hij vanwege zijn versleten heup in het ziekenhuis lag en ik hem de communie bracht, merkte ik hoe bang hij was dat de operatie het begin van het einde zou kunnen zijn.’ Simonis’ zus bevestigt dat: ‘Hij heeft vele sterfbedden gezien, maar zijn eigen dood boezemt hem toch vrees in.’

Katholiek zijn alle elf kinderen, van wie er nog tien leven, gebleven, de een wat actiever dan de ander. ‘Wat kerkelijke zaken betreft ben ik het in grote lijnen met mijn broer eens, zij het misschien wat minder uitgesproken’, zegt Sijpkens. ‘Ik heb veel respect voor mijn broer. Hij is door velen beschimpt, en dat deed hem pijn, maar zelf heb ik hem nooit veroordelend over iemand horen spreken. Veranderd in zijn opvattingen is Ad niet, misschien al sinds zijn seminarietijd niet meer, maar hij heeft wel geleerd zich milder uit te drukken.’

Een mildere kardinaal en minder gekwetste gelovigen, maar is de rust in de kerk niet vooral te danken aan de leegloop? Gerard de Korte: ‘Dat is een deel van het verhaal. Een ander deel is dat nog steeds honderdduizenden actief zijn in parochies. Wat wij als katholieken tijdens de ambtstermijn van kardinaal Simonis hebben geleerd is elkaar langer te laten uitpraten.’

Piet Rentinck: ‘Simonis is jarenlang verguisd, maar hij vertrekt als een gewaardeerd man. Met de pastores in het bisdom heeft hij een vertrouwensband opgebouwd. Velen vinden het jammer dat hij afscheid neemt.’

Over de toekomst van de kerk is Simonis, ondanks alles, niet pessimistisch. Rentinck: ‘Hij ziet hoe er onder jongeren een nieuwe openheid ontstaat voor het geloof.’ In Haarlem klinkt eenzelfde geluid. Martin de Groot: ‘U zou eens moeten weten hoeveel verloven ik de laatste jaren schrijf voor volwassenen die willen toetreden tot de kerk. Uitschrijvingen komen in dit bisdom, sterfgevallen daargelaten, nauwelijks meer voor.’

En zo overleefde kardinaal Simonis alle stormen in katholiek Nederland. ‘Ik ben er doorheen gebeden’, noemt hij het zelf. Do Sijpkens: ‘Ik denk dat hij ondanks alle tegenstand toch een gelukkig werkzaam leven heeft gehad, omdat hij zich niet in de eerste plaats bisschop of kardinaal heeft gevoeld maar priester, zijn eerste roeping. Hij zou, als hij voor de keuze stond, alles weer precies zo doen. Daar twijfel ik geen moment aan.’