DONJON MONSTERS 3

Niet woekeren met ideeën

De stripboeken uit de Donjon-serie zijn in Frankrijk razend populair en worden al een tijdje in het Nederlands vertaald, maar het lijkt alsof het nog niet tot iedereen is doorgedrongen hoe leuk deze humoristische, intelligente fantasy-strip eigenlijk is. Bij het begin van Donjon in 1998 werden er veel parallellen getrokken met Asterix van Uderzo en Goscinny. Die serie is zo vast ingenesteld in het collectieve geheugen dat dat voor veel mensen bijna synoniem is met ‘strip’. Donjon is onder meer vergelijkbaar met die serie door het intelligente spel met verwijzingen, woordgrappen en omdat het toch een genrestrip is, hoewel de draak wordt gestoken met het genre. De bedenkers omschrijven het onder meer als een kruising tussen Lord of the Rings en de Mickey Parade. Ondanks alle meligheid is toch goed te merken dat de makers liefhebbers zijn van het echte dungeons and dragons-spel.
De almaar uitdijende fantasy-serie Donjon omschrijven is bijna even moeilijk als het oeuvre van de twee veelzijdige makers Lewis Trondheim (werkelijke naam Lewis Chabosy) en Joann Sfar in een hokje plaatsen. De ambitie van de serie blijkt al uit de opzet: drie verhaallijnen (Zenit, Ochtendgloren en Avondschemer) en twee spin-offs (Parade en Monsters) die allemaal op een ander moment in de serie zijn gestart. Zo begon Avondschemer bij 101 en telt Ochtendgloren terug van -99. Zenit is de hoofdserie die gewoon begon bij deel 1 en die werd lange tijd door Trondheim zelf getekend. Maar ook de ambitieuze opzet is ontstaan uit een grap. 'Laten we ook een serie maken over de Wachter als klein jongetje’, liet Trondheim zich ontvallen tegenover zijn kompaan en voor ze het wisten was er nog een verhaallijn bij. Met als consequentie dat het productieve duo nu verplicht was om naast hun vele soloprojecten elk jaar ook nog drie Donjon-albums uit te poepen.
Maar waar draait het nu allemaal om bij Donjon? Grof gezegd is de Donjon een toren vol schatten ('genoeg goud om de prelaten van Khitaï te doen verbleken’) die wordt bewaakt door de Wachter, een klein, wreed mannetje met een grote bek. De Donjon zit vol absurde valstrikken en monsters om mogelijke dieven tegen te houden. De officieuze hoofdpersoon van de serie, de schlemiel Herbert van Kwansius, solliciteert bij de Wachter en krijgt de baan in de toren. Gaandeweg de serie ontwikkelt hij zich ondanks alles toch steeds meer als held; helemaal verrassend is zijn rol in Avondschemer, als we aan het einde van de serie zijn. Een laatste personage dat een belangrijke rol speelt is Herberts mentor Marvin, een onverslaanbare rode draak/barbaar die zonder met zijn ogen te knipperen een dorp vernietigt. Behalve als iemand hem heeft beledigd, zijn godsdienst staat hem dat niet toe.
Rondom die personages hebben Trondheim en Sfar een interessante, grappige, maar ook bloederige wereld gecreëerd waarin het bijna even belangrijk lijkt om interessante monsters te verzinnen als een goed lopende verhaallijn. Een zak aardappelen, amorfe vleesmassa’s of een kleine dwerg met twee antennes op zijn hoofd, om er een paar te noemen. Je krijgt de indruk dat Trondheim de hele dag droedels tekent en vervolgens weer een boek kan vullen met nieuwe monsters. De verhalen zijn bijna onnavolgbaar als je niet de andere delen hebt gelezen. Behalve bij de spin-off Donjon Monsters. Voor die serie wordt telkens een andere toptekenaar gevraagd om een verhaal rondom een bijfiguur uit te werken. Trondheim en Sfar hebben de reguliere Donjon-series ook overgedragen aan collega’s als Christophe Blain en Manu Larcenet.
De meest recente aflevering van Donjon Monsters werd door de gerenommeerde Andreas (Martens) getekend. Andreas (Rork, Arq en Capricornus) is vooral bekend door zijn ingewikkelde plots en tekenwerk vol perspectieven en duizelingwekkende arceringen, maar voor dit deel uit de Donjon-serie maakte hij zijn eigen stijl ondergeschikt aan het verhaal. Als je zijn werk niet kent, zul je de kleine aanwijzingen die hij toch rondstrooide niet opmerken.
In Een kaart van groot belang is de wereld van Donjon volledig vernietigd. De planeet is uiteengevallen in brokjes, waardoor niemand nog weet waar wat is gebleven. Marvin de Rode (een konijn met een rode maliënkolder die hem kracht geeft) krijgt van een tovenaar de opdracht om de enige kaart die nog bestaat op te sporen, voordat 'de zwarte entiteit’ hem in handen krijgt. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want ondertussen moet Marvin ook nog drie vriendinnen zien te redden.
Het gegeven van Een kaart van groot belang is eenvoudig, maar bevat voldoende aanknopingspunten om een fantasy-serie van een paar duizend pagina’s mee te vullen. Trondheim en Sfar hoeven echter niet te woekeren met ideeën. Ze hebben voldoende aan een album van 48 bladzijden en gaan vervolgens snel weer aan de slag met het volgende idee.
Aanvankelijk geloofde niemand dat de twee hun krankzinnige Donjon-plan zouden kunnen uitvoeren, maar als ze zo doorgaan zou Donjon misschien ooit wel eens tot een goed einde kunnen worden gebracht. Het Nederlandstalige Donjon-universum bestaat nu al uit 21 delen. Dat zou voldoende moeten zijn om binnenkort een regenachtig herfstweekeinde mee door te komen.

LEWIS TRONDHEIM, JOANN SFAR EN ANDREAS
DONJON MONSTERS 3: EEN KAART VAN GROOT BELANG
L, 48 blz., € 16,95