TELEVISIE

Niet zeuren maar poetsen

Sta me bij

De bijstand was ooit ‘vrij parkeren’. Nu wordt gebruikers regelmatig de uitgang gewezen waarbij starthulp wordt gegeven. In Sta me bij zien we 'cliënten’ en 'consulenten’ van Sociale Zaken Zutphen bezig op een terrein waar de wet helder maar de werkelijkheid weerbarstig is. Ontvangers vormen een heterogene groep - van door natuur, leven en lot extreem slecht bedeelden, die mededogen opwekken, tot veeleisende querulanten. Daartussenin legio varianten. Ook aan de overkant van het bureau zijn de verschillen groot. Tijdens werkoverleg spreekt een consulent van 'de Debbie- en de Bruno-aanpak’. Debbie is de kordate meid die vindt dat cliënten niet moeten zeuren maar poetsen, letterlijk en figuurlijk; kort door de bocht, moralistisch maar overtuigd van het belang van doortastende aanpak voor samenleving en cliënt zelf. Bruno is de oudere gelovige in effect van vertrouwen, ook als dat geregeld beschaamd wordt: meegaand, betrokken bij klanten en meer hulpverlener dan ambtenaar. Hun collega die de twee typen aanpak benoemt zegt dat in elke consulent Debbie en Bruno schuilen, en dat lijkt raak want ook de kijker wordt op zijn Debbie- en Bruno-kant aangesproken - afhankelijk van cliënt en situatie, slingerend van ergernis naar mededogen. Televisie waarbij de kop blijft malen. Dat er maar één casus is met iemand met verre wieg op de bijna achthonderd Zutphense bijstanddossiers lijkt vertekenend.
Aanbevolen nogmaals een ander documentair project over 'van verre’: Veerboot naar Holland. Ontroerend persoonlijk document van Fidan Ekiz over haar familie en hun Turkse kring in Rozenburg. Prachtig bijvoorbeeld aflevering twee (28 april) waarin ze de vriendinnengroep van haar moeder portretteert: als jonge vrouwen hun mannen achterna gekomen, afkomstig uit alle hoeken van Turkije, tot elkaar veroordeeld in vreemde omgeving, lief en leed delend, feestend tegen heimwee naar familie en dorp en uiteindelijk elkaars 'familie’ geworden. Allemaal hebben ze last van het verhardend klimaat, en heimwee naar een tijd waarin Hollanders nieuwsgierig en behulpzaam waren. Maar ook is er het besef dat ze zelf Hollands zijn geworden, zelfs als ze de taal nauwelijks spreken. Dol op Oranje. En in Turkije trots vertellen dat de burgemeester hier bij de bakker achter in de rij aansluit. Dat de eerste generatie slecht Nederlands spreekt verklaren ze zelf: zij noch Nederland dachten dat ze zouden blijven; zwaar werk (soms dubbele banen); eigen soort opzoekend. Een dochter vertelt dat moeder desondanks naar Nederlandse les ging. Het was dolgezellig met veel Turkse hapjes van cursisten. Na een tijdje hadden docenten en vrijwilligers Turks geleerd en gingen ze naar Turkije op vakantie. Maar de leerlingen spraken nog altijd geen Nederlands. Dat wordt hen door een deel van de tweede generatie net zozeer verweten als door veel Nederlanders. Ekiz’ moeder begrijpt dat en schaamt zich ook voor het feit dat haar dochter het enige kind was dat haar zwemdiploma kreeg zonder ouders erbij. Nu, oma en wel, gaat ze alsnog op les. In de serie niet louter politiek-correcte kritiek op bekrompen Nederlanders die het vreemde niet moeten, maar ook op idem Turken die het Hollandse niet moeten. Moeder mag te laat Nederlands hebben geleerd, zegt een andere jonge vrouw, ze heeft haar dochters gestimuleerd te studeren: dat is haar echte integratie. En dat vader uiteindelijk wilde meewerken, pijnlijke episoden in het gezinsleven niet ontkennend, lijkt me zíjn integratie. En een daad van liefde jegens een liefhebbende dochter. Mooi en noodzakelijk.

Monique Lesterhuis, Suzanne Raes, Sta me bij, Human, Holland Doc, donderdag 28 april, Nederland 2, 23.00 uur. Fidan Ekiz, Kees Schaap, Veerboot naar Holland, Vara, donderdags, Nederland 2, 21.25 uur.