Popmuziek: Willie Nelson

Niet zingen, maar knauwen

Die stem. Alsof hij heeft gegorgeld met gruis, en vervolgens zijn kaken niet meer van elkaar krijgt. Willie Nelson zingt niet, hij knauwt.

Het is de man van een van de meest curieuze duetten uit de popgeschiedenis: To All the Girls I’ve loved Before, waarin hij beurtelings met Julio Iglesias, de man van leer, de liefde verklaarde aan de seriële monogamie.

Willie Nelson is van de samenwerkingen. Hij is bovendien op het punt in zijn loopbaan beland dat nieuwe albums (ontelbare heeft hij er inmiddels) een grabbelton mogen zijn: nieuw werk, werk van anderen, werk met anderen. Net als Johnny Cash in zijn laatste erkent hij de nieuwe helden, en maakt hij zich hun werk eigen. Op zijn nieuwe album Heroes zingt Willie Nelson zowel een nummer van Pearl Jam als van Coldplay. Aan dat eerste nummer, Just Breathe, hoeft hij niet veel te veranderen: het was al een lieflijk, klein gehouden, akoestisch nummer, en Nelson glijdt er met gemak in. De mondharmonica is een fraaie toevoeging, de elektrische gitaar een wat dubieuzere. The Scientist, een van de grootste hits van Coldplay, heeft hij aanvankelijk uitgekleed, prachtig ingevuld met koortjes en slide, maar na twee minuten valt er helaas alsnog een drummer in en laat Nelson zich verleiden tot gebaren die groter zijn dan hem lief zijn. Hij zingt met vele anderen: met zijn zoon Lukas (die, zo horen we nu al, over enkele decennia net zo klinkt als zijn vader), met Sheryl Crow, en met Merle Haggard. Die laatste, geboren in 1937, is al ongeveer net zo lang bezig met Nelson, werd in 2000 tot zijn eigen lichte verbazing een soort van hip, toen hij werd opgepikt door het alternatieve platenlabel Anti. Haggard werd ooit door George Wallace, de man die tot vier keer toe probeerde Amerikaans president te worden, gevraagd hem te ondersteunen in zijn campagne. Haggard weigerde, maar werd daarna zelf omarmd door Ronald Reagan, die zelf hardop Haggards criminele verleden tot definitief verleden verklaarde. Aan Haggard bleef altijd iets conservatiefs kleven, waar Willie Nelson juist de eeuwige hippie van country is geworden.

De voornaamste reden daarvan is ook het bestaansrecht en zelfs het thema van het tweede nummer van Heroes: een ode aan zijn grote liefde, de joint, dat een duet is met Kris Kristof­fer­son (tot zo ver nog niets opzienbarends) en… rapper Snoop Dogg. Ze stonden al eens samen op het podium van de Melkweg, de grijze countryster uit 1933 en de zwarte, pornofilms producerende, slungelige rapper. En nu zingen ze samen dat wanneer ze sterven ze dienen te worden opgerold en opgerookt. Het is een wonderlijk nummer, omdat Snoop Dogg zich schikt naar het universum van Nelson. De rapper rapt niet, hij zingt, met een wat merkwaardige timing, alsof hij steeds een meter achter Nelson en zijn band blijft aansjokken.

Volgend jaar wordt Nelson tachtig. Zijn beste werk ligt al lang achter hem, maar het blijft aanstekelijk om een artiest nog zo vol hoorbaar plezier het heden te horen omarmen.


Willie Nelson, Heroes, label: Sony