Ramadan #1

‘Niet zoenen lijkt mij moeilijker dan honger en dorst’

De komende maand zal Mounir Samuel, voor de eerste keer, de volledige vastenmaand aangaan. Dat betekent niet eten, niet drinken, de testosteron-pieken trotseren, vijf keer per dag bidden, als jongeman naar het vrijdagmiddaggebed en met gelovigen iftars delen.

Zaterdagochtend zonsopkomst is het officiële begin van de Heilige Maand Ramadan waarin een groot deel van de naar schatting 1,5 miljard moslims wereldwijd – zo’n 22 procent van de wereldbevolking – aan het vasten gaat (jonge kinderen, zieken, ouderen, ongestelde vrouwen, reizigers en natuurlijk mensen die het allemaal niet zo nauw nemen uitgezonderd). Ook in Nederland vast een groot deel van de meerderjarige moslims mee, waaronder mijn eigen vriendin.

Ramadan. Bijna een maand lang van zonsopkomst tot zonsondergang niets eten, drinken – nee, ook geen slok water! –, roken of enige vorm van geslachtsgemeenschap of masturbatie. Het is nogal een opgave in zonnige tijden, waarin de bloemetjes en de bijtjes met graagte hun ding doen en de zon van geen wijken weet. Wat velen echter niet weten is dat het vasten veel dieper gaat dan onthouding van de grote basisbehoeften. Ook schelden, vloeken, liegen, roddelen of overspelige/erotische gedachten worden de gelovige door de Allerhoogste extra zwaar aangerekend. Een totale zuivering dus, van het oog, het oor, de mond, de hand, de voet en het hart. En een bewuste terugkeer naar God hierboven en de gelovige medemens hieronder. (Mits de honger en dorst niet te veel op het gemoed inspelen dan.)

Als Egyptische christen ben ik bekend met de viering van Ramadan in Caïro. Ook reisde ik eerder tijdens de Heilige Maand door Jordanië, de Palestijnse Gebieden, Libanon en Turkije. Verhoogde spanning en emotionele uitbarstingen op straat, heimelijk water drinken op het toilet – in het zicht wordt niet gewaardeerd –, stiekem een patatje halen achter de met donker plakplastic afgedekte ramen van McDonald’s, maar ook de kanonschoten en uitbundige schreeuw na zonsondergang, spelende kinderen tot diep in de nacht, lange tafels op straat waaraan iedereen mag aanschuiven, lichtjes overal en de leukste tv-series van het jaar. Een maand van feest en focus, eenheid en eenvoud, afzondering en afstand. Want als christen hoorde ik er nooit helemaal bij.

Terwijl in Rotterdam de stad vol hangt met provocerende posters waarin opgeroepen wordt tot een vrije partnerkeuze – daarbij duidelijk gericht op de islamitische Nederlander of vooral de islamitische vrouw, die in de kleding van haar grootmoeder dan toch eindelijk haar witte vriend, joodse buurman of lesbische collega zoent – zoeken mijn vriendin en ik onze eigen weg. Zij een Marokkaans-Nederlandse van de tweede generatie die na een lange zoektocht weer stevig in haar islamitische wortels verankerd is. Ik een Egyptische Nederlander van de tweede generatie die na een even lange, pijnlijke zoektocht zichzelf een herboren christen noemt. Het is nogal een uitdaging. Is het niet vanwege haar ouders, die een weg naar de hel voor ogen zien als hun dochter met een niet-moslim thuiskomt (ze weten daarom niet van mijn bestaan af), dan is het wel vanwege al die kleine en grote uitdagingen.

De meeste restaurants zijn anno 2017 nu eenmaal niet halal. Gelukkig eet mijn vriendin graag vegetarisch, maar ik mag worst lusten. Geen Spaanse worst dan natuurlijk, want als ik varkensvlees eet, zoent ze me niet (overigens moet ik ook m’n tanden poetsen als ik garnalen heb gegeten, want ze is allergisch). Bidden. Buigend en knielend, of in de naam van Jezus? We doen beide. God zal ons horen in alle vormen en talen. Ramadan en Pinksteren in dezelfde maand? Dat wordt vastend naar de kerk. En een uitdaging als het brood en de wijn worden uitgedeeld. Voorhuwelijkse seks is in beide religies uit den boze, maar trouwen is ook niet toegestaan. Was het niet vanwege de religie, dan wel vanwege mijn afwijkende gender.

En zo zoeken we door, vechten we verder, verlangen we meer en realiseer ik me telkens weer hoe moeilijk het Westen en Oosten, islam en christendom, de Nederlandse cultuur en onze Noord-Afrikaanse wortels, toch een zegen en vloek, verrijking en verwarring zijn.

Ramadan. In hoeverre is de Nederlandse samenleving klaar om deze Heilige Maand een legitieme plaats op de kalender te geven? Is de Ramadan een intiem feestje voor de islamitische oemmah (geloofsgemeenschap), of een spirituele praktijk die ook de niet-moslim iets kan bieden?

In mijn maatschappelijke, romantische en persoonlijke zoektocht naar wat ons eigenlijk verbindt en in hoeverre Allah, bism’allah wa rahman wa Rahim (In de naam van God, de Barmhartige en Erbarmer) de God is die ik in Jezus Christus heb gezien – en ook omdat mijn vriendin mij de komende weken nog geen zoen mag geven en ik dat moeilijker vind dan de trek naar eten te overleven – zal ik de komende maand de volledige vastenmaand aangaan. Dat betekent niet eten, niet drinken, de testosteron-pieken trotseren, vijf keer per dag bidden, als jonge man naar het vrijdagmiddaggebed, met gelovigen en sympathisanten iftars delen, met vrienden lucht happen op het terras en me onderdompelen in de Heilige Koran. Volg deze open zoektocht en ik wens iedereen een heel gezegende Ramadan.