Niet zomaar een roman over een gastarbeider

Aris Fioretos, De laatste Griek, € 22,95
Aris Fioretos, De laatste Griek, € 18,50 (e-book)

Waarschijnlijk in of in de tijd van zijn boek Antipolitika (1983) had György Konrad het over de Republiek der letteren, een imaginaire ruimte waar hij als beknot schrijver in Hongarije soelaas vond; later had hij het over de Republiek der Europese letteren. Zo'n republiek is sinds enige tijd onbedoeld aan het ontstaan, zij het iets anders van aard dan Konrad bedoelde. Zo is Aris Fioretos, de schrijver van een even ingewikkelde als intrigerende roman die zich in Turkije, het Griekse Macedonië en Zweden afspeelt, in 1960 geboren in Göteborg, uit een Oostenrijkse moeder en een Griekse vader; hij heeft deze roman in het Zweeds geschreven ofschoon hij Duits zijn oorspronkelijke taal noemt - hij woont in Berlijn. Intussen zijn er legio schrijvers die er geografisch en taalkundig een potje van maken; sommigen geeft het een exotisch kleurtje aan hun cv, bij anderen is die samengestelde identiteit essentieel voor hun werk; voor hen is de internationale republiek der letteren van meer belang dan dat ze toevallig bij deze of gene nationale literatuur horen.
1967, niet toevallig het jaar van de militaire coup in Griekenland, is ook het jaar dat de jonge boer Jannis Georgidas zijn Macedonisch bergdorpje Áno Potamiá (149 zielen) verlaat om in Zweden zijn geluk te beproeven. En zowaar vindt hij daar in het gat Balslöv (125 inwoners) bijna anderhalf jaar zijn Eden. Via een Griekse arts krijgt hij werk en een sociale omgeving; hij trouwt diens kindermeisje, maar zo gelukkig als hij is met het dochtertje, het loopt allemaal tragisch af. Met een beetje goede wil zou het de geschiedenis van de generatie emigranten kunnen heten die toen nog provisorisch, ze waren er immers tijdelijk, gastarbeiders heetten. Als Jannis een Zweeds paspoort krijgt vraagt een jongetje hem of hij nu ook geen gastarbeider meer is. Hij had kunnen antwoorden dat hij een geboren vreemdeling was, verdwaald in de geschiedenis van de vorige eeuw. Dat hij uit een gat in Griekenland weggaat en in net zo'n gehucht in het noorden van Europa terechtkomt, zijn vriend achterna die om politieke redenen gevlucht is en meer nog diens zus, Jannis’ grote maar ten slotte onbereikbare liefde, verhindert niet dat hier grote geschiedenis geschreven wordt.
Jannis mag dan goeddeels analfabeet zijn, een reden waarom hij schriftelijk nogal hoogdravend kan zijn, van zijn (stief)grootmoeder heeft hij geleerd dat ‘geschiedenis was wat er overbleef als het leven eruit was verwijderd. Daardoor veranderden toevalligheden in vouwen in een handpalm.’ Despina, de grootmoeder, had het simpeler gezegd: 'Iets moet eerst verdwijnen voordat je erover kunt vertellen.’ Daarbij is de achteruitkijkspiegel niet onbelangrijk, die als een familiegeheim wordt doorgegeven. Daarover zegt Jannis tegen zijn vriend Kostas, de echte geschiedschrijver in dit boek, dat een autobestuurder naar achteren moet kijken om ergens aan te komen.
Het boek is dus niet zomaar een roman over een gastarbeider. Maar evenmin een postmoderne trukendoos, waar het door het kader iets van weg zou kunnen hebben. De roman, zo wordt gezegd, is samengesteld uit steekkaarten afkomstig uit een kaartenbak, aan de schrijver gegeven door de vrouw van Kostas, de schrijver (en samensteller?). Ik zou zelfs niet kunnen zeggen in welke volgorde de fiches zijn overgeschreven, of het resultaat al eerder gedrukt was en nu voorzien van een supplement dat Kostas erbij schreef, dit boek, een biografie van zijn vriend Jannis. Het is een omslachtige manier om te verklaren waarom de geschiedenis hier niet lineair verteld wordt maar als een hinkelspel.
De laatste Griek - tot het laatst zou je denken dat Jannis dat is, de Zweedse Herakles, de laatste in de geschiedenis van verdrijving, afscheid, vertrek en achteruitkijken; maar nee, de laatste Griek is Kostas, zijn schrijvende vriend én rivaal. Kostas is voor Agneta Thunell, nadat zij Jannis heeft ingeruild voor Kostas, zoals zij zegt 'mijn laatste Griek’.
Maar wie heeft het geschreven? Het project 'Encyclopedie van vertrokken Grieken’ is begonnen door Eleni, de grootmoeder van Kostas, kort nadat zij vanuit Smyrna (het huidige Izmir) via Cyprus in Thessaloniki was beland. In 1922 en 1923 werden alle Grieken in Turkije vermoord of verdreven; velen verspreidden zich over het noorden van Griekenland of reisden verder. Eleni wilde de levens van alle onvrijwillig vertrokken Grieken vastleggen, tot in de kleinste details, zonder onderscheid te maken tussen feit en verbeelding. Het eerste deel schreef zij in haar eentje, het verscheen in 1928. Omdat het voor één vrouw te veel was wierf zij elf assistenten, verspreid over de hele wereld. Eleni stierf, de 'assistenten van Clio’ werden ouder en ten slotte werd aan nazaat Kostas in de jaren zestiug gevraagd deel twaalf voor zijn rekening te nemen. Bij uitzondering over een uitwijkeling die nog leefde en misschien zijn levensverhaal zelf gelezen (en vernietigd) heeft. Ik weet niet of Fioretos zelf alle draden in de hand heeft gehad. Op z'n minst laat hij zien dat van het inmiddels nogal oubollige genre generatieroman ook zo vrijmoedig gebruik gemaakt kan worden dat je haast van een nieuw subgenre in de geschiedschrijving kunt spreken. Waar kun je nog saillante feiten over de catastrofe van de Grieken in Turkije of over de Griekse burgeroorlog lezen? In deze roman, die voor een groot deel ook nog liefdesgeschiedenis is en een aantal prachtige vrouwenportretten bevat.
Het idee van de uit handen gevallen kaartenbak geeft de lezer alle vrijheid om uit het gewemel van verhalen en historische episoden de kaarten van zijn voorkeur te halen en die terug te zetten in een kistje met het motto van Jannis dat ieder mens uit andere mensen is samengesteld - dat laat deze roman goed zien. En Kostas, de laatste Griek, gaf zijn vriend, de uit velen samengestelde gastarbeider, het kruis na.

ARIS FIORETOS
DE LAATSTE GRIEK
Uit het Zweeds (2009) vertaald door Hans Peter Westin, Querido, 359 blz., € 22,95