Niet zonder kathedralen

‘De hersenen zijn een bewijs voor het bestaan van God. Ook al bestaat God niet.’ Nachttrein naar Lissabon is een fascinerende puzzel, die me sinds de zomer in de ban houdt. Aan iedereen die het boek uit heeft vraag ik wat de betekenis is van de Portugese vrouw op de brug en het telefoonnummer dat zij met viltstift op het voorhoofd van Raimund Gregorius schrijft. Geen mens die het weet. Pascal Mercier – pseudoniem van de Berlijnse hoogleraar filosofie Peter Bieri – beschrijft de zoektocht van de 57-jarige leraar klassieke talen Gregorius uit het Zwitserse Bern naar het onstuimige leven van de Portugese arts Amadeu Prado in Lissabon. Prado blijkt een driftkop en een rebel te zijn geweest, iemand die het vermogen bezat de hemel aan te raken, maar ook aanvallen had van zwaarmoedigheid. Doordat hij in diens voetsporen treedt, dreigt Gregorius zichzelf compleet te verliezen. Het mooist is de toespraak die Prado, in het Latijn, als zeventienjarige aan het eind van zijn gymnasiumtijd hield: ‘Ik wil niet in een wereld zonder kathedralen leven.’
De grote verrassing voor mij was Met ons gaat het goed van de Oostenrijkse schrijver Arno Geiger. Daarin worstelt de 35-jarige Philipp Erlach met de geschiedenis van zijn familie, waar hij niets van wil weten. Philipp is als een kruimel in het universum, moederziel alleen. Hoewel de titel anders suggereert gaat het met niemand in de roman echt goed. Toch is de titel niet ironisch bedoeld. Het gaat over verlangen, om ergens bij te horen, familie, vrienden. Mooiste zin: ‘Zou je dood kunnen gaan aan vergeten, net zoals je stikt?’

Pascal Mercier, Nachttrein naar Lissabon

(vertaald door Gerda Meijerink) Wereldbibliotheek, 414 blz., € 22,50

arno geiger, met ons gaat het goed (vertaald door W. Hansen) De Bezige Bij, 397 blz., € 19,90