Economie

Niets

Wie zei dat politici half werk leveren? Flauwekul. Dit kabinet bewijst het. Een kwart is ruim voldoende. Een achtste mag ook – of nog minder. Zo is het land besturen een makkie. Gewoon een kwestie van een groot aantal goede plannen maken, deze luidruchtig aankondigen en vervolgens nauwelijks uitvoeren.
‘We gaan rekeningrijden invoeren’, riep verkeersminister Camiel Eurlings vorig jaar stoer. Maar in deze kabinetsperiode gaat hij niet verder dan een simpele kilometerheffing voor vrachtauto’s. Tenminste, als het huidige kabinet er in 2011 nog zit, want dan wordt de vrachtwagenheffing pas ingevoerd. Het echte rekeningrijden, waarbij alle auto’s een naar plaats en tijd aangepast tarief betalen, zal zelfs pas een of twee kabinetten later, in 2016, in werking treden. Tenzij men het in de tussentijd weer uitstelt, natuurlijk.
Een ander staaltje symboolpolitiek is de aanpak van de topinkomens. Wouter Bos had er tijdens de verkiezingscampagne een belangrijk punt van gemaakt. Iedereen herinnert zich zijn retorische aanval op Balkenende: ‘Maar noemt u mij dan één punt waarop de hoogste inkomens een bijdrage hebben geleverd aan de solidariteit van Nederland?’ Als minister van Financiën merkte Bos al gauw dat het lastig is om de topinkomens fiscaal aan te pakken. Vorige week nam de Tweede Kamer een wet aan waardoor werkgevers extra belasting moeten betalen over vertrekpremies van meer dan een half miljoen. De maatregel treft slechts enkelen en zal waarschijnlijk eenvoudig te omzeilen zijn. Zelfs PVDA-fractiespecialist Paul Tang roemde vooral de ‘symbolische waarde’ van de nieuwe wet.
Of neem de kinderopvang. Om meer vrouwen langer aan het werk te helpen, moet de kinderopvang veel toegankelijker worden. Dat was althans de belofte bij de start van het kabinet. Maar nu blijkt dat het beleid zo succesvol is dat de kosten ervan de ramingen overstijgen, draait men weer snel een deel van de maatregelen terug. Werkende vrouwen zijn opeens blijkbaar toch niet belangrijk genoeg om elders op de begroting geld voor ze vrij te maken. Zodra het beleid pijn begint te doen, en er harde keuzes moeten worden gemaakt, geeft de regering niet thuis.
Het meest treurige voorbeeld daarvan werd deze week geleverd. Volgens de berichten in de pers, heeft Den Haag eindelijk overeenstemming bereikt met de vakbond en werkgevers over versoepeling van het ontslagrecht. Dat onderwerp zorgt al sinds de coalitieonderhandelingen voor ruzie tussen PVDA en CDA. Minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken wil ontslag eenvoudiger en goedkoper maken om zo te zorgen voor meer dynamiek op de arbeidsmarkt en meer baankansen voor laagopgeleiden. Na twee jaar van aarzeling en besluiteloosheid is er van zijn plannen weinig meer over. In het nu afgesloten akkoord is volgens de berichten een maximum ontslagvergoeding afgesproken voor werknemers die meer dan 75.000 euro per jaar verdienen. Het is daarmee een lachwekkend slappe maatregel. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn er in Nederland precies 180.300 werknemers met een inkomen boven deze grens. Ruim 6,8 miljoen werknemers verdienen minder. Met andere woorden: 97,4 procent van de Nederlanders in loondienst valt niet onder het versoepelde ontslagrecht.
Met het principe van een inkomensgrens waarboven een lichter ontslagregime geldt, is overigens niets mis. Zo’n grens kan ervoor zorgen dat de echt kwetsbare werknemers niet de dupe worden van de wens om de arbeidsmarkt dynamischer te maken. Drie jaar geleden schreef ik een boek over dit onderwerp, waarin ik een pleidooi hield voor een soepel ontslagrecht alleen voor inkomens boven 40.000 euro. Bij die grens heb je meer bijna 1,2 miljoen werknemers te pakken. Dat is zeventien procent van de werknemers. Het gaat dan nog altijd om een klein percentage, maar de maatregel is meer dan pure symboolpolitiek. Door de grens bij 75.000 te leggen, bewijst Donner dat hij niet de moed heeft om door te bijten. Hij kent de theorie maar is bang voor de praktijk. Verstoppen is gemakkelijker dan regeren.
Dat is de ziekte van dit kabinet. De plannen zijn mooi, maar ze krijgen nooit tanden. Volgende week dinsdag, op Prinsjesdag, presenteert het kabinet de plannen voor 2009. Bereid u voor op een dag vol ambitie en enthousiasme. En daarna weer een jaar lang niets.