Niets aan de hand

Wanneer wij over de multiculturele samenleving spreken, moeten we wel bedenken dat cultuur geen statisch gegeven is. Een cultuur verandert voortdurend - uit zichzelf en door invloeden van buiten. De Nederlandse cultuur van vandaag is niet dezelfde als die van honderd, vijftig, zelfs vijfentwintig jaar geleden.

De invloeden van buiten heeft de Nederlandse cultuur door de eeuwen goed verwerkt. De Nederlandse cultuur is een cultuur die niet alleen anders is dan vroeger, maar ook, ondanks al die veranderingen, duidelijk anders dan andere Europese culturen. Er is dus voor hen die zich thuis voelen in die cultuur niets aan de hand. Als we beginnen met Nederland als zelfstandige staat - dus eind zestiende eeuw; toen werden de Verenigde Provinciën al meteen geconfronteerd met een enorme influx uit de zuidelijke Nederlanden, waar de Spanjaarden een eind aan de opstand hadden gemaakt. In sommige Hollandse steden - Leiden bijvoorbeeld - was op een goed ogenblik de meerderheid van de bevolking Vlaams. Nu zal men zeggen dat die vluchtelingen tot dezelfde cultuur behoorden en dezelfde taal spraken. Dat is zeker zo, maar dat sluit geen spanningen uit (ik neem aan dat de instroom van honderdduizend Albanees sprekende Kosovaren in Albanië ook spanningen veroorzaakt). Die Vlaamse immigranten waren namelijk in meerderheid fel calvinistisch, en dat was de meerderheid van de autochtone bevolking nog nauwelijks. De protestantisering van de Nederlandse cultuur heeft dus veel aan die Vlamingen te danken (anderen zullen zeggen: te wijten). De Nederlandse cultuur heeft - of had tot voor zeer kort - een duidelijk protestants karakter. Maar ook de cultuur in engere zin heeft van die Vlaamse influx geprofiteerd. Frans Hals is in Antwerpen geboren, Vondel weliswaar in Keulen maar uit Vlaamse ouders, Simon Stevin in Brugge, en zo kunnen er nog talloze anderen genoemd worden. Die Vlaamse invloed (in de meest letterlijke zin van het woord) is niet uit de (Noord-) Nederlandse cultuur weg te denken. Latere immigraties zijn minder massaal geweest. Hun absorptie door de Nederlandse cultuur, en de verandering van de Nederlandse cultuur als gevolg daarvan, zullen dus geleidelijker zijn geweest. Hugenootse families hebben belangrijke staatslieden en intellectuelen voortgebracht. En dat is ook met de successieve joodse immigraties het geval. Zeker, hun geloof en hun gebruiken bleven (en blijven in sommige gevallen) anders dan die van hun nieuwe omgeving, maar in de loop van de tijd ‘ziet men de joden steeds meer Nederlanders worden’, zo schrijft Kees Fens in de Volkskrant van 16 april naar aanleiding van het boek van Bregstein en Bloemgarten Herinnering aan joods Amsterdam. Die assimilatieprocessen zijn zeker niet altijd zonder wrijvingen of zelfs pijnloos verlopen, en ik wil de resten van antisemitisme die in Nederland zo nu en dan nog de kop opsteken, niet bagatelliseren, maar waar het om gaat is dat de Nederlandse cultuur door de invloed van andere culturen alleen maar rijker is geworden. Maar omdat die invloeden ten slotte in de Nederlandse cultuur werden opgenomen, sprak men vroeger niet van een multiculturele samenleving, hoewel die toch, zolang die andere culturen niet volkomen waren geabsorbeerd, moet hebben bestaan. Het was een wederzijds en wederzijds niet altijd van harte aanvaard aanpassingsproces. Multiculturaliteit is een - soms lange - overgangstoestand. Zal dat ook zo gaan met de naoorlogse immigraties? De eerste, die van de Indo-Europeanen, is het gemakkelijkst verlopen. Zij had de economische conjunctuur dan ook mee. Van isolatie is geen sprake. De bijdragen van deze bevolkingsgroepen aan vooral de literatuur zijn steeds markanter. De Ambonezen, dat is een ander verhaal. In de hoop op een spoedige terugkeer hebben zij zich lange tijd niet willen integreren in de Nederlandse samenleving, daardoor geholpen door de overheid die hen in kampen stopte. Maar allengs, nu nieuwe generaties aan bod komen, die Nederlands spreken met het accent van hun omgeving (Twents, Gronings enzovoort), zal ook hier de acculturatie voortschrijden. Ik zie niet in dat dit in beginsel niet ook zal gelden voor de latere immigranten, de Surinamers, Antillianen, Marokkanen, Turken en anderen. Natuurlijk gaan er vele jaren - vele generaties in sommige gevallen - overheen alvorens ook die bevolkingsgroepen in de - steeds veranderende - Nederlandse cultuur opgenomen zullen zijn. Voor immigranten en autochtonen zal die soms lange tussentijd niet gemakkelijk zijn. Crises, rellen, misschien zelfs opstanden zijn te verwachten, maar als we rekening houden met de lange termijn, is er geen reden aan te nemen dat ook zij uiteindelijk niet deel zullen uitmaken van de Nederlandse cultuur - ongetwijfeld een andere cultuur dan waaraan velen nu gewend zijn, maar niettemin een Nederlandse. Maar ja, ik heb makkelijk praten: er zijn weinig allochtonen in de buurt waar ik woon. Van die moeilijke tussentijd zal ik dus, naar het zich laat aanzien, weinig last hebben.