Shaun Tan, Het ding en ik

Niets beters

Het jaar van de illustratiekunst: zo kun je 2012 zeker karakteriseren. Sylvia Weve overtrof zichzelf in de eigenzinnige poëziebundel Aan de kant, ik ben je oma niet!.

Charlotte Dematons flikte het om in Nederland álles wat onze identiteit is met een éénharige penseel en acrylverf te verbeelden. En van Australiër Shaun Tan verscheen het oorspronkelijke, surrealistische beeldverhaal Het ding en ik, volgens de cynische ondertitel ‘een verhaal voor wie wel iets beters te doen heeft’.

Dat klinkt als een boek voor iedereen: wie heeft het niet druk met werk, gezin en vooral 'het nieuws van de dag’? Vast te druk inderdaad om 'de hoofdpersoon’ uit een fraai prentenboek te ontmoeten: een bevreemdend ding dat eruitziet als een reusachtige, ouderwetse terracottarode koffiepot op pootjes, met onverwachte deurtjes en luikjes.

Degenen die onvoorzien toch tijd vinden om Tans fantastisch vormgegeven futuristische wereld te betreden, zullen ontdekken dat zijn sympathieke 'koffiepot’ eenzelfde tragisch lot beschoren is als in onze werkelijkheid. Onder het motto 'vandaag is de toekomst die ons gisteren werd beloofd’, hebben de mensen in Tans overgereguleerde, verregaand getechnologiseerde samenleving alles waarnaar ze ooit verlangden, behalve elkaar. Ze rennen achteloos langs elkaar heen en hebben geen oog voor hun omgeving: onverschilligheid valt 'het ding’ ten deel.

Als ondergrond voor zijn cartooneske prenten gebruikte Tan vergeelde mechanicatekeningen. Die harmoniëren prachtig bij de onwerkelijke, desolate sfeer die de door grijsgrauwe woningblokken en roestbruine fabrieksbuizen gedomineerde stad oproept. Sterk is het sovjetstandbeeld met tv-hoofd op de cover dat suggereert dat de macht bij de media ligt. Mooi is hoe Tan Edward Hoppers Early Sunday Morning en John Bracks Collins St. 5pm effectief gebruikt. En humorvol is het 'ministerie van restjes en overschotten’ dat is opgericht voor iedereen wiens 'orde van de dag onverwacht wordt verstoord door rondslingerend bezit’.

Gelukkig weet het verloren ding te ontsnappen aan deze kafkaëske bureaucratie. Een jongen die kroonkurken verzamelt, ontfermt zich erover en brengt het naar een verborgen plek met een Dali-achtige uitstraling, midden in de stad. Het is een plek waar nog voldoende vrijheid is om anders te kunnen zijn, waar ook nog tijd is om bijvoorbeeld Dostojevski’s De idioot te lezen. Utopia staat er op de muur, onopvallend: alleen zichtbaar voor wie niets beters te doen heeft.

_* * *

Shaun Tan, Het ding en ik
Querido, 34 blz., € 14,95, 6 tot 100 jaar
Vertaald door Bart Moeyaert_