Niets dan de waarheid

Het proces in Den Haag tegen de Bosnische Serviër Tadic, beschuldigd van wrede oorlogsmisdaden, kreeg een verrassende wending toen de belangrijkste getuige bekende te hebben gelogen. Verdediger Wladimiroff legt uit wat er sindsdien gebeurde.
IN FEBRUARI 1994 werd de Bosnische Serviër Dusko Tadic in München gearresteerd. Rechercheurs van de politie waren hem op het spoor gekomen door een Duits camerateam. De Generalbundesanwaltschaft beschuldigde hem van medeplichtigheid aan genocide. In de kranten werd Tadic voortaan aangeduid als ‘folterknecht’ en ‘de slachter van Omarska’, het beruchtste concentratiekamp van de Serviërs.

In november 1994 verzocht de toenmalige hoofdaanklager van het Internationale Tribunaal voor Oorlogsmisdaden van de Verenigde Naties, Richard Goldstone, de Duitse overheid de zaak over te dragen aan Den Haag. Nadat Tadic naar de Scheveningse gevangenis was overgebracht, werd in april 1995 de akte van beschuldiging voorgelezen. Dit eerste proces van het Tribunaal loopt nu ten einde. Op 25 en 26 november houden aanklagers en verdedigers hun laatste pleidooien. Misschien zullen de rechters nog voor het eind van het jaar hun vonnis uitspreken.
De bewijslast tegen de verdachte is tijdens het proces sterk afgenomen. Problemen met de geloofwaardigheid van getuigenverklaringen waren voor het gerechtelijk onderzoek in Den Haag aan de orde van de dag. Hoe meer men zich verdiepte in concrete aantijgingen, des te meer tegenstrijdigheden kwamen er aan het licht. Op 25 oktober kregen de vertegenwoordigers van de aanklager een onaangename verrassing. Hun hoofdgetuige ‘L.’, van wie inmiddels bekend is geworden dat hij Dragan Opacic heet, eveneens een Bosnische Serviër, verklaarde gelogen te hebben en beweerde door de Bosnische politie gedwongen te zijn valse verklaringen af te leggen.
Robert Reid, opsporingsambtenaar van het Tribunaal, legde in de getuigenbank een verklaring af over de bekentenis van L., die deze hem enkele uren eerder had gedaan. Hij was in november 1994 als Bosnisch-Servisch soldaat door het Bosnische leger gevangengenomen en vervolgens in Sarajevo door politiefunctionarissen met video-opnamen van het kamp Trnopolje en met foto’s van Dusko Tadic voorbereid op zijn optreden in Den Haag. Reid deelde mee dat Opacic was geslagen en dat men hem had gezegd dat hij zou worden doodgeschoten indien hij weigerde mee te werken. In de getuigenbank had Opacic in augustus 1996 beweerd dat hij als bewaker in het kamp Trnopolje had gezien hoe Dusko Tadic zich schuldig maakte aan verkrachting, moord en mishandeling.
DE VERDEDIGER VAN Tadic is prof. jhr. Mischa Wladimiroff, van het Haagse advocatenkantoor Wladimiroff & Spong, een internationaal gerenommeerd kantoor dat onder meer ook belast is met de zaak van 'tennisvader’ Peter Graf. Wladimiroff doceert aan verschillende universiteiten, onder meer in Sarajevo, en is voorzitter van de afdeling strafrecht van de Nederlandse Orde van Advocaten. Hij is in Nederland geboren; zijn grootvader heeft Rusland na de revolutie in de jaren 1919-1921 verlaten.
Meneer Wladimiroff, sinds wanneer bent u gaan twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van getuige Opacic?
'Ik begon al te twijfelen bij zijn eerste verhoor in de getuigenbank in augustus van dit jaar. L. was de laatste getuige van de aanklager, en uitte zware beschuldigingen aan het adres van Tadic wegens misdrijven in het concentratiekamp in Trnopolje. Ondanks onze destijds nogal beperkte kennis van dat kamp hadden we echter meteen al het gevoel dat zijn beschrijvingen merkwaardig klonken. Hij had het bijvoorbeeld vaak over het “witte huis”, terwijl wij wisten dat de meeste, zo niet alle huizen in het kamp of in de onmiddellijke nabijheid wit waren. Hij vertelde bovendien over een bepaalde plaats waar de kampbewakers werkten. Geen andere getuige had het voordien ooit over die plaats gehad. Anderen hadden gezegd dat in Trnopolje ongeveer vijftig bewakers waren. Opacic daarentegen had het over vier bewakers die daar in dienst waren. Wat mij meteen bijbleef, waren de namen van bewakers die hij noemde. Een paar van die namen kwamen me bekend voor, en later heb ik ze laten natrekken. Het waren uitsluitend personen die twee jaar later bij het leger kwamen, allemaal in dezelfde eenheid als Tadic. Dat vond ik verdacht, temeer omdat Tadic in oktober 1994 niet langer dan een dag of veertien in dienst is geweest. Wat we gehoord hadden, was voldoende om het Tribunaal mee te delen dat wij niet klaar waren met getuige L. en dat we het kruisverhoor op een later tijdstip wilden voortzetten.’
U BENT DUS OPNIEUW naar Trnopolje gereisd om zijn verklaringen te controleren. Was er een speciaal detail dat Opacic dwong zijn beweringen op te geven?
'We zijn daar nog een paar maal geweest en hebben de gebouwen en het plein waar de kampbewoners zo goed en zo kwaad als het ging waren ondergebracht nauwkeurig onderzocht. We concentreerden ons bijvoorbeeld op de verklaring van L. dat Tadic in de kelder van een wit huis had deelgenomen aan verkrachtingen. Er was echter geen wit huis met een kelder - geen van de huizen daar heeft een kelder. En op die manier hebben we ook andere bijzonderheden onderzocht.
Beslissend was de confrontatie met familieleden. Eerst kwamen we erachter dat L. familie in de buurt van Trnopolje had. In de getuigenbank had hij verklaard dat zijn vader dood was en dat zijn moeder alleen woonde, met zijn zuster. Om hen te beschermen had hij verzocht als anonieme getuige voor het Tribunaal op te mogen treden. Tegelijkertijd had hij gevraagd geen onderzoek naar zijn familie te doen. Toen wij erachter kwamen dat Opacic’ vader nog leefde en dat hij, in plaats van één zuster, twee zusters en drie broers had, vermoedden we dat hij niet de waarheid sprak. Maar hij ontkende alles.
We zetten hem opnieuw in de getuigenbank. Dat was in september. Daar lieten we hem een foto van zijn vader zien, maar hij beweerde dat de man op de foto niet zijn vader was. Toen lieten we de zaak rusten. Pas een paar weken later besloot ik de vader van Opacic en een van zijn broers naar Den Haag te laten overvliegen voor een directe confrontatie. Aan het begin van die confrontatie, buiten de rechtszaal, bleef Dragan Opacic eerst volhouden dat de twee mannen niet zijn vader en zijn broer waren. Na ongeveer een half uur hield hij het echter niet meer uit en gaf hij toe dat zijn hele verhaal over Dusko Tadic gelogen was.’
Hoe reageerden de aanklagers? Deze wending in het proces plaatste hen niet bepaald in een gunstig daglicht.
'Het was natuurlijk een onaangename verrassing voor hen. Elke keer als we uit Trnopolje terugkwamen, legden we de aanklagers onze resultaten voor. Ze deden altijd heel sceptisch. Ik denk dat ze domweg niet konden geloven dat L. hen bij de neus had genomen. Ik had de indruk dat ze eerst niet wilden geloven dat wij een man hadden gevonden die beweerde de vader van hun getuige te zijn. Later wilden ze niet geloven dat die man inderdaad de vader van L. was. De aanklagers hebben twee weken, en vervolgens nogmaals een week voor de instorting van hun getuige à charge een onderzoeker naar de streek rond Trnopolje gestuurd. Drie dagen voordat ik de vader naar Den Haag liet overvliegen, heeft die onderzoeker bloedmonsters genomen van de vader van Opacic, van zijn broer en van zijn moeder. Na zijn terugkeer werd ook bloed afgenomen bij Dragan Opacic. De aanklagers wilden een DNA-test laten uitvoeren. Maar die bleek niet meer nodig.’
DE AANKLACHTEN TEGEN Tadic met betrekking tot concrete gebeurtenissen in Trnopolje heeft men inmiddels laten vallen. Hoe staat het met de overige aanklachten?
'In de eerste plaats is er de algemene beschuldiging onder punt 4 dat Tadic had deelgenomen aan de wrede vervolging en verdrijving van moslims en Kroaten uit het district Prijedor. Dat betrof de etnische zuivering van het dorp Kozarac en de deportatie van de verdrevenen naar de kampen Omarska, Trnopolje en Keraterm. Dit algemene punt van de aanklacht betrof ook concrete gruweldaden in Trnopolje, die men allemaal heeft laten vallen omdat die beschuldigingen uitsluitend berustten op verklaringen van L.
Bij een ander concreet geval dat onder dit punt 4 werd behandeld, is de bewijsvoering niet ondubbelzinnig. Tadic zou vlak voor een kerk in Kozarac een man de keel hebben afgesneden. Slechts één getuige heeft dat gezien, en dat is ietwat ergerlijk, want eigenlijk had dat ook anderen moeten zijn opgevallen. De verklaring van deze getuige à charge is ook op andere punten heel twijfelachtig.’
Tadic zou echter ook in het beruchte kamp Omarska verschrikkelijke wreedheden hebben begaan. Is de bewijsvoering op dat punt minder twijfelachtig?
'Twee van de zwaarste beschuldigingen ten aanzien van Omarska waren een geval van verkrachting en een geval van castratie. De aanklacht van verkrachting, dat was punt 5 van de akte van beschuldiging, heeft men laten vallen omdat de vrouwelijke getuige F. achteraf toch weigerde een verklaring onder ede af te leggen. Over het geval van castratie, punt 6, moeten de rechters beslissen. Een gevangene in het kamp zou door Tadic gedwongen zijn bij een andere gevangene de ballen af te bijten.
Dit was overigens de hoofdaanklacht van de Duitse Generalbundesanwaltschaft. De persoon die verklaarde dat hij daartoe gedwongen was, heeft echter geweigerd voor het Tribunaal te getuigen. Bovendien staat vast dat deze getuige, G., in gesprekken minstens drie verschillende versies van de feitelijke toedracht heeft gegeven. Die verklaringen zijn echter niet in het proces opgenomen.
Het gerecht moet een oordeel vellen over de verklaringen van vier of vijf getuigen die slechts indirect bewijsmateriaal hebben geleverd, bijvoorbeeld dat ze Tadic op de dag in kwestie in het kamp of in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het misdrijf hebben gezien. Getuige H. daarentegen beweerde bij de castratie aanwezig te zijn geweest. Hij zei ook dat hij Dusko Tadic kende, maar dat de verdachte bij dit misdrijf niet aanwezig was.
Bij de overige vier punten van de aanklacht met betrekking tot Omarska, dat wil zeggen de punten 7 tot 10, gaat het om gevallen van mishandeling. In de loop van het proces deed zich echter steeds weer het probleem voor dat getuigenverklaringen elkaar tegenspraken of niet met elkaar klopten.’
EN HOE STAAT HET met de beschuldiging van Tadic’ medewerking aan de etnische zuivering van Kozarac?
'De etnische zuivering van twee nederzettingen in de buurt van Kozarac is het uitgangspunt voor punt 12 van de akte van beschuldiging. Oorspronkelijk had men daar acht gevallen van afranseling en vijf gevallen van doodslag opgesomd. Maar slechts één geval van doodslag bleek relevant voor het proces, aangezien Tadic bij de twaalf overige gevallen niet zelf actief is geweest.
Twee getuigen hebben deze beschuldiging bevestigd, alleen is het niet duidelijk of ze bij de beschrijving van de dader ook echt Dusko Tadic bedoelden. Een van de getuigen heeft Tadic geïdentificeerd aan de hand van een foto. Dat schept een zwaarwegend probleem, want identificatie aan de hand van een foto is alleen een bruikbaar bewijsmiddel wanneer onweerlegbaar vaststaat dat de getuige in die tussentijd nergens elders zo'n foto heeft kunnen zien. De foto van Tadic is deze vrouwelijke getuige echter pas in juni 1996 voorgelegd, een dag voor haar getuigenverklaring in Den Haag. Daar komt nog bij dat ze in Duitsland woonde, en wij hebben een mediadeskundige in de getuigenbank gehad die het onwaarschijnlijk achtte dat ze sinds de arrestatie van Tadic in München in februari 1994 niet ergens over deze zaak had gelezen en daarbij ook een foto van verdachte Tadic had gezien.
Punt 11 van de akte van beschuldiging heeft betrekking op een geval van doodslag in Kozarac, bij een stalletje waar gebraden haantjes werden verkocht. Vier getuigen hebben daarover verteld. Hun verklaringen kunnen juist zijn, maar het probleem is dat ze niet volledig met elkaar overeenstemmen.’
Wat verwacht u dat de rechters na het slotpleidooi van aanklager en verdediger zullen beslissen?
'De punten van de akte van beschuldiging met betrekking tot verkrachting en doodslag in Omarska heeft men laten vallen. Ik denk dat Tadic ook kans maakt vrijgesproken te worden van dat geval van castratie in het kamp Omarska. Wat de rechters ten aanzien van de overige punten zullen beslissen, kan ik niet zeggen. Maar de bewijsvoering is soms verwarrend, en men moet er ook rekening mee houden dat wij een alibi voor Dusko Tadic hebben gepresenteerd. Tadic zou namelijk op genoemde tijdstippen elders gestationeerd zijn geweest.
De aanklagers maken wat het algemene punt 4 betreft, natuurlijk een goede kans dat het tot een veroordeling komt. Dat Dusko Tadic tijdens de oorlog deel heeft uitgemaakt van het systeem is gemakkelijk te bewijzen. Zodra het echter niet om zulke algemene aspecten gaat, maar om direct, fysiek handelen bij concrete vergrijpen, ziet de bewijsvoering er anders uit. Wij hebben een verzoek ingediend dat de rechters alleen beslissen over concrete gevallen en dat het algemene punt uit de akte van beschuldiging vervalt. Hoe de rechters over dat verzoek oordelen, moet nog blijken. Ik geloof niet dat Tadic kansloos is.’ Vertaling: Tinke Davids