Liefdesromans - Aan chesil beach

Niets doen Wolf

Het in de literatuur nogal uitgemolken thema liefde maakt van veel romans would-be romans. Maar uiteraard zijn er boeken die het bloed van de Groene-recensenten aan de kook brachten.

Er zijn een paar redenen waarom On Chesil Beach sinds ik de roman jaren geleden las zo helder in mijn hoofd is blijven zitten. Om te beginnen de indringende compactheid van het verhaal. Ian McEwan roept, zoals altijd aangenaam gedetailleerd en beeldend, een fraai tijdsbeeld op van het begin van de jaren zestig in Zuidwest-Engeland, de stiltes, de beklemmende seksuele moraal – maar anders dan in sommige andere romans waaiert hij nergens te veel uit en hangt hij de 150 pagina’s overtuigend op aan één nacht: de huwelijksnacht van de jonge Florence Ponting en Edward Mayhew.

Daar gaat natuurlijk van alles mis, maar de twee zijn werkelijk verliefd – dat is de tweede reden waarom dit boek zo in mijn geheugen bleef zitten: zintuiglijk, aan de hand van dialogen, beelden en herinneringen, pluist McEwan de wederzijdse verliefdheden helemaal uit, zowel de aantrekkelijkheden als de ongemakken. En waarom het boek me vooral bijbleef: de sublieme wijze waarop McEwan Mayhew en Ponting uiteindelijk met elkaar laat botsen, tijdens die huwelijksnacht, door een combinatie van de benepen tijdgeest en hun ingehouden karakters. Er worden geen subplots bedacht om enige sleur te illustreren, er wordt geen zin verspild aan vreemdgaan – het gaat alleen over die twee mensen, die van elkaar houden en tegenover elkaar staan en toch niet werkelijk dichter bij de ander komen. Op de laatste pagina, wanneer ze langzaam uit elkaar lopen, vanuit uit het perspectief van Mayhew: ‘Zo kan dus een hele levensloop worden veranderd – door niets te doen.’ Prachtig.