Niets is gevaarlijk in Japan, behalve de berg

Tokio - De iconische Mount Fuji, of Fuji-san zoals de Japanners eerbiedwaardig zeggen, spreekt tot de verbeelding. Op heldere dagen is de bijna vierduizend meter hoge vulkaan al van honderden kilometers waar te nemen.

Het beklimmen en het bereiken van de Shinto-schrijn op de top is voor veel Japanners niets minder dan een heilige missie. De verschillende paden die omhoog voeren zijn niet al te moeilijk begaanbaar. Brede paden waar in de zomermaanden honderdduizenden mensen naar boven lopen. De overheid heeft het officiële klimseizoen beperkt tot juli en augustus. Er zou begin september eens een sneeuwvlokje kunnen vallen op de top! Risico wordt in Japan nu eenmaal uitgebannen. Bij elke gelichte stoeptegel staat een mannetje met een lichtgevend stokje dat je met dodelijke ernst om de oneffenheid heenleidt. In het zwembad houden talloze badmeesters de verrichtingen van de zwemmers in de gaten en gaat de wisseling van de wacht gepaard met een ritueel dat aan het keizerlijk hof niet zou misstaan. Na vijftig minuten zwemtijd moet iedereen het bad verlaten, een zwemmer zou natuurlijk best oververmoeid kunnen raken. Kortom, de nietsvermoedende wandelaar aanvaardt de klim van Mount Fuji met het idee dat ook hier het gevaar wel bezworen zal zijn.
Niets blijkt minder waar. Wie op de flanken van Mount Fuji geteisterd wordt door noodweer, hoeft bij een van de berghutten op weinig consideratie te rekenen. Even droog staan in een halletje of je zelfs even warmen bij een vuur, het zit er niet in tenzij je drieduizend yen (dertig euro) neertelt. Zo niet, dan word je, heel on-Japans, uit de deuropening weggeblaft. Onderweg nergens een overkapping, nergens een mannetje met een stokje. Wel totaal vekleumde Japanners met trendy schoenen en open schoudertassen die rechtstreeks vanaf Shibuya of een andere hippe wijk uit Tokio lijken te komen. Op veel hulp van andere wandelaars hoeven ze ook niet te rekenen. De zorg voor je ‘zelf’ is niet alleen een abstract boeddhistisch ideaal, maar tevens in het dagelijks leven een concrete leidraad. De gouden regel in Tokio en omgeving is dat je de ander met rust laat. Dat heeft zo zijn voordelen in een propvolle metro, maar vanuit een westerse blik is het toch wat vreemd om iemand die beeft als een riet en totaal gedesoriënteerd uit zijn ogen kijkt niet op zijn minst van goede raad te voorzien, zeker als vadertje overheid even niet in de buurt is.