Essay Islamisering Verkeerd interpreteren van moslimimmigratie in Europa

Niets te vrezen

De Europese angst voor de islam berust op misverstanden en verkeerde interpretaties van argumenten. Anders dan antimoslimschrijvers beweren, dreigt er geen islamisering. Maar Europeanen hebben nu eenmaal ervaring in het vinden van een zondebok voor alle problemen.

EEN EUROPEES BOEK WAARIN WORDT AFGEGEVEN OP DE ISLAM en moslims heeft vaak de vorm van memoires, waarin de afschuwelijke ervaringen worden verteld van een (gewezen) moslimvrouw in haar islamitische omgeving. Mijn vrijheid en Maagdenkooi van Ayaan Hirsi Ali zijn de bekendste voorbeelden. Franse bestsellers heten Onteerd, Verminkt, Verkocht, Mismaakt of Souad, levend verbrand.
Amerikanen lijken de voorkeur te geven aan een minder subtiele benadering. In de Verenigde Staten vinden we twee types directe aanvallen op de islam: die zou een ‘rioolreligie’ zijn (Robert Spencers The Complete Infidel’s Guide to the Koran) of een bedreiging voor onze fundamentele waarden - een dreiging die Europa al heeft overspoeld en nu deze kant op komt. Zij slapen; wij zijn aan de beurt - zo worden we gewaarschuwd in Bruce Bawers While Europe Slept: How Radical Islam is Destroying the West from Within. Eenzelfde boodschap heeft zijn Surrender: Appeasing Islam, Sacrificing Freedom; in Brigitte Gabriels They Must Be Stopped, en Mark Steyns America Alone: The End of the World as We Know It.
Misschien zijn deze boeken vrij onschuldig, en getuigen ze minder van vijandigheid jegens de islam dan van het geheime genoegen van Amerikanen om Franse en Engelse politici met slappe knieën een tikje te geven. Of misschien verschuiven we gewoon graag onze angst voor de islam van de aardige Pakistaanse chirurg die naast ons woont naar jihadisten die Europese steden binnendringen.
Maar zo'n opgewekte lezing gaat voorbij aan de sombere toon van deze boeken of hun opvallende thematische overeenkomsten (die ze delen met veel gelijkgestemde websites). De islam, zo stellen ze, heeft Europeanen geschokt, een schok door een confrontatie met islamitische waarden, en de botsing zal niet minder hard worden. Deze drie thema’s - islamitische schok, waardenconflict en niet-aflatende strijd - doen denken aan Samuel Huntingtons 'clash of civilizations’, maar met een toegevoegde urgentie: moslims staan nu aan de verkeerde kant van de huntingtoniaanse lijn.
We moeten dat argument serieus nemen en begrijpen wat er verkeerd aan is. En om het zonder omwegen te zeggen: alles is er verkeerd aan.
Allereerst het idee van een islamitische schok: islamitische immigranten hebben het Europese leven ontwricht op volkomen andere manieren dan voorgaande immigrantengolven. Dat lijkt een geldig argument: voor de Tweede Wereldoorlog waren de meeste arbeiders die migreerden naar een West-Europees land Europese christenen (meestal katholieken), die er min of meer uitzagen als de oorspronkelijke bewoners. Daarentegen waren onder de nieuwe arbeidskrachten die na 1945 naar Duitsland, Engeland, Frankrijk en elders kwamen meer niet-Europeanen dan ooit, en de meesten waren moslims van het platteland uit Afrika of Azië. Na de jaren zeventig zagen we een derde golf van mensen uit Afrika en Azië die probeerden het Schengengebied in te komen. Vluchtelingen en asielzoekers bestormen de muren van Fort Europa - mensen die recht menen te hebben op gezinshereniging, mensen die zonder de juiste papieren werken, mensen die, misschien, de juiste papieren gaan bemachtigen - allemaal immigranten die minder welkom zijn maar zich verdringen om het Oude Continent te bereiken.
Er zijn serieuze verschillen tussen deze drie historische stromen van immigranten. En het islamitische karakter van een groot deel van de tweede en derde golven heeft vele Europeanen verontrust. Burgemeesters die weigeren de bouw toe te staan van moskeeën; huisbazen die weigeren te verhuren aan moslims; controverses over hoofddoekjes, en nu, in Zwitserland, minaretten, gezien als tekenen van 'islamisme’. Voor de mensen die niet uiterst rechts staan is klagen over te veel 'immigranten’ een gewone en relatief veilige manier geweest om te klagen over te veel islam.
Maar een islamitische schok is niet slechts een beschrijving van verschillen tussen mensenstromen. De stelling is dat de nieuwe immigratiegolf in het bijzonder ontwrichtend is geweest voor een Europese 'way of life’. Dit narratief van pre-islamitische immigratie door blanke Europeanen die dezelfde waarden delen, naar dezelfde kerken gaan, en nieuwe immigranten hartelijk verwelkomen, is, zo blijkt, nonsens. Toch schrijft zelfs de best geïnformeerde van de schrijvers over Europese islamitische dreiging, de journalist Christopher Caldwell, in zijn Reflections on the Revolution in Europe (2009) over een ongedifferentieerd Europa dat nu wordt belegerd door moslims. Voor het gemak zijn eeuwen van godsdienstoorlogen, revoluties en contrarevoluties vergeten, aanslagen op Belgische en Italiaanse immigranten in Frankrijk, en, natuurlijk, de gebeurtenissen van begin jaren veertig, toen goede Franse en Nederlandse mensen zich aansloten bij goede Duitsers om joden aan te geven en op te pakken en ze te transporteren naar vernietigingskampen.
De stelligheid van deze bezwaren komt voort uit de burkeaanse kern van Caldwells klachten, benadrukt door zijn titel. Mensen zouden, zo stelt hij, niet radicaal hun manier van leven moeten hoeven veranderen. Maar de massale toevloed van moslims heeft zulke veranderingen geforceerd, rustige Europeanen losgerukt uit hun vreedzame bestaan en hen gedwongen naar minaretten te kijken naast hun torenspitsen. Maar wanneer ongeveer eenderde van alle Fransen vrijuit toegeeft racistisch te zijn, en sommige Britten voor de camera moslims vergelijken met kakkerlakken, dan verliest het conservatieve argument aan scherpte. Misschien hebben sommige Europeanen een fikse schop nodig om het hardnekkige racisme onder ogen te zien dat het continent plaagt. Het was niet door het geruststellen van verontruste zielen dat de Verenigde Staten eeuwen van slavernij en Jim Crow achter zich lieten en uiteindelijk een zwarte president kozen. Het vereiste een lange strijd voor burgerrechten. De meeste mensen vinden dat Amerika daardoor een betere maatschappij is. Wellicht zouden Europeanen net zo trots zijn als zij het Europese probleem onder ogen zagen en hun beloften van sociale gelijkwaardigheid vervulden.
Het burkeaanse argument van Caldwell vereist geen nieuw beleid. Burke zelf was voorstander van de geleidelijke, Engelse manier van verandering boven de abrupte Franse (en vergat hoeveel geweld gepaard ging met de Glorious Revolution). Welke praktische conclusies zijn dan te trekken uit anti-islamitische burkeaanse sentimenten? Europa is al een pluriforme samenleving. Sturen we moslim-Europese burgers 'terug’? Vaker horen we de roep om het ondoordachte 'multiculturalistische’ beleid te veranderen dat grote moslimpopulaties heeft doen ontstaan.
Dat is een vreemd argument, aangezien noch de cultuur noch haar multi-heid iets te maken had met de komst van de arbeiders en hun gezinnen. Arbeiders kwamen uit wederkerig economisch eigenbelang. Na de Tweede Wereldoorlog rekruteerden Europese regeringen arbeiders om Europa opnieuw op te bouwen. De regeringen plaatsten deze arbeiders in onderkomens ver weg van de rest van de bevolking. De scholen onderwezen immigrantenkinderen in Arabisch of Turks niet uit multiculturele correctheid maar op basis van de theorie dat ze ooit met hun gezinnen zouden vertrekken. Toen de immigranten niet vertrokken, en de recessie van de jaren zeventig hun aanwezigheid minder wenselijk maakte, werd gezinshereniging het belangrijkste argument om nieuwe immigranten de kans te geven zich legaal te settelen in Europa; dat is vandaag de dag nog steeds zo. Moslimmigratie na de jaren van arbeidswerving is niet het product van een theorie van culturele diversiteit. Ze komt vrijwel geheel voort uit het feit dat Europeanen voldoen aan internationale juridische eisen dat mensen een 'normaal gezinsleven’ moeten kunnen leiden.
De wetten en het beleid van nu in het grootste deel van West-Europa stimuleren immigratie niet, maar garanderen in de eerste plaats de rechten van inwoners. In Engeland betekent dit het recht om door de religie voorgeschreven kleding te dragen naar school en door de religie voorgeschreven voedsel te eten in de schoolkantine. In Nederland en Frankrijk betekent het het recht op staatssteun voor religieuze scholen die openstaan voor iedereen. Die rechten werden veroverd door eerdere generaties katholieken en protestanten; ze hebben niets te maken met naïeve multiculturalistische islamofilie. Ook al worden deze rechten vaak op de proef gesteld - door zware taaleisen in Nederland, of ernstige restricties aan gezinshereniging in Italië - ze zijn, in principe, verzekerd.
DE TWEEDE STELLING, OVER EEN BOTSING VAN WAARDEN, is al even gammel. Het centrale idee is dat de moslimcultuur of -religie (of allebei) niet ontwrichtend is geweest vanwege lokale vooroordelen maar omdat moslims niet net als Europeanen universele waarden aanhangen. Het argument kent natie-specifieke vormen: in Nederland concentreert het zich vaak rond de Hollandse tolerantie jegens homoseksuele mannen versus islamitische homo-intolerantie; in Noorwegen rond gedwongen huwelijken; in Frankrijk, België en, recent, Italië, rond onderdrukking van vrouwen gesymboliseerd door een paar honderd niqaabs of boerka’s.
Die argumenten lijden aan twee gebreken: een kort historisch geheugen en 'blokdenken’. Zoals Paul Sniderman en Louk Hagendoorn schrijven in hun When Ways of Life Collide (2007) waren de Nederlanders die zich tegenwoordig beroemen op hun egalitarisme en hun tolerantie jegens alle levensstijlen, één generatie terug nog autoritair in het gezinsleven en homofobisch in het openbaar en privé. Uit een recent onderzoek bleek dat een groeiend aantal Nederlandse mannen een tolerante houding belijdt, maar wel homoseksuele mannen aanvalt. Ook hebben Europeanen niet altijd seksegelijkheid gekend. Twee generaties geleden mochten Franse vrouwen niet stemmen en hadden ze niet dezelfde eigendomsrechten als mannen, en hadden moslimvrouwen in een groot deel van de wereld meer mogelijkheden om te scheiden dan de meeste Europese vrouwen. Europeanen, Afrikanen en Aziaten hebben stapje voor stapje wettelijke erkenning van gelijke rechten voor vrouwen en mannen bevochten, en overal is het een strijd geweest.
Bedrieglijker is misschien het blokdenken, dat de diversiteit van ideeën binnen een sociale groep reduceert tot één enkele karikatuur. Tegenwoordig leeft in Europa en elders de veronderstelling dat alle moslims op de ene manier denken en alle niet-moslims op de andere. Het klopt dat in het relatief niet-religieuze Europa moslims vaker tegen abortus, homoseksualiteit en zelfmoord zijn dan niet-moslims. Volgens een Gallup-peiling uit 2009 vindt in Frankrijk 78 procent van de mensen homoseksualiteit moreel aanvaardbaar, tegenover 35 procent van de Franse moslims. Maar we kunnen wat dit betreft ook Europeanen met Amerikanen vergelijken. Een onderzoek uit 2009 van Pew liet zien dat 49 procent van de Amerikanen homoseksualiteit 'moreel verkeerd’ vindt, dat mensen die regelmatig naar de kerk gaan vaker afwijzend zullen zijn, en dat Amerikaanse protestanten en Amerikaanse moslims in gelijke mate homoseksualiteit afkeuren: zestig procent. De kloof ligt niet tussen de islam en het Westen, maar tussen meer en minder religieuze mensen.

WAT HET IDEE VAN EEN ONOPHOUDELIJKE STRIJD betreft: sommige islamofoben stellen dat verschillen in beschaving en religie tussen de islam en Europa zullen aanhouden omdat een snel groeiende moslimbevolking er op uit is Europese steden over te nemen en de politieke macht te grijpen uit naam van een mondiale oemmah. Dit argument gaat in tegen het idee dat moslimimmigranten (en, a fortiori, hun kinderen) zullen doen wat de meeste immigranten doen: zich aanpassen. Nee, zegt het argument, multiculturalistisch - anders dan assimilationistisch - beleid isoleerde moslims, terwijl oemmah-televisie jongeren opriep tot jihad, en de nieuwe generaties zullen door de radicale islam gemotiveerd blijven worden in alle domeinen van hun leven: als ze een gezin stichten, scholen bouwen, en in opstand komen - met islamitische politieke overwinning als doel.
Voorstanders van dit argument kunnen wijzen op de grotere bewustheid van de islam onder moslims die opgroeien in Europa sinds eind jaren tachtig. Die generatie ging zich organiseren - gebruikmakend van de mogelijkheden en politieke stijlen die karakteristiek waren voor elk gastland - om gelijke maatschappelijke, politieke en religieuze rechten te verwerven. Britse Pakistanen en Bengalen zetten lokale actiecomités en sharia-raden op; Franse Noord-Afrikanen formeerden nationale bonden van moskeeën; rivaliserende facties van Duitse Turken probeerden de overeenstemming te bereiken die nodig was om een publieke corporatie te vormen en staatssteun te krijgen (dat hebben ze nog steeds niet gedaan).
Door sharia-raden in het leven te roepen gingen Britse moslims 'separatistisch’ lijken, en sommigen roepen inderdaad op tot meer ruimte voor sharia-bemiddeling. Tegen die Britse institutionele achtergrond pleit een stevig aantal jongere moslims voor bestuur 'door de sharia’, wat dat dan ook moge betekenen. In heel Europa hebben moslims banden gelegd met transnationale groeperingen: intellectuele banden met de Moslim Broederschap, spirituele banden met West-Afrikaanse soefi-ordes, financiële banden met sjeiks in de Golf.
Met andere woorden, deze islamitische politieke actanten hebben zich aangepast aan nationale mogelijkheden, met meer of minder succes: meer in de gevallen van Britse, Franse en Belgische moslims, minder in de gevallen van Duitse, Nederlandse en Zweedse moslims. Men organiseert zich, wat ogenschijnlijk aantoont dat het islamisme in opkomst is, maar in feite laat het zien dat deze immigranten de voorbeelden van hun voorgangers volgen. Net als katholieken en joden vóór hen bouwen moslims religieuze scholen en verenigingen - normaal gesproken met externe financiering - en nemen deel aan verkiezingen. In Engeland stemmen Bengalen en Pakistanen vaker dan anderen. Voor sommige mensen kan dat een bewijs lijken dat moslims proberen politieke macht te verwerven, maar politiek engagement lijkt te worden vergezeld door vertrouwen in de overheid. De Gallup-peiling van 2009 over islam en integratie stelde vast dat moslims in Duitsland en Engeland meer vertrouwen hadden in de gerechtshoven en de nationale regeringen dan het algemene Duitse en Engelse publiek. (Franse moslims hadden iets minder vertrouwen in beide.) In Frankrijk steunde de helft van alle moslims de wet die daar het vaakst wordt genoemd als anti-islamitisch: het verbod uit 2004 op het dragen van islamitische hoofddoekjes op openbare scholen. Moslims passen zich aan als ieder ander en zijn verdeeld als alle anderen.
Aangezien Europese moslims binnen nationale politieke structuren werken, raken sommigen gefrustreerd wanneer de belofte van gelijkwaardige behandeling niet wordt vervuld. De meest extreme reactie op die frustratie is de urbane strijd in Frankrijk, van de rellen die eind 2005 begonnen in een paar arme buurten tot toenemend dagelijks geweld sindsdien. De Franse FBI, de Renseignements Généraux, analyseerde het geweld van 2005 als 'volksopstanden’ aangedreven door werkloosheid, gebroken gezinnen en discriminatie - een analyse waarmee de niet echt linkse Economist het eens was. Als je aanneemt dat de islam alle antisociale daden stuurt die worden gepleegd door mensen met Arabische of Turkse achternamen, dan kunnen de Franse autoriteiten geen gelijk hebben. Vandaar Caldwells opmerkelijke en ongefundeerde conclusie dat hoewel de relschoppers misschien niet zeiden dat ze in opstand kwamen om religieuze redenen, ze in werkelijkheid allemaal fundamentalisten waren die geloofden in Team Islam.
In een poging argumenten over assimilatie te weerleggen, stellen antimoslimschrijvers ook dat moslims altijd veel kinderen zullen blijven krijgen omdat de Profeet hen dat heeft opgedragen en omdat het de islamitische strategie om Europa te veroveren dient. Antimoslimwebsites voorspellen dat in 2050 Europa voor de helft moslim zal zijn. Conservatieve experts, van Patrick Buchanan en Bernard Lewis tot de commentatoren bij het partijgebonden Population Research Institute, waarschuwen dat Europa en het christendom het zullen afleggen tegen de islam vanwege uiteenlopende geboortecijfers. De 'moslim-demografie’-video op YouTube houdt kijkers voor dat Frankrijk 1,8 kind per gezin heeft maar 'moslims 8,1 kinderen per gezin’ en dat 'in slechts 39 jaar Frankrijk een islamitische republiek zal zijn’. Zowel de BBC als de sceptische website Tiny Frog heeft gedetailleerde tegenbewijzen verzameld.
Afgezien van de onjuiste data - Frankrijk verzamelt geen demografische gegevens geordend naar religie - hebben deze argumenten twee tekortkomingen. Ten eerste daalt het totale geboortecijfer (TFR) in veel van de landen met een moslimmeerderheid die mensen naar Europa sturen. In de periode 1985-2003 daalde het TFR van 3,3 naar 2,2 in Turkije en van 4,5 naar 2,5 in Marokko, waarmee Europese cijfers werden benaderd: Frankrijk heeft een TFR van 2,1. Ten tweede doen moslimvrouwen die zijn geboren in Europese landen precies wat demografen voorspelden: minder kinderen krijgen. Geboortecijfers voor moslimvrouwen die zijn geboren in Europese landen dalen snel, en gaan in de richting van die van autochtonen.

EUROPA ZAL HAAR VERANDERENDE SAMENSTELLING overleven, zoals ze eerder heeft gedaan. Maar de politieke vorm van het toekomstige Europa zal afhangen van hoe Europese leiders de kwestie van burgerschap aanpakken. Europeanen hebben enige ervaring, niet bepaald gunstig, in het onderscheiden van mensen naar religieuze voorkeur en één groep tot zondebok maken voor alle problemen. Een deel 2 zal waarschijnlijk niet tot een gelukkiger einde leiden. De meeste Europese leiders - rechts en links - weten dit en zoeken naar manieren om nationale instituties te bouwen en uit te breiden waar, op basis van gelijkwaardigheid, hun moslimburgers ook bij kunnen horen. Ze steunen het oprichten van scholen en moskeeën, debatteren over maatschappelijkheid en godsdienstvrijheid, en ontwikkelen nieuwe manieren om antidiscriminatiewetten toe te passen. Het is waar dat sommige Europese politieke leiders oude vuurtjes aan het opstoken zijn. De mensen aan de andere kant van de Atlantische Oceaan zouden er goed aan doen de constructieve pogingen op waarde te schatten in plaats van de vlammen aan te wakkeren.


John R. Bowen, antropoloog en professor in Arts & Sciences aan Washington University, is gespecialiseerd in islam-studies en politieke theorie. Hij schreef onder meer de boeken Religions in Practice: An Approach to the Anthropology of Religion en Why the French Don’t Like Headscarves: Islam, the State and Public Space. Hij leest Nederlands.
Dit artikel komt uit de Boston Review

John R. Bowen, Can Islam be French? Pluralism and Pragmatism in a Secularist State. € 30,90