Opheffer  

Niets waard

Respect. Vijf jaar geleden meende ik dat het ongeremde gebruik van dit inhoudsloze woord van voorbijgaande aard zou zijn. Het tegendeel is het geval. In een steeds grotere frequentie hoor ik om ‘respect’ bedelen, zeuren, kletsen. We moeten kilo’s respect hebben, we moeten elkaar met respect bejegenen, we moeten laten zien dat we respect hebben, de paus is niet respectvol, ik toon geen respect, respect, respect, respect – het wemelt van het respect, terwijl het woord er in betekenis niet op vooruit is gegaan.

Vroeger was respect een dooddoener. Als je niets te vertellen had, dan dook opeens het respect op. Vooral bij televisiepresentatoren. ‘En dan nu, dames en heren, iemand die ons grootste respect verdient… Jantje de Vries…’ Als je niet wilde zeggen dat je iemand bewonderde, of je kon dat niet, als je ook niet onbeleefd wilde zijn, dan zei je dat je respect had voor iemand. Ga het maar eens bij jezelf na. Je wordt geroepen door je chef of je baas en die begint te zeggen: ‘Ik heb enorm veel respect voor wat je doet…’ Dan weet je al dat het mis is.

Ik heb een paar mensen hoog zitten. Bijvoorbeeld mijn vrienden Hans en Gijs. Juist tegen hen ga ik niet zeggen dat ik ze respecteer. Ik zeg dat ik ze bewonder, dat ik ze goed vind schrijven, dat ik om ze moet lachen, maar als ik had gezegd: ‘Hans, ik respecteer je’, dan had Hans onmiddellijk gedacht: o God, hij wil iets aardigs zeggen, want hij vindt me niet goed.

Respect is een vreemd compliment. Vreemd, omdat je het vooral gebruikt als je niet weet wat je van de ander vindt.

Daarom gingen autochtonen als ik nooit uit van respect als het om allochtonen ging. Ik vind het nog steeds enigszins beledigend als ik van iemand moet zeggen dat ik hem ‘respecteer’. Dan heeft zo iemand voor mij blijkbaar geen andere kwaliteiten waarop hij zich kan laten voorstaan.

Maar – het is onmiskenbaar – van Wouter Bos tot Balkenende, van Kamp tot Halsema – iedereen zegt dat we moeten beginnen met elkaar te ‘respecteren’. Hoe begin je daar trouwens mee? Wat moet ik dan doen? Wat wordt daar toch mee bedoeld? Dat we iemand – een onbekende – om niets moeten achten? (Wat ook weer niets betekent.) Dat we iemand gelijkwaardig moeten behandelen dan? Blijkbaar betekent respect iets anders dan gelijkwaardig behandelen, want anders spraken we wel van gelijkwaardig behandelen. Wat wordt er dan mee bedoeld? Waarschijnlijk bedoelt iemand die ‘met respect’ behandeld wil worden, dat hij vriendelijk bejegend wordt, niet agressief, normaal – allemaal begrippen overigens die de gevoelslading van ‘respect’ niet dekken. Ikzelf denk altijd maar dat iemand die het woord respect te vaak in de mond neemt een vorm van beschaafd gedrag wenst. Maar dan is het woord ‘beschaafd’ toch vele malen beter dan het woord ‘respect’.

Laten we er eens van uitgaan dat men een bepaalde vorm van beschaafd gedrag bedoelt, dan zou je dus eigenlijk moeten onderzoeken wat met dat ‘beschaafd gedrag’ wordt bedoeld.

Ik vermoed dat beschaafd gedrag aandachtig gedrag is. Je moet elkaar met aandacht en een zekere interesse bekijken en beluisteren. En dat betekent weer dat je de ander een bepaalde ruimte gunt. Letterlijk en figuurlijk. Je kent de ander als het ware een bepaald gebied toe.

Wanneer allochtonen (je mag dat woord niet meer gebruiken, maar ik hoor maar geen bruikbaar alternatief) melden dat ze niet met respect worden behandeld of dat er geen respect is, dan bedoelen ze dus dat ze geen ruimte krijgen. En over dat gebrek aan ruimte voelen ze vervolgens onvrede.

Ze willen ruimte om die zelf in te richten.

Het is dan ook fout gegaan toen wij die ruimte voor de allochtonen gingen vullen: wij gaven ze buurthuizen – wat feitelijk niet hun ruimte was, maar een ruimte voor hun. Het was onze ruimte. En zo is het met alles gegaan. Voor ons gemak hebben wij elk briefje voor de Turken en de Marokkanen en de andere allochtonen vertaald in hun eigen taal – ze konden dus in hun eigen nieuwe gebied geen Nederlands spreken. Nederland en het Nederlands bleven zo voor ons.

De vraag naar respect is feitelijk een onzinnige vraag – want je weet niet wat je moet geven – maar blijkbaar moet je het kunnen leveren, hoewel je dus weet dat het niets waard is. Daarom moeten we stoppen met aan het begrip respect te voldoen. We kunnen elkaar beter enigszins die ruimte gunnen, die ruimte die op zichzelf afgebakend wordt door fatsoen en beschaving.

Dus we moeten juist niet te dicht bij de ander gaan staan – dat voelt ook meteen als onprettig. We moeten in ieder contact een zekere afstandelijkheid scheppen. Daarvoor is trouwens onze eigen etiquette zeer bruikbaar: altijd met twee woorden spreken, voor ouderen opstaan en tijdens een diner niet als eerste beginnen te spreken over politiek, tenzij je op een politieke bijeenkomst bent.

‘Wat is respect?’

‘Dat is gewoon, weet je wel.’

‘Gewoon?’

‘Ja… dat is respect. Gewoon… gewoon toch?’

Uit deze korte, maar letterlijk weergegeven dialoog met een jonge allochtoon blijkt dat onderwijzers in het duister tasten.

Ze kunnen er niets aan doen dat wonderen niet bestaan, maar echt geloven doen ze het ook niet.

Ook die geesten moet je met respect behandelen.

Geef ze de ruimte.