De primaries  

Niets werkt

Nu primaries naderen maken Democraten zich zorgen om de eenheid in de partij. Er staat meer op het spel dan een presidentschap van Clinton of Obama.

NEW YORK – Hillary Clinton moet dinsdag de voorverkiezingen in Ohio én Texas winnen om in de race te blijven voor de Democratische nominatie. Dat vinden niet alleen deskundologen, maar dat vindt ook haar echtgenoot Bill. Op verscheidene bijeenkomsten in de twee belangrijke staten heeft de voormalige president met dit dreigement de druk op de kiezers nog wat verder opgevoerd. Maar ook als Clinton op 4 maart Ohio en Texas wint, dan is ze nog ver verwijderd van de nominatie. Barack Obama heeft een solide voorsprong – in absolute stemmen, in staten en in het aantal gewonnen gedelegeerden. Een opstand van de veelbesproken superdelegates (partijbonzen en gekozen volksvertegenwoordigers) is vrijwel uitgesloten.

Eigenlijk, schreef onder anderen Jonathan Alter van Newsweek, kan Hillary alleen nog op een chique manier afhaken als ze vóór 4 maart de handdoek in de ring gooit. Alter en andere columnisten en commentatoren vragen zich af wie haar wanneer gaat vertellen dat het voorbij is. Normaal gesproken kan ze niet meer winnen en om Barack Obama op 4 november een kans te geven tegen de Republikein John McCain moeten de Democraten snel de gelederen sluiten. Al was het maar omdat de te verkiezen president hoogstwaarschijnlijk verscheidene nieuwe rechters voor het Hooggerechtshof zal moeten aanstellen. Nu al is de meerderheid van de leden van het hof conservatief. Als de bij ethische kwesties nogal behoudende John McCain de komende vier jaar nieuwe rechters mag uitkiezen, staan de Democraten bij doorslaggevende kwesties voor lange tijd volkomen buitenspel.

Tot ‘Team Hillary’ lijkt dat nog niet door te dringen. Maar paniek is er wel. Bijkans ieder etmaal verandert de campagnestrategie. Begin januari probeerde de voormalige first lady als kandidaat van het establishment kiezers te paaien met heimwee naar de roaring nineties waarin haar echtgenoot president was. Kort hierna erkende ze dat Amerika toe is aan ‘verandering’ en ‘eenheid’ en nam ze Obama’s _‘change’-_slogans over. Nog geen week verder, in South Carolina, koos ze de negatieve aanval met Bill als frontsoldaat. Direct hierna herstelde ze de lieve vrede en probeerde ze als moeder des vaderlands boven de strijd uit te stijgen. Om nu weer terug te zijn met negatieve campagnes en straatgevechten.

Maar niets werkt. Obama beschikt over een zelfde soort anti-aanbaklaag als Bill Clinton. Alles glijdt van hem af. Hij lijkt, net als de door schandalen geplaagde Bill in 1992, immuun voor charges van buitenaf. Dat bleek afgelopen week toen Hillary tijdens een televisiedebat in Texas andermaal Obama van plagiaat betichtte: boegeroep, zelfs van haar eigen aanhangers, toen ze de vooraf uit haar hoofd geleerde sneer over het fotokopiëren van speeches in de strijd wierp. Het fenomeen Obama valt domweg niet effectief aan te vallen. Dus moet Clinton het van haar eigen standpunten hebben. In zijn opzwepende toespraken (‘just words’) komt Obama tenslotte nauwelijks met concrete beleidsvoorstellen, wat kiezers in bijvoorbeeld Californië en de staat New York met een krappe meerderheid tot Clinton heeft gebracht.

Maar zelfs dan heeft ze een probleem. Haar voorstellen en standpunten verschillen namelijk nauwelijks van die van Obama. Tuurlijk, Clinton stemde als one of the boys ooit vóór de oorlog in Irak en Obama was daar altijd tegen. Maar inmiddels zijn ze beiden voor snelle terugtrekking. En ja, Clinton prees als first lady het North American Free Trade Agreement (Nafta), dat heeft geleid tot een verplaatsing van veel banen uit de oude rustbelt (onder meer Ohio) naar Mexico. Maar Hillary zou tegen dit verdrag altijd bezwaren hebben gehad en is er in ieder geval nu, net als Obama, niet meer voor.

Eigenlijk resteert maar één thema waarop de twee senatoren werkelijk van mening verschillen, en dat is de wijze waarop alle Amerikanen voor ziektekosten verzekerd zouden moeten worden. Clinton wil dat iedereen zich verplicht verzekert en is bereid mensen te subsidiëren die dat niet kunnen betalen, terwijl Obama de verzekering voor kinderen wel verplicht wil maken, maar ervan uitgaat dat volwassenen zich allemaal zullen verzekeren als de kosten maar iets lager zouden zijn.

Daarbij houdt Obama er volgens zijn critici geen rekening mee dat een deel van de 47 miljoen onverzekerden zogeheten free riders zijn: gezonde jonge werknemers die er bewust voor kiezen zich niet te verzekeren om geld uit te sparen. In echte noodgevallen kun je tenslotte altijd naar de eerste hulp in een ziekenhuis. In Obama’s voorstel blijven die free riders onverzekerd. Terecht merken wetenschappers op dat een eerlijk en betaalbaar zorgstelsel natuurlijk alleen werkt als ook gezonde burgers meebetalen, zoals in veel Europese landen.

Maar hoewel Clinton vanaf de eerste dag van haar campagne heeft geprobeerd Obama’s gezondheidsplannen te ontmantelen, lijkt niemand haar zorgen echt te delen. Kiezers stemmen niet op gezondheidsplannen maar op mensen. En dan heeft Obama voor veel Democraten nog steeds een comparatief voordeel.