Nietsontziende compleetheid

Garten am Lindberg mit Sonnenblumen van Thomas Struth vereist een langzame waarneming. De foto doet recht aan wat fotografie kan: een scène stilzetten.

EERST LIJKT HET BIJNA NIETS wat we zien op de foto Garten am Lindberg mit Sonnenblumen door Thomas Struth gemaakt in 1991, een verlaten stoffig weggetje. In de formele titelbeschrijving wordt ook aangegeven dat de plek gelegen is in de gemeente Winterthur – zeker om de foto objectief en afstandelijk en onveranderlijk te maken. Toch kan deze plek bijna overal zijn: een smal weggetje van grint en leem (aan de bandensporen te zien niet meer dan de breedte van een auto), ik denk tussen volkstuinen. Van de tuinen zelf is niet veel te zien: wel links een scheef hek tussen stukken afrastering overwoekerd door wildgroei van zonnebloemen en bloesems, linksvoor misschien jasmijn. Tegenover het hek is een opening naar een andere tuin. De grijze weg ligt in een flauwe schaduw. Van links werpt een kennelijk lage zon, door andere openingen in de begroeiing, smalle stroken licht over het grint. Op de voorgrond zien we het patroon van het scheve hek in schaduw op de weg getekend. Als we meer kijken, worden we, in de stille ruimte van de compositie, velerlei licht- en kleurmomenten gewaar. De zonnebloemen rechtsvoor, bijvoorbeeld, vangen het meeste licht en omdat de bloemen naar alle kanten draaien en doorbuigen wisselt steeds hun lichtvang en kleur. Ook is het licht op het lichtgroene gebladerte zeer geschakeerd. Door de opening van het hek tegenover ze vangen ze meer zonlicht dan de zonnebloemen verderop, voorbij de opening. Het gebladerte daar in de schaduw is veel donkerder groen. Daarboven dansen rustig de zonnebloemen, naar beneden toe gloeit het donkere rood van waarschijnlijk stokrozen. Verderop buigt de weg naar rechts, langs een in bosschages verscholen huis, en verdwijnt in de donkere schaduw onder hoge bomen. Iets eerder nog, voorbij het hek links waar de zonnebloemen minder dicht op elkaar groeien, biedt de foto een blik in het interieur van de tuin. Daar zien we weer een andere verwarde schakering van kleuren, schemerend in het groen – rood, roze, wit, geel van meest dahlia’s en andere bloemen die een tuinier zeker thuis kan brengen.
Dat een kijker zich kan afvragen welke bloemen daar staan, is een logisch gevolg van het realisme van de foto. Dat maakt, om het beeld te consumeren, een langzame waarneming noodzakelijk. Hoe geduldiger en nauwkeuriger we naar deze foto kijken van die gewone plek (niet traditioneel schilderachtig), des te meer blijkt het beeld een onwaarschijnlijk verfijnde verzameling van ragfijne schakeringen te zijn. Daarmee doet het werk onvoorwaardelijk recht aan wat fotografie werkelijk kan. Dat is een scène stilzetten. Als esthetische ambitie was dat relatief nieuw – hoe vreemd dat ook moge klinken, zo lang na de uitvinding van het medium in 1839. In de klassieke fotografie komen beelden vaak nogal atmosferisch en gezocht over. Hun algemeen visuele hoedanigheid is doorgaans impressionistisch en suggestief. Daarmee vergeleken heeft deze kalme foto van Struth (strak, recht van voren, helder, scherp) een grote roerloze compleetheid. Nergens is er bijvoorbeeld artistiek met licht en schaduw gespeeld. Wat te zien was, langs die weg, moest gelijkmatig en in alle klaarheid zichtbaar worden gemaakt: naar die nietsontziende compleetheid werd gezocht.
Deze nieuwe fotografie is ontstaan en gegroeid, in de jaren zeventig, in de wijde esthetische context van minimal art. Behalve de kunstacademie in Düsseldorf (waar Struth les kreeg van Bernd en Hilla Becher) was er een ander brandpunt in de buurt. Dat was de legendarische galerie van Konrad Fischer, waar de jonge studenten, naast de deur, intensief kennis konden nemen van het beste van Sol Lewitt, Richard Long, Gerhard Richter, Carl Andre, Robert Ryman, Bruce Nauman en velen meer, zoals ook Jan Dibbets, tevens professor aan de academie. Werk van hem uit de serie Color Studies was in 1976 bij Fischer te zien. Ik citeer hier zo’n frontaal fotografisch beeld, niets meer dan van een kleur, vanwege zijn directe, onomwonden karakter. Er is niets aan gemanipuleerd: het is niets anders dan een vierkant rood – niet geschilderd echter maar gezien, aan een auto, en gevormd zonder verdere suggesties, alleen om in die strakke vierkante vorm intenser te worden gezien. Er is geen geheim, geen meeslepende fotografische fictie. Dit ding moest gemaakt worden, een fundamentele uitspraak over gefotografeerde werkelijkheid, ondergebracht in een ondubbelzinnige vorm. Je ziet alles, net als bij Struth. Toch is de geheimzinnigheid totaal. In mijn ervaring raak je, anders dan bij puntige scenische fotografie, nooit echt uitgekeken. Zo is ook de expressie van een kwadraat visueel onuitputtelijk.